Nederland en Suriname akkoord over hulprelatie

Nederland en Suriname hebben gisteren afspraken met elkaar gemaakt over het geleidelijk stopzetten van de bilaterale ontwikkelingshulp.

Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) en haar collega Raghoebarsing werden het tijdens overleg in Den Haag eens over de besteding van de resterende hulpgelden, die nog ruim 110 miljoen euro omvatten.

Begin juni kondigde Van Ardenne aan dat ze de hulprelatie met Suriname, zoals die sinds de onafhankelijkheid van het land in 1975 heeft bestaan, binnen vijf jaar wil stopzetten. In plaats daarvan zouden beide landen meer op een ,,zakelijke en betrokken'' manier met elkaar moeten omgaan.

Raghoebarsing gaf gisteren aan dat de Surinaamse regering de `afbouw' van de conventionele ontwikkelingsrelatie in beginsel steunt. Alleen wil Suriname zich niet vastleggen op de termijn van vijf jaar en wenst het door Nederland niet voor voldongen feiten te worden geplaatst. ,,Wij willen geen unilateralisme'', aldus de Surinaamse minister.

De 110 miljoen euro die nog over was uit de grote ontwikkelingspot van 1975, zal worden gespendeerd aan huisvesting, onderwijs, de agrarische sector, gezondheidszorg, milieu en goed bestuur. Beide ministers tekenden gisteren alvast een concrete overeenkomst voor een bedrag van 15,9 miljoen euro uit deze zogeheten schenkingsmiddelen. Dit zal worden besteed aan de verbetering van de drinkwatervoorziening.

Voor de periode na de conventionele hulp heeft Nederland ook al fondsen gereserveerd ter waarde van een bedrag van 136 miljoen euro. Deze zogenoemde pariteitsmiddelen zullen echter alleen worden vrijgegeven wanneer Suriname uit eigen zak een even hoog bedrag bijdraagt.

De bedoeling van beide landen is dat Suriname meer op eigen benen gaat staan en minder afhankelijk wordt van de Nederlandse hulp. Raghoebarsing liet gisteren weten dat zijn land inmiddels al andere financiers heeft gevonden. Zo heeft het land onder meer concessionele leningen gekregen van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank.

Ook groeit de belangstelling van het internationale bedrijfsleven, vooral uit Zuid-Afrika en Canada, om in Suriname te investeren. De interesse van Nederlandse bedrijven is gering.