Minderwaardige en lafhartige kritiek 1

VVD-politica Ayaan Hirsi Ali kreeg het in de columns van maandag 30 augustus in deze krant zwaar te verduren. Anil Ramdas, Frits Abrahams en Wubby Luyendijk bleken alledrie aanstoot te hebben genomen aan de in de slotaflevering van het programma `Zomergasten' vertoonde film `Submission, Part One', een productie van Ayaan Hirsi Ali en de cineast Theo van Gogh.

Gezien Hirsi Ali's oprechtheid en het feit dat zij zich in haar stellingnames voortdurend laat leiden door het begrip `menselijkheid', is het mij een raadsel waarom sommige opiniebeïnvloeders, zoals de drie columnisten, alsmaar gemene zaak maken met de voormannen van categoriale organisaties op wie getuige de door hen afgescheiden Pavlov-reacties de verdenking rust alles bij het oude te willen laten en die als enigen (lijken te) profiteren van het bestaan van `eigen' organisaties.

Zij gaan er in hun grenzeloze naïeve optimisme vanuit dat een `goed gesprek' of een kritische dialoog tussen Hollandse bruggenbouwers en moslims de meeste culturele problemen wel zal oplossen. Het fanatisme waarmee van de kant van die journalisten wordt geprobeerd `de moslim' te begrijpen, zou bij elke rechtgeaarde `Nederlander' autochtoon of allochtoon, man of vrouw vrees moeten inboezemen, omdat het in sterke mate de nadruk leggen op vormkwesties, waarover nooit eensgezindheid zal bestaan, alleen maar afleidt van de inhoud. De pacificerende opstelling van de columnisten heeft weinig te maken met inzicht, maar meer met hooghartigheid, onwil om problemen te benoemen, lafheid en beginselloosheid. Zo nu en dan zal men binnen de toegestane bandbreedte, uiteraard zijn of haar toevlucht moeten nemen tot onorthodoxe middelen om überhaupt iets gedaan te krijgen of om wenselijk geachte veranderingen te kunnen bewerkstelligen.

Dat Hirsi Ali dat heeft ingezien, en dat zij bereid is daaraan voor haar zelf consequenties te verbinden, verdient alle achting en zou ons voor haar moeten doen innemen. De hervormingen in de moslimwereld zullen van binnenuit moeten komen. En de binnen die gemeenschappen te voeren emancipatiestrijd moet daarbij van wezenlijk belang worden geacht. Het beeldverhaal van Van Gogh en Hirsi Ali vervult hierin mogelijk een nuttige katalysatorfunctie. Met een positieverbetering van migrantenvrouwen zou in onze multi-etnische samenleving al heel veel gewonnen zijn.