Kabinet kleunt mis met pc-privé

Met de bruuske afschaffing van de pc-privé-regeling schendt het kabinet het vertrouwen van burgers in de overheid, meent E. Staas.

Het besluit, vorige week vrijdag, van het kabinet om met een pennestreek de pc-privé-regeling af te schaffen, kwam niet helemaal onverwachts. De in 1997 door de toenmalige staatssecretaris Vermeend (PvdA, Financiën) geïntroduceerde regeling is ten onder gegaan aan haar eigen succes. De wijze waarop dat nu gebeurd is en de daarbij aangevoerde argumenten nopen mij tot een aantal kanttekeningen.

Allereerst de staatsrechtelijke kant. Voor wetgeving is in ons land een volksvertegenwoordiging nodig. Daaruit zou logischerwijs moeten volgen dat ook voor het wijzigen of afschaffen van wetgeving raadpleging van de volksvertegenwoordiging noodzakelijk is. Het afschaffen van wetgeving bij persbericht na een vrijdag vergaderen door het kabinet past niet in die gedachte. Zeker niet als het gaat om wetgeving die veel mensen direct raakt en waaraan het maatschappelijk verkeer vertrouwen ontleent. In het verleden is eerder gebleken dat de Tweede Kamer zich vrij sceptisch opstelt tegen het afschaffen van, of het snijden in regelingen als pc-privé. Vorig jaar werd de verlaging van het bedrag voor pc-privé van ruim 2.200 naar circa 1.400 euro niet zonder slag of stoot goedgekeurd.

Voorts leidt deze overvaltechniek tot praktische problemen. Wat is de situatie van iemand die op vrijdag 27 augustus om 16.00 uur (dus vóór de afschaffing van de regeling) een pc koopt en de bon op maandag 30 augustus neerlegt bij zijn werkgever ter fiattering?

De afschaffing van de pc-privé-regeling is ook moeilijk rijmen met het voornemen van het kabinet om Nederland als ICT-kennisland (verder) op de kaart te zetten. Dat de pc-privé-regeling mede was bedoeld om telewerken en thuiswerken te stimuleren om zo positief bij te dragen aan het mobiliteitsvraagstuk, lijkt de wetgever ook te zijn vergeten.

Voor werkgevers is er in ieder geval weer werk aan de winkel. Zij zullen zich moeten gaan buigen over het aanpassen van arbeidsvoorwaarden en het herinrichten van moderne beloningssystemen als het cafetariamodel. Dat de vakbonden daarbij niet lijdzaam zullen toekijken, lijkt evident.

Maar ook vanuit fiscaal en economisch perspectief valt er nog wel iets te zeggen over het afschaffen van deze regeling. Steeds wanneer gesproken wordt over het beperken of afschaffen van een aftrekpost of fiscale faciliteit, benadrukt de wetgever hoeveel belastinggeld er met die faciliteit is gemoeid. De redenering is dat er door het verminderen van de aftrek of het afschaffen van een faciliteit meer belasting moet worden betaald. Vervolgens haast de overheid zich om die meeropbrengst te bestemmen voor nieuwe faciliteiten voor (veelal) een andere groep burgers. Maar waarom zie ik nu in deze rekensom niets over de gemiste belastingopbrengsten bij de verkopers van de pc's? Die zullen te maken krijgen met een stagnerende vraag. En, bij die verkoper is de winst op die pc veelal belast tegen hetzelfde tarief als waartegen de werknemer zijn pc-privé-regeling benut. Het is net als bij de discussie over de aftrek van hypotheekrente. Steeds weer benadrukken hoeveel geld er gemoeid is met deze aftrekpost, maar er nooit bij vertellen dat diezelfde afgetrokken hypotheekrente bij de ontvangers van die rente (de banken) gewoon belast is.

Bij de pc's speelt dan nog dat de overheid per direct ook minder BTW ontvangt en dat de verkoop van randapparatuur als printers en dergelijke (die eveneens leidt tot BTW-opbrengsten en winstbelasting) ook zal afnemen evenals de vraag naar moderne snelle internettoepassingen. Deze daling van de consumentenbestedingen is ongewenst in het huidige economische klimaat. Voorts lijkt Nederland een flinke stap terug te doen in het streven om de kenniseconomie te bevorderen.

Maar de pc-privé-regeling moest per direct sneuvelen, omdat de overheid de anticiperende burger vreest. Nog voor het eind van het jaar zou massaal een pc worden aangeschaft. Als dat zo is, heb ik te doen met veel pc-verkopers. Want als zij daar ook op geanticipeerd hebben, zitten ze straks met grote voorraden lastig verkoopbare spullen. En dat terwijl zij bij het doen van hun bestelling en het inschatten van de vraag toch mochten uitgaan van een betrouwbare overheid en dito wetgeving. Is dat gewoon ondernemersrisico?

De vraag is overigens of veel werknemers niet al eind vorig jaar bij de versobering van de pc-privé-regeling hun slag hebben geslagen. Als dat zo is, is er weinig aanleiding om nu bezorgd te zijn.

Het per persbericht afschaffen van een wet met een zo grote maatschappelijke invloed verdient niet de schoonheidsprijs. De Tweede Kamer wordt brusk buiten spel gezet bij een vraagstuk waar zij eerder een gezond kritisch vermogen aan de dag heeft gelegd. De overheid zou zich in deze lastige economische tijden moeten opstellen als een betrouwbare partner voor ondernemers en werknemers.

Mr. E. Staas is vennoot/fiscalist BDO Accountants & Adviseurs.