De opkoper van Midden-Europa

Oostenrijkse bedrijven zijn al vijftien jaar bezig met expansie naar het oosten. Met de overname van het Roemeense olieconcern Petrom is de oliemarkt in Zuidoost-Europa nu verdeeld.

Het heet een `privatisering' van grote staatsbedrijven, maar particuliere ondernemers komen er nauwelijks aan te pas. ,,In werkelijkheid'', zegt Vladimir Gligorov van het Weense instituut voor internationale economie, ,,worden op de Balkan invloedssferen uitgebreid.'' Het resultaat is geruststellend: alle grote verkopen van de laatste jaren gaan naar het westen.

Een klassiek voorbeeld van zo'n geopolitieke transactie was de overname vorige maand van de Roemeense olieproducent Petrom, het grootste industriële bedrijf van het land, door het Oostenrijkse bedrijf OMV. De Oostenrijkers betaalden 1,5 miljard euro voor een belang van 51 procent. Petrom was in handen van de Roemeense staat, maar de overname kan moeilijk `privatisering' worden genoemd, want OMV is voor 35 procent eigendom van Oostenrijk en voor nog eens 20 procent van het sjeikdom Abu Dhabi.

Met de Petrom-deal is de opdeling van de oliemarkt van Zuidoost-Europa goeddeels afgesloten. Alleen een paar kleinere nationale oliemaatschappijen, zoals de Servische Naftna Industrija Srbije (NIS), moeten nog worden verkocht. Daarmee liggen niet alleen de zakelijke relaties vast, maar ook de machtsverhoudingen. ,,Wie Petrom controleert, controleert Roemenië'', erkende de Roemeense premier Adrian Nastase vrijmoedig naar aanleiding van de deal. Olie en olieproducten en de petrodollars maken als een soort contrastvloeistof de nieuwe verhoudingen op de Balkan zichtbaar. Twee grote internationale spelers zijn overgebleven: het Nederlands-Britse Shell (ook actief met tankstations in landen als Hongarije, Kroatië en Roemenië) en OMV.

De Oostenrijkers bekronen met hun aankoop in Roemenië een expansiestrategie naar het oosten die vijftien jaar geleden is uitgestippeld. De tijden van een negatieve handelsbalans met de grote buur Duitsland zijn definitief voorbij. Oostenrijkers controleren in hun buurlanden een aantal grote banken, verzekeringsmaatschappijen en delen van de handel. Het zijn de vruchten van de vroege expansie.

Toen midden jaren negentig de grote telecombedrijven onder de hamer kwamen, kon Wenen niet meedoen omdat er te weinig kapitaal was om mee te kunnen bieden. Met de `olie-coup' is Wenen – dat ook cultureel geldt als `de geheime hoofdstad van de Balkan' – nadrukkelijk terug van weggeweest.

Politiek wordt Oostenrijk daardoor gedwongen tot meer steun aan het buitenlandse beleid van de Europese Unie; in het verleden voerde Wenen vaak een sterk op de eigen regio gericht beleid. Oostenrijk is gebaat bij een stabilisering van de hele Balkan op lange termijn, tot en met Macedonië en Kosovo, anders is het transport van het zwarte goud van de Kaspische Zee naar West-Europa niet lonend.

In Roemenië is de transactie zonder veel ophef verwerkt. ,,Hoewel juist Roemenië meestal obsessief reageert als het om olie en macht gaat'', aldus Gligorov. In de jaren zeventig, onder dictator Ceausescu, dankte het land zijn onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie vooral aan de oliewinning. Maar die tijd is voorbij. De machtige vakbondsleider Liviu Luca zweeg over de Petrom-verkoop. De Roemeense economische pers repte van een ,,geheim akkoord'' tussen de vakbonden en de Oostenrijkers. Alleen de extreem-rechtse partij van Corneliu Vadim Tudor heeft tegen de ,,uitverkoop'' geprotesteerd.

Dat de Roemeense politici een belangrijk instrument voor de zeggenschap over hun economie uit handen hebben gegeven, is iedereen duidelijk. ,,Het is best mogelijk'', zegt de ex-minister van Financiën en tegenwoordige politiek analist Daniel Daianu, ,,dat Oostenrijk zijn strategische doelen via OMV probeert te bereiken. Want olie is tenslotte een strategisch product.'' Maar Daianu vindt dat positief: ,,Doordat de staat een belangrijk aandeel houdt in OMV, zijn de strategieën duidelijker te onderscheiden dan bij een particulier bedrijf.''

Dat onder het motto van privatisering de ene staat een deel van zijn bezit aan een andere staat verkoopt, wordt noch in Roemenië noch elders als een echt probleem gezien. In de meeste landen in deze regio vormt de nationale oliemaatschappij een soort staat in de staat en is ze nauw verbonden met de politiek. ,,Politici, vakbonden, zelfs hele partijen leven van Petrom'', zegt Ilie Serbanescu, een van de zeldzame critici. ,,Daaraan komt onherroepelijk een einde.'' Hij wil overigens niet beweren dat de Roemeense staat als eigenaar het algemeen belang vertegenwoordigde. ,,De Oostenrijkse staat'', zegt in Wenen Vladimir Gligorov, ,,zal zich in Roemenië gedragen als een particulier ondernemer.''

Politiek hebben de Roemenen bereikt wat ze wilden bereiken. Roemenië wil in 2007 lid worden van de EU. De rechtse regering in Oostenrijk stond daar tot nog toe sceptisch tegenover, vooral door problemen over migratie en de georganiseerde misdaad. De kans is groot dat Wenen voortaan een betrouwbare advocaat voor Boekarest wordt.

Niet alleen Roemenië, ook andere landen in de regio hebben met olietransacties hun sleutelindustrie uit handen gegeven. Het Kroatische oliebedrijf INA wordt stukje bij beetje geprivatiseerd, het Hongaarse MOL is al in vreemde handen – hier hebben de Oostenrijkers een belang van 10 procent. De Russen tonen geen enkele belangstelling, omdat de Balkan noch als afzet-, noch als wingebied in de schaduw van Rusland kan staan. De Russische gigant Lukoil bezit de meeste benzinestations in Roemenië, maar op Petrom heeft dit bedrijf slechts halfslachtig en alleen via een dochterbedrijf meegeboden. Een verkoop van Petrom aan Moskou zou in Boekarest ook politiek onmogelijk zijn geweest. Al toen het Roemeense Telecom naar de Grieken ging, in plaats van naar een West-Europees bedrijf, was de vrees voor een isolement groot.

Dat de Oostenrijkers een soort grote mogendheid op de Balkan worden, boezemt niemand in de regio angst in. Oostenrijkse banken, verzekeringsmaatschappijen en handelsondernemingen die begin jaren negentig als pioniers naar het oosten gingen, zijn door hun succes op hun beurt interessant geworden voor grotere spelers in het westen. De grootste Oostenrijkse bank, Bank Austria-Creditanstalt, ging naar de Münchense Hypo-Vereinsbank, de grootste winkelketen Billa ging naar het Duitse Rewe en de bierbrouwer BBAG werd een prooi voor het Nederlandse Heineken.

Op dezelfde wijze is OMV nu ook een interessant object. De regering in Wenen, die al vier jaar zonder voorbehoud privatiseert, is tot 2008 aan de sjeiks in Abu Dhabi gebonden. Als ze daarna geld nodig heeft, zal ze voor OMV makkelijk een koper vinden.