De koning van zijn eigen havenrijk

Willem Scholten beleeft als hét gezicht van de haven een beschamende aftocht. ,,Ik heb hem een jaar geleden al gewaarschuwd voor RDM.''

,,Scholten is de enige die echt baat heeft gehad bij de dood van Pim Fortuyn'', zegt een medewerker van Havenbedrijf Rotterdam over de gisteren geschorste directeur. De voormalig LPF-leider stak niet onder stoelen of banken dat hij het gedram uit de Rotterdamse haven voor verzelfstandiging, almaar meer subsidie, almaar meer havenruimte meer dan beu was. ,,Laten die havenjongens hun eigen broek maar ophouden'', vond Fortuyn. ,,Als hij was blijven leven, was ik er hier mee opgehouden'', bevestigde Scholten later meer dan eens.

In de Rotterdamse havenwethouder W. van Sluis vond Scholten na het tijdperk-Fortuyn de ideale politieke partner. Van Sluis, afkomstig van Leefbaar Rotterdam, waarvan Fortuyn de succesvolle lijsttrekker was, stelde niet de partijpolitiek, maar het belang van Rotterdam en de haven centraal.

In dat klimaat lukte het Scholten de Rotterdamse haven sneller op te stoten in de vaart der volkeren. Kind aan huis bij de grote Aziatische rederijen – en een bekend gezicht in de haven van Singapore, waar hij deel uitmaakt van de board – ging Scholten met de haven van Rotterdam internationaal de boer op. Als directeur was hij ervan overtuigd dat de belangrijke havenzaken niet meer op het stadhuis aan de Coolsingel, maar door Den Haag en Brussel worden geregeld. Ook had Scholten als een van de eersten door dat de grote investeringen in de haven niet meer uit Rotterdam kwamen, maar van de grote internationale bedrijven. Onder Scholten vormde zich in Rotterdam een petrochemisch cluster, vergelijkbaar met de havens van Houston en Singapore, dat miljardeninvesteringen op de Maasvlakte genereerde.

De omzet van de Rotterdamse haven is sinds de aantreding van Scholten in 1992 bijna verzesvoudigd, tot ruim 400 miljoen euro. Scholten bewoog zich in die haven als een koning van zijn eigen rijk, hij wás de haven. Steven Lak, de enige directeur die hem wellicht nog enig gezond tegenspel had kunnen bieden, verdween teleurgesteld naar containeroverslagbedrijf ECT. Scholten had het rijk alleen en had daar een lange weg voor afgelegd.

Scholten begon na de zeevaartschool als leerling-stuurman bij de Rotterdamsche Lloyd. In die baan liep hij in Indonesië een ontsteking aan beide ogen op, waarna hij ervoor koos om rechten te gaan studeren. Na zijn studie kwam hij terecht bij Smit-Lloyd, de sleepbootdivisie van bergingsbedrijf Smit, waar hij opnieuw een ongeluk kreeg; een kabel raakte lelijk zijn hoofd. Hij maakte een uitstapje naar een baan bij het Havenbedrijf, waarna hij in 1984 opnieuw bij Smit terechtkwam om er de hoofddirectie te versterken.

In 1992 verliet hij Smit om toe te treden tot de directie van het Gemeentelijk Havenbedrijf. Daar maakte hij snel carrière, hoewel hij voor zichzelf altijd de optie openhield nog eens een groot zelfstandig, aan de haven gerelateerd bedrijf te gaan leiden. Scholten wilde ook met het Havenbedrijf – in wezen niet meer dan een grote gemeentelijke dienst – de ondernemerskant op. Hij kreeg zijn zin toen Havenbedrijf Rotterdam afgelopen januari werd verzelfstandigd. Scholten kon met overheidsgeld zelfstandig gaan participeren in bedrijven, maar vergat – zoals nu blijkt uit de RDM-affaire – dat hij, zoals bij ieder normaal bedrijf, te maken heeft met een mededirectie en een raad van commissarissen. ,,Ik was verwonderd'', reageert wethouder en president-commissaris Van Sluis op het relaas van Scholten, die afgelopen donderdag de commissarissen van het Havenbedrijf moest opbiechten tot wat voor desastreuze gevolgen zijn solistische optreden heeft geleid.

Scholten is gecharmeerd van het type zakenjongen met de snelle babbel als Joep van den Nieuwenhuyzen. Een status die hij zelf nog niet had bereikt. ,,Onbegrijpelijk en oerstom'', luidt de reactie in een deel van zijn vriendenkring op de faux pas van de havendirecteur. ,,Ik heb hem een jaar geleden al voor RDM gewaarschuwd'', zegt een van hen, die niet nader wil worden genoemd.

Maar Scholten was met zijn nieuwe speeltje, een verzelfstandigd havenbedrijf, nauwelijks meer te remmen. Het volgende spektakel na RDM stond alweer op de rol. Met behulp van het Chinese conglomeraat Hutchison Whampoa werd aan een deal gewerkt om de Amsterdamse containeroverslagterminal Ceres – waar ondanks een investering van honderden miljoen euro nog steeds geen containerschip is afgemeerd – als concurrent voor Rotterdam uit de markt te nemen. ,,Ceres wordt dan Rotterdam-Noord'', verklaarde Scholten, niet voor één gat te vangen.

Eerder was het Rotterdamse containeroverslagbedrijf ECT, waar het Havenbedrijf ook financieel in participeerde, verkocht aan Hutchison. Dat bleek overigens wél een succesvolle deal van de havendirecteur.