Biografen moeten minder klagen

In het zomernummer van het Biografie Bulletin geeft Hans Renders, biograaf van Jan Hanlo en directeur van het nieuw opgerichte Biografie Instituut, datzelfde Biografie Bulletin er stevig van langs. In een interview, afgenomen door Multatuli-biograaf Dik van der Meulen zegt hij: ,,Veel van de kopij in het Biografie Bulletin vind ik nogal klagerig (...). Neem nou het vorige nummer, waarin zonder ironie staat dat weloverwogen besprekingen van biografieën in dagbladen uitzonderingen zijn. Dat is toch echt flauwekul.''

Helemaal waar. Laat het Biografie Bulletin de hand eens in eigen boezem steken en zélf een voorbeeld van weloverwogen biografierecensies geven in plaats van nog eens dunnetjes over te doen wat al in de kranten heeft gestaan. Een gespecialiseerd tijdschrift moet iets toevoegen. Maar in de nieuwste aflevering stijgt de bespreking van Ger Verrips' Karel van het Reve-biografie niet uit boven de gemiddelde dagbladrecensie en het artikel is bovendien helemaal opgehangen aan de eerder verschenen krantenkritieken.

Het is een kwaal waar wel meer literaire tijdschriften en zelfs wetenschappelijke werken aan lijden: afgeven op de journalistieke kritieken, maar diezelfde kritieken vervolgens gebruiken om er, al dan niet in polemische zin, op te reageren. Zelfs in de aanwijzingen voor het aanleveren van kopij verschilt het Biografie Bulletin niet meer van een krant: ,,geen of zo weinig mogelijk voetnoten gebruiken'', luidt de strenge opdracht aan medewerkers.

Het Biografie Instituut waar Renders over vertelt is onderdeel van de letterenfaculteit van de Universiteit Groningen en wil stimuleren dat biografen op hun werk kunnen promoveren door wetenschappelijke begeleiding en theorievorming aan te bieden. Het instituut begint op 1 september en over vijf jaar moeten de eerste biografieën verschijnen. Lukt dat niet, ,,dan doeken we het instituut op'', aldus Renders, die verzuimt op te merken dat het verschijnen van biografieën meer dan van wetenschappelijke begeleiding en theorievorming afhankelijk is van geld. Het welslagen van zijn instituut staat of valt met de subsidies die hij voor potentiële biografen in de wacht weet te slepen.

Uitgever in ruste en biograaf van Achterberg, Slauerhoff en Esscher is een Biografie Instituut op zichzelf. In de rubriek `De werkkamer van de biograaf' vertelt hij over zijn huidige project: de biografie van Vestdijk. Het artikel is gelardeerd met jaloersmakende foto's van zijn gigantische en zeer geordende werkruimte. ,,Daar ligt de complete correspondentie van Vestdijk en Henriëtte van Eyck, vierhonderdveertig brieven groot, voor het eerst vrijgegeven.''

Afgezien van een kennistheoretisch essay van Bert Scova Righini, auteur van een nog te verschijnen biografie van Beb Vuyk, bevat het Biografie Bulletin recensies van al eerder in kranten besproken boeken zoals de aan Betje Wolf en Aagje Deken gewijde roman van Kees 't Hart, Ter navolging. Een uitzondering is de recensie van het prachtig uitgegeven boek over de schilderes Mies Elout-Drabbe (1875-1956) geschreven door Francisca van Vloten, waaraan ten onrechte nog nergens aandacht is besteed.

Biografie Bulletin. Zomernummer 2004 .Jrg.14, nr.2. Prijs: 12 euro.