Zoethoudertje van het kabinet

Het kabinet heeft zijn plannen voor prepensioen afgezwakt én gehandhaafd. Fijn voor 57-plussers, maar wat moeten de vijftigers en de jongere werknemers?

Doorwerken of staken. De vakbeweging wil op prinsjesdag een waarschuwingsstaking tegen de afschaffing van prepensioen, het kabinet kwam vrijdag met een tegenzet. De oorspronkelijke plannen om de fiscale subsidiëring van prepensioen en VUT te staken worden afgezwakt voor werknemers van 57 jaar of ouder. Maar het principe, dat dit kabinet een einde maakt aan fiscale regelingen die stimuleren dat mensen eerder stoppen met werken, blijft recht overeind.

Het kabinet komt met een soepeler overgangsregime. De verbetering betreft twee punten. De groep werknemers die kan blijven profiteren van het huidige fiscale systeem wordt verruimd. In het oorspronkelijke plan bleef iedereen die op 31 december 2005 zestig jaar of ouder was buiten schot, dat wordt iedereen die op 1 januari 2005 57 jaar of ouder is. Door het schuiven met de peildatum is de verruiming minder dan hij lijkt: het gaat `maar' om twee extra `jaargangen' werknemers.

De tweede verbetering is het schrappen van de voorgenomen belasting over VUT-premies. De VUT is een zogeheten omslagregeling: alle actieve werknemers betalen gezamenlijk de uitkeringen van alle vervroegde uittreders van dat moment. Dat werd steeds duurder. Eind jaren negentig is besloten het VUT-systeem te vervangen door een stelsel van kapitaaldekking: het prepensioen. In dat stelsel sparen werknemers voor hun eigen prepensioen. Omdat het enige tijd duurt voordat werknemers voldoende hebben gespaard, zijn vrijwel alle huidige regelingen voor vervroegde uittreding een mengsel van omslag- en kapitaalstelsels. De meeste werknemers betalen zowel VUT-premie (voor de uitkering van de VUT'ers) als prepensioenpremie (voor hun latere eigen uitkering).

Het kabinet was oorspronkelijk van plan om de VUT-premie te gaan belasten – eerst voor de helft, en na 2011 volledig. De VUT-uitkering zelf is – en blijft – ook belast. Deze dubbele belastingheffing was een belangrijk kritiekpunt van de Raad van State op de kabinetsplannen. De belasting van de VUT-premie is nu van de baan voor de 57-plussers. De jongste 57-plusser ontvangt over acht jaar, op zijn 65-ste, zijn laatste VUT-uitkeringen. Tot die tijd, 2013, hoeven werkgevers en werknemers geen belasting te betalen over de VUT-premies. Wie jonger is dan 57 houdt wel de dubbele heffing: eerst wordt de premie belast, later de uitkering. Maar hoeveel bestaande regelingen blijven overeind zonder fiscale ondersteuning?

Tegenover de vervroegde overgangsregeling voor 57-jarigen staat de nieuwe werkelijkheid van alle werknemers die jonger zijn. Dankzij de fiscale heffing op de premies voor prepensioen/VUT worden de werknemers teruggeworpen op hun eigen portemonnee om vroeger te stoppen met werken. Niet via VUT of prepensioen, maar via de zogeheten levensloopregeling, een concept dat hoogleraar Lans Bovenberg enkele jaren geleden heeft gelanceerd.

Bovenbergs oorspronkelijke idee waarin werknemers financieel kapitaal sparen en die spaarpot gebruiken om hun menselijk kapitaal op peil te houden (verlof; scholing) is goeddeels verlaten. Het kabinet propageert de levensloop nu ook als een substituut voor prepensioen onder het motto: zo erg als de vakbeweging het voorspiegelt, is het niet.

Daarnaast lijkt het erop dat een van de innovatieve aspecten van de levensloopregeling onder het tapijt is verdwenen: een deel van het geld gebruiken voordat het hele bedrag bij elkaar is gespaard. Het kabinet wil dat werknemers zelf sparen voor levensloop via een bank of verzekeraar. Het is maar de vraag of deze financiële instellingen zo'n kredietregeling in de levensloop willen bouwen. Op papier zou zo'n kredietregeling een stuk simpeler gaan als ook pensioenfondsen de regeling zouden mogen uitvoeren, al was het maar omdat werkgever en werknemer dan één loket zonder winstoogmerk hebben: hun pensioenfonds.

Biedt de levensloop voor vijftigers en oudere jongeren ook werkelijk soelaas als prepensioen? Hoogstens als surrogaat. Prepensioen is, zoals het Centraal Planbureau én de Pensioen- en Verzekeringskamer dit voorjaar becijferden, een uiterst kostbare regeling. Als de fiscale stimulans wegvalt en werknemers individueel moeten sparen, zonder de aantoonbare voordelen van collectieve afspraken zoals bij de pensioenen, is het hard (door)werken om hetzelfde resultaat te behalen. Voor vijftigers is het al te laat om nog te beginnen met sparen. Maar daar is het het kabinet ook om begonnen.

Tegen die achtergrond zullen werkgevers en vakbonden andere reparaties voor het vroegpensioen ontwikkelen. Eén optie: werknemers sparen een groter deel van hun inkomen voor hun ouderdomspensioen. Dat is nu (nog) fiscaal begunstigd. In de pensioenfondsen van de grote bedrijfstakken (bouw, overheid, zorg) zijn werkgevers en werknemers samen de baas. Zij kunnen ervoor kiezen meer geld opzij te zetten voor pensioen én werknemers meer keuzes te geven, zoals eerder stoppen, maar met minder pensioen.