Zilverwater in de azuurblauwe zee

In een vissersdorp in Sulawesi is eenderde van de bevolking ziek. Kwikvergiftiging, zeggen milieugroepen. Zij beschuldigen een Amerikaans goudwinningsbedrijf.

Het tafereel is oogstrelend. Een halvemaanvormige baai tussen twee kapen met kokospalmen en een azuurblauwe zee met witgekuifde branding, die traag naar het zandstrand rolt. Twee rijen huisjes, de meeste van hout, staan langs een verlaten, halfverhard straatje. Op het strand liggen prauwen. Twee mannen liggen te slapen in de schaduw van hun scheepjes. Het vissersgehucht Buyat Pante is rond dit hete middaguur in slaap gesukkeld.

Op het eerste gezicht is niet duidelijk waarom deze vredige vlek aan de zuidkust van Noord-Sulawesi voor zoveel opschudding zorgt in het verre Jakarta. Toch zijn er tekenen van onheil. Twee mannen met kaplaarzen en helmen met het opschrift `PT Newmont Minahasa Raya' vegen het strand aan. Een opgeschoten jongen in een rafelige korte broek, kennelijk zwakzinnig, strompelt vastbesloten in mijn richting. Hij houdt zijn hoofd schuin en wijst mompelend naar zijn hals. Tussen zijn oorlel en het kraagje van zijn smoezelige T-shirt zie ik bulten en een vuile wond.

Het winkeltje van May Rondomawu (29) is nog open. Een paar vrouwen en kinderen en de visser Salihin (36) schuiven aan onder het afdak. Zij weten waarvoor ik kom, want Buyat Pante heeft de afgelopen weken veel bezoek gehad. Eerst van milieugroepen uit Jakarta en Manado, de hoofdstad van Noord-Sulawesi, en, toen die aan de bel trokken, van de minister van Milieu. May steekt meteen van wal: ,,Mijn moeder heeft bulten en wondjes en heeft last van duizelingen.'' Salihin: ,,Buyat Pante telt 368 inwoners en daarvan zijn er 108 ziek.''

In 1996 begon PT Newmont Minahasa Raya (NMR), een dochter van de Amerikaanse mijnbouwonderneming Newmont, goud te delven in de heuvels boven Buyat en sindsdien loosde het bedrijf via een pijpleiding dagelijks 2000 ton mijnslib op de bodem van de baai. May: ,,In 1995 kwam het bedrijf ons vertellen dat we beter konden verhuizen naar de heuvels. Niemand wilde, want wij leven van de visvangst. Sinds drie jaar worden er mensen ziek. Vroeger sprong de vis hier in de boot, maar nu moeten de mannen steeds verder de zee op om nog iets te vangen. Regelmatig krijgen ze vissen in hun net met rare bulten, waaruit blauw pus komt. De minister kreeg zo'n vis aangeboden, maar hij at hem niet op. `Die neem ik mee naar Jakarta', zei hij, `voor onderzoek'.''

Deze maand zijn 21 mannen, vrouwen en kinderen uit Buyat, allen met ernstige huidaandoeningen, op kosten van milieugroepen naar Jakarta gereisd. Artsen van de Universitas Indonesia onderzochten hun bloed en DNA en constateerden een kwikgehalte ver boven de WHO-norm (8 microgram per liter). Het bloed van Rasyid, een man uit Buyat met in zijn nek een bult als een kippenei, bevatte liefst 23,9 microgram per liter.

NMR heeft herhaaldelijk verklaard dat het bedrijf geen kwik gebruikt bij de raffinage. Het afgegraven gesteente wordt ter plaatse fijngemalen en verhit (`gebrand') en, om het goud te scheiden, geloogd met cyanide. Gouderts bevat echter ook arsenicum, zilver en kwik. Het gas dat vrijkomt bij het `branden' bevat kwikdeeltjes en wordt gefilterd voordat het aan de lucht wordt prijsgegeven. Het mijnslib, dat op 82 meter diepte in de baai wordt gespoten, bevat kwikdeeltjes, maar volgens NMR zijn die `stabiel'. Het bedrijf zegt zich te houden aan de Indonesische milieuwet en aan afspraken met het ministerie van Energie en Minerale Hulpbronnen.

Morgen staakt MNR de goudproductie in Noord-Sulawesi, omdat de ertslaag is uitgeput. De mijn heeft in acht jaar 1,9 miljoen troy ounce (60 ton) goud opgeleverd. De komende drie jaar zal MNR de mijnput toedekken en beplanten. De operatie krijgt echter een staartje. Namens de inwoners van Buyat Pante hebben milieugroepen in Jakarta een proces aangespannen tegen Newmont. Eis: vijf triljoen roepia (500 miljoen euro) schadevergoeding. De Indonesische politie heeft een onderzoek ingesteld en voorlopig geconcludeerd dat NMR het mijnslib ,,onvoldoende heeft gezuiverd van giftige stoffen''. Dit kan leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Dat de inwoners van Buyat Pante slachtoffer zijn van milieuschade, staat wel vast. Maar wie is aansprakelijk?

Een baai noordelijker, aan de andere kant van de kaap, ligt de districtshoofdplaats Ratatotok. Hier stroomt het riviertje de Totok uit in zee. Stroomopwaarts staan tientallen `trommels', simpele centrifugeerinstallaties waar `wilde' goudzoekers gesteente scheiden van het edele metaal. Kinderen spelen in de smerige modder en een vrouw bakt vis onder een afdakje van palmbladeren. Naast de door een generator aangedreven centrifuge met zes cylinders, staat een plastic teil met lege flesjes. Wat zat daar in, vraag ik. ,,Zilverwater'' (kwik), zegt één van de mannen. Dat koopt hij in Manado voor 200.000 roepia (20 euro) per kilo. Per `run' van 24 uur verbruikt deze centrifuge 4 kilo `zilverwater'. Het kwik scheidt het goud van het gesteente en het goud slaat neer in de trommels. Het koel- en proceswater wordt opgepompt uit de Totok en het slibafval – bruin drab, vermengd met water en kwik – wordt even verderop op het land gespoten. De grotere trommels lozen het slib in grote kuilen, waar ze het laten bezinken. Het met kwik vervuilde water verdwijnt in de Totok, die het meeneemt naar zee. Stroomafwaarts ziet het rivierwater bruin van het slib en aan de Totokbaai zijn zelfs de jonge klapperbladeren geel.

Als ik vanaf de brug in Ratatotok in het troebele water tuur, stapt een man in de rivier. Hij zwaait en gooit demonstratief water in zijn gezicht, alsof hij wil zeggen: ,,Wij hebben geen probleem, vreemdeling.'' Een inwoonster van Buyat Pante: ,,Ook in Ratatotok zijn veel mensen ziek, maar ze melden zich niet en ontkennen het probleem, want ze zijn daar heel erg pro-Newmont.'' Misschien. Men is er vooral bang dat de regering optreedt tegen de `wilde' goudwinning, waarin duizenden inwoners hun brood verdienen. De gouverneur van Noord-Sulawesi, A.J. Sondakh, stelde hen vorige week gerust. ,,De provincie heeft geen plannen om de trommels te sluiten'', zei hij. Het is verkiezingstijd en dan is de `volksmijnbouw' heilig.

Volgens de Canadese onderzoeker Evan Edinger bevat het zeewater in de Totokbaai bijna tweemaal zoveel kwik als dat van de naburige Buyatbaai (Totok: 10,6 part per million; Buyat: 5,8 ppm). De norm die wordt aangehouden door de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (ASEAN) is 0,5 ppm. Beide baaien worden gescheiden door een kaap en een eilandje, maar als de vissers zoveel verder de zee op moeten om vis te vangen, is het de vraag of dit een relevante barrière is. Ook de politie is daar niet zeker van. Commissaris Sulistiandri Atmoko, die het onderzoek leidt: ,,Wij hebben aan deskundigen gevraagd in hoeverre het water van de Totokbaai de Buyatbaai vervuilt.''

De kwestie-Buyat is intussen ontaard in een woordenstrijd tussen experts, die elkaar om de oren slaan met meetresultaten. Toxicoloog James Paulus van de Universitas Sam Ratulangi in Manado ziet de komische kant van de tragedie: ,,Er zijn intussen al twintig onderzoeksteams in Buyat Pante geweest om monsters te nemen van vis, bloed en haar. Als het zo doorgaat worden de mensen kaal en verzwakken ze door bloedverlies.'' Dat Newmont zijn personeel het strand van Buyat Pante laat aanvegen, werkt al evenzeer op de lachspieren.