`Vooral mooie woorden uit Khartoum over Darfur'

Vandaag loopt het ultimatum inzake Darfur af dat de VN-Veiligheidsraad aan de Soedanese regering heeft gesteld. Er is veel kritiek op Khartoum.

Het oordeel valt zeer verschillend uit. De Soedanese regering zegt aan 90 procent van de eisen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake Darfur te hebben voldaan. Sommige diplomaten nemen inderdaad een verbetering waar van de veiligheidssituatie in het West-Soedanese crisisgebied. Andere waarnemers daarentegen, evenals mensenrechtenorganisaties, zien nauwelijks vooruitgang.

In resolutie 1556 van de Veiligheidsraad van 30 juli wordt van Khartoum geëist dat het de aan de overheid gelieerde Janjaweed, beschuldigd van massamoord op Afrikaanse burgers in Darfur, begint te ontwapenen. De strijders van deze Arabische militie moeten in kampen worden ondergebracht en schuldigen onder hen berecht. Gebeurde dit niet binnen één maand, dan zouden sancties ,,in overweging'' worden genomen.

De bezoekende Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw zei vorige week in Darfur: ,,De Soedanese regering heeft vooruitgang geboekt, speciaal wat betreft toegang van hulpverleners tot de kampen van ontheemden en ze heeft de veiligheid in deze kampen verbeterd. Maar ontheemden vinden het nog niet veilig om naar hun dorpen terug te keren.'' Het aantal buitenlandse hulpverleners in Darfur nam, na versoepeling van de visumvoorwaarden, de afgelopen weken toe van enkele tientallen tot honderden.

Jan Pronk, speciale afgezant van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, is de afgelopen maand door Soedanese waarnemers gekritiseerd wegens zijn te vriendelijke opstelling jegens de regering. Maar vorige week op een persconferentie in Khartoum stelde hij zich juist kritisch op: ,,In Khartoum horen we vele mooie woorden van de regering, maar in Darfur is niet veel veranderd. De Verenigde Naties willen niet alleen beloften maar ook daden.''

Bij het toezicht op de uitvoering van de resolutie stelden VN-diplomaten in Khartoum zich pragmatisch op, in het besef dat de Soedanese president Omar Hassan al-Bashir in korte tijd een uitgebreide en wijdverspreide troepenmacht als de Janjaweed niet onder controle kan krijgen. Bashir leek mee te werken. Hij gaf na maanden van ontkenningen voor het eerst aan Kofi Annan openlijk toe dat zijn regering de Janjaweed had bewapend. Maar dit bleek, in de woorden van een hoge VN-medewerker, ,,een Pyrrusoverwinning''. Want toen de VN vorige week de regering vroegen om een lijst van Janjaweedleiders voor berechting, weigerde de overheid dat te geven.

Volgens de Soedanese minister van Binnenlandse Zaken Abdul Rahim Hussein heeft zijn regering 90 procent van de beloften aan de VN ingewilligd. Osman Yusuf Kibir, gouverneur van de provincie Noord-Darfur, maakte vorige week bekend dat ,,30 procent van de militiestrijders in zijn provincie is gedemobiliseerd''. Hulpverleners en mensenrechtenorganisaties brengen daartegen in dat leden van de Janjaweed niet zijn gedemobiliseerd maar opgenomen in de politiemacht waarmee de regering de ontheemden wil beschermen. ,,Hoe kunnen deze politieagenten, die eerst als Janjaweed de Afrikaanse inwoners van Darfur verjoegen, nu diezelfde mensen in kampen bescherming bieden'', vroeg een boze hulpverlener zich af. ,,De regering speelt een uiterst cynisch spel.''

De VN willen veilige zones creëren rond kampen voor ontheemden en de regering ging hiermee akkoord. ,,We vragen niet om herstel van de veiligheid in geheel Darfur in de komende dagen'', zei Pronk vorige week, ,,maar er zijn gemarkeerde zones waarin dat wel moet gebeuren''. In de snel uitdijende gemeenschap van buitenlandse hulpverleners ontstaat echter twijfel over deze strategie. ,,De VN spelen de regering in de kaart. De regering zelf wilde al ver vóór de resolutie in de Veiligheidsraad de ontheemden in kampen onderbrengen om hen daar te kunnen controleren'', hekelde een hulpverleners het VN-plan. ,,En buiten die veiligheidszones mag de Janjaweed kennelijk doorgaan met het moorden en inpikken van akkers van de verdreven Afrikaanse bevolking.''

Volgens de hoofdredacteur van een Soedanese oppositiekrant in Khartoum laten de VN zich in luren leggen: ,,Door buitenlandse hulpverleners toe te laten maar de Janjaweed niet werkelijk aan te pakken hoopt de regering onder de internationale druk uit te komen.'' Er hadden eerder deze maand enkele berechtingen van Janjaweedstrijders plaats maar deze roepen vragen op. ,,De paar Janjaweedstrijders die eerder deze maand werden veroordeeld, blijken uit de gevangenis geplukte criminelen'', aldus advocaat Ali Mahmoud Hasenein. ,,Eén van hen was een bankmanager die een check zou hebben vervalst.''

De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch trok eind vorige week in een rapport een soortgelijke conclusie. Volgens de organisatie doet de regering niets tegen militaire kampen van de Janjaweed. In het rapport worden 16 kampen met naam en plaats genoemd, sommige vlak bij de beoogde veiligheidszones. Drie van de kampen werden onlangs gesticht, vlak vóór de Veiligheidsraad de resolutie over Darfur aannam.