Vooraan in de frontlinie

Lyn MacDonald schreef een standaardwerk over de slag bij Ieper. Ter promotie van de Nederlandse vertaling gaf de bejaarde Engelse historica een rondleiding over de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog.

Er zijn drie manier van sterven, heet het. Alle drie even droevig. Eén: je lichaam houdt ermee op. Twee: je oude omgeving praat niet meer over je. En drie: niemand kan zich jou nog herinneren. De doden van de Eerste Wereldoorlog zijn bijna allemaal driewerf gestorven. Levende veteranen van de Great War en de Grande Guerre zijn op een paar handen te tellen. De allerlaatste Belgische veteraan, Emile Brichard, overleed begin juli.

Als iémand iets gedaan heeft om zoveel mogelijk van de oud-strijders aan de vergetelheid te ontworstelen is het Lyn MacDonald. Voor haar boeken zoals Somme, To the Last man: Spring 1918 en They called it Passchendaele had ze een kwart eeuw terug vraaggesprekken met vele honderden Britse veteranen – ,,our lads.'' Van dat laatste boek, over de maandenlange slijtageslag in de zomer en herfst van 1917 in Vlaanderen met wellicht driekwart miljoen Britse en Duitse slachtoffers, is kortgeleden een vertaling uitgekomen. Ter gelegenheid daarvan gaf ze pas een rondleiding over het slagveld rond Ieper – en werd ze met alle égards onthaald in dit epicentrum van de Vlaamse vleesmolen, die `Passendale' was.

,,Als ze hier hadden doorgezet, was het misschien nog wat geworden. Maar dat lukte niet'', zegt MacDonald, intussen de zeventig gepasseerd, staand op de gekraterde Hill 60, die bij de opening van het Britse offensief begin juni op de Duitsers was veroverd. De torenspitsen van Ieper liggen maar een paar kilometer verderop.

Nadat de zestig meter hoge heuvel was ingenomen, waren er te weinig manschappen beschikbaar om door te zetten. Slechte voorbereiding was een stramien van het offensief. Het inleidende bombardement voor het vervolg van de campagne duurde zeven weken in plaats van één, omdat de troepen niet klaar waren voor de aanval.

Toen ze eenmaal op de laatste dag van juli over the top gingen, brak er een dagenlange wolkbreuk los die het landschap veranderde in een moeras van modder, mosterdgas en duizenden lijken. ,,Ik had eigenlijk medelijden met Britten én Duitsers. Niemand had bij het begin van de oorlog in de gaten dat het zó uit de hand zou lopen.''

Bij ieder punt rond Ieper dat de trage opmars markeert, kerkhoven, een akker waar zes weken om gevochten werd, reuzenkraters van mijnontploffingen, vertelt ze verhalen over de manschappen. Over de dronken mijnwerker die lallend over het niemandsland zwalkte en werd toegelachen door Britten én Duitsers. Over hoe zwaargewonde militairen verdronken in de blubber en wat voor geluid dat maakt. Maar ook over de Belgische pastoor die een veelgebruikt f-woord niet kon thuisbrengen. ,,Hij zocht het woord op in zijn Engelse woordenboek en vond alleen het woord fake, van nep, of vals. Fake the Belgians. Hij begreep er niks van.''

De militairen liggen haar aan het hart, grote strategische kwesties zijn aan haar niet besteed. Wie ook niet veel had met strategie was de Britse opperbevelhebber Douglas Haig. Die blééf maar nutteloos versterkingen voeren aan de Duitse mitrailleurs en het strijdgas. Van het Franse leger op zijn oostflank hoefde hij geen steun te verwachten, aangezien dat om precies die reden aan het muiten was geslagen.

Het dorpje Passendale werd op 10 november veroverd, door Canadezen. ,,Ik heb het gemeten. Van Ieper naar Passendale is een autoritje van zeven minuten. Daar hebben ze meer dan drie maanden over gedaan.'' Ze moesten Passendale bij het Duitse voorjaarsoffensief van 1918 weer opgeven.

's Avonds brengt een half dozijn hoornblazers onder de herdenkingspoort, de Menin Gate in Ieper, de Last Post ten gehore. ,,Sommige mensen gaan klappen als ze klaar zijn'', zegt ze, ,,I hate that. Ze weten niet dat het om een ceremonie gaat in plaats van om een voorstelling.'' In de muren van het monument zijn de namen gegraveerd van vijftigduizend Britten, Zuid-Afrikanen, Nieuw-Zeelanders en Australiërs wier lichamen in de modderbrij van `Passendale' nooit zijn gevonden.

Tijdens de paar minuten stilte die volgen op de laatste groet loopt MacDonald naar voren, naar het centrum van de poort om de hoornblazers te inspecteren. Dat mag ze als eregast van de stad. ,,Ik voel me erg verdrietig'', zegt ze als ze terugloopt. ,,Ik heb mijn laatste lad drie maanden geleden ten grave gedragen. Hij was 105. In zekere zin sta ik nu vooraan in de frontlinie.''

Lyn MacDonald: Passendale 1917, Anthos/Manteau €22,95