Veertig jaar jazz

,,Ik heb eens een hele middag zitten praten met Alvin Queen. Hoewel ik best aardig Engels spreek, begreep ik er niks van. Hij had het voortdurend over `business'. Maar toen hij 's avonds achter de drumkit kroop had je geen kind aan hem. Er zat niet één verkeerde klap bij. Plots wist ik prima waar hij het over had. In zo'n geval word je als blazer een beetje bestuurd. Je wordt niet geforceerd om alles vol te spelen. En alles wat je probeert, lukt ook.''

In een carrière is tenorsaxofonist Ferdinand Povel (1947) nooit echt geïnteresseerd geweest. De communicatie op het podium, daar gaat het hem om, sinds 1964 toen hij als zeventienjarige het Loosdrecht Jazz Concours won. Daarna ontpopte Povel zich als solist bij The Skymasters en de orkesten van Kurt Edelhagen, Maynard Ferguson, Thad Jones en Mel Lewis. Hij speelde met alle groten, van Art Farmer tot Philly Joe Jones. Dit najaar viert hij zijn veertig jarig jazzjubileum.

,,Toen ik elf werd nam mijn oudste zus me mee naar een nachtconcert van Duke Ellington in het Concertgebouw. We zaten op de goedkope plekken, onder het orgel, vlak achter het koper. Ik kon zo over de schouder van de muzikanten meekijken. Tijdens de pauze liep ik via het podium naar de foyer. Toen zag ik voor het eerst het Otto Link-mondstuk van Paul Gonsalves' sax, de LeBlanc klarinet van Jimmy Hamilton. Ik wist toen nog niet dat het zo heette. Maar ik speel nu nog steeds op een Otto Link-mondstuk en een LeBlanc klarinet.

,,Dat Ellington-concert maakte een diepe indruk; zo'n geluid had ik nog nooit gehoord. Maar een saxofoon- of jazzopleiding was er toen nog niet in Nederland. Dus ging ik klarinet studeren bij Theo Loevendie. Dat was in ieder geval een jazzman. Achter zijn rug om heb ik een saxofoon aangeschaft en ben ik als zeventienjarige op Loosdrecht gaan spelen.

,,Er zijn me in de loop van de tijd wel contracten onder de neus geduwd. Maar die waren meer bedoeld voor popgroepen. Met verplichtingen om in het buitenland interviews te doen, een tweejarig verbod om voor andere platenmaatschappijen op te nemen. Dat milieu stond me niet aan. Ik heb nooit een contract ondertekend. Ik heb wel alles aangepakt, van televisieshows en workshops tot kermissen in Noord-Holland waar je moest spelen tot de dood erop volgt. Soms ben je meer kwijt aan reiskosten dan je gage. Maar als je wilt spelen dan moet je idealistisch blijven.

,,Ik speel veel thuis, alleen al om mijn embouchure op peil te houden. En dat klinkt soms best lekker. Maar je hebt toch altijd het idee dat als je met anderen speelt het beter moet gaan dan thuis. Maar vaak is het juist veel moeilijker. Dan spelen die anderen te hard, te vierkant. Dan mist de feeling. En ook de omgeving heeft er veel mee te maken. Het liefst speel ik in een groot houten café waar mensen kunnen rondlopen. Zo'n omgeving is beter geschikt voor jazz dan een concertzaal waar het publiek op stoeltjes zit te luisteren. Niets is vervelender dan spelen voor het verkeerde publiek in de verkeerde setting.

,,Toen ik als saxofonist begon, kochten al mijn leeftijdgenoten gitaren. Vanwege The Rolling Stones en The Beatles. De laatste jazzclub van Nederland, de Sheherazade in Amsterdam, sloot net de deuren. Ik had toen nooit gedacht dat de jazz het zou overleven. Maar jongeren van nu hebben weer belangstelling voor de muziek. Het lijkt wel of we een bescheiden jazz-renaissance meemaken.''

Concerten: 1/9 met De Baileo Big Band, De Tobbe Voorburg, 3/9 Jazz Festival Laren; 4/9 met Cees Slinger Jazz Festival Laren; 5/9 met Ruud Jacobs in Pim Jacobs Theater Maarssen.