Vechten tegen de windmolenwaan? 2

Met stijgende verbazing heb ik de bijdrage van Daan Remmerts de Vries gelezen. Verbazing die al snel omsloeg in oprechte ergernis. Remmerts de Vries weet duidelijk niet waar hij het over heeft als het gaat om beslissingen over het opwekken van duurzame energie en van het bouwen van windmolens in het bijzonder.

Ergernis drijft hem voort omdat hij de windmolens als lelijk en benauwend ervaart. Maar objectiviteit passeert subjectiviteit als het gaat om het algemeen belang. De keuze van de Nederlandse overheid met behulp van emissiedoelstellingen het broeikaseffect te reduceren is juist. Alternatieven die Remmerts de Vries noemt, zoals getijdenwerking en zonne-energie zijn de komende 10 jaar nog niet technisch (bij de getijden `molen') en economisch (bij de zonnecellen) haalbaar. Daar moeten we het dus niet van hebben. Dan houd je dus voor het komende decennium wind over als alternatief (en de Kyoto-doelstellingen hebben als deadline al 2008!).

De Duitse en Deense buren zijn er in geslaagd om in circa 10 procent van de totale energiebehoefte te voorzien dankzij de wind en daar is de rek uit vanwege het ruimte- en continuïteitsvraagstuk (wind is nu eenmaal niet constant dus je moet altijd voldoende back-up houden). Daar wil Nederland ook naartoe. Ik juich het toe, waarbij we inderdaad niet alle polders moeten volbouwen met die draaiende wieken van 80 meter hoog. Dat moeten we lekker op zee doen, uit het zicht van de strandwandelaar die komt uitwaaien en de zonaanbidder. Dat betekent dus ongeveer 20 kilometer uit de kust, precies zoals men dat van plan is. Daar heeft zelfs Remmerts de Vries geen problemen mee lijkt me.