Slowaken herdenken hun opstand zonder uitbundigheid

In Slowakije werd gisteren de Slowaakse opstand van 1944 herdacht. Heel uitbundig gebeurde dat niet: de Slowaken vochten indertijd niet alleen tegen de Duitsers, maar ook tegen zichzelf.

De tachtigjarige Pavol Šifra heeft gebeden dat hij er dit jaar weer bij mag zijn. En daar staat hij dan, in de brandende zon, met een zakdoek op het hoofd geknoopt, leunend op krukken, bij de viering van de zestigste verjaardag van de Slowaakse nationale opstand.

Šifra was wetenschapper van beroep toen op 29 augustus 1944 in Slowakije een massale rebellie tegen de nazi's uitbrak. ,,Ik meldde me na een paar dagen aan bij de opstandelingen'', zegt de oud-strijder. ,,Ik had nog nooit geschoten.''

Honderden Slowaken herdachten hun opstand gisteren in Banská Bystrica, het strategisch gelegen bergstadje dat destijds brandpunt was van de gevechten. Maar uitbundigheid ontbrak. Want na zestig jaar weten de Slowaken nog steeds niet zo goed wat ze van hun opstand moeten vinden.

Na de oorlog werd de opstand `geclaimd' door de nieuwe machthebbers: de communisten. Zij dichtten zich in de geschiedenisboekjes een leidende rol in de opstand toe. ,,Een mythe'', zegt historicus Ivan Kamenec, een autoriteit op het gebied van de Slowaakse oorlogsgeschiedenis. De democratische, niet-communistische krachten in Slowakije waren minstens zo belangrijk.

,,De leiders van de opstand hadden vrijheid en democratie als officiële doelstellingen'', zegt Kamenec. ,,De communisten hebben de geest van de opstand daarna veertig jaar lang onderdrukt. Zij hebben een muur gebouwd waar we nog lang niet doorheen zijn gebroken.'' En achter die muur, zegt Kamenec, zit nog een muur. Ditmaal eentje van alle Slowaken.

De Slowaken vochten in 1944 tegen de Duitsers, maar eigenlijk ook tegen zichzelf. Want in de vijf voorgaande jaren was Slowakije een trouwe vazal van de nazi's geweest. Sterker nog: het ontstaan van de eerste onafhankelijke Slowaakse staat, in 1939, was te danken aan Hitler, die een jaar eerder tijdens de beruchte conferentie van München hele stukken van Tsjechoslowakije – Bohemen en Moravië – annexeerde en de Slowaken aanmoedigde een eigen staat op te richten. Voor de oorlog werden de Slowaken door de Tsjechen niet als aparte nationaliteit erkend. Wat een moment van intense vreugde had moeten zijn – een eigen staat, los van de Tsjechen – werd meteen een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis.

Onder Jozef Tiso, de nationalistische en antisemitische priester die aan het hoofd stond van de eerste Slowaakse staat, werden duizenden Slowaakse soldaten naar het oostfront gestuurd om met de nazi's tegen de Sovjet-Unie te vechten. Bovendien werden naar schatting 70.000 joden onder zijn regime de dood ingestuurd. De Slowaken betaalden het transport van hun joodse landgenoten naar de concentratiekampen uit eigen zak, een unicum in de oorlog. De Slowaakse economie beleefde een bloeiperiode, dankzij Duitse orders en investeringen. Het land was een oase van vrede en welvaart, temidden van Europees oorlogsgedruis.

De opstand van 1944 was een daad van verzet, waarmee de Slowaken zich op het laatste moment nog aan de kant van de overwinnaars schaarden. Het was ook een daad die de positie van de Slowaken in het naoorlogse Tsjechoslowakije een stuk sterker zou maken. ,,In Tsjechoslowakije was nooit gerebelleerd tegen een vreemde mogendheid'', zegt Kamenec. ,,En sindsdien is dat ook niet meer gebeurd.'' De Slowaken konden met hun opstand een zekere mate van autonomie eisen.

De Slowaakse opstand brak uit na een periode van groeiend verzet: Tiso had steeds meer moeite met het handhaven van de orde en nodigde daarom Duitse troepen uit op Slowaakse bodem. De rebellie was een reactie op die dreigende bezetting. Ongeveer 20.000 partizanen, veelal deserteurs van het oostfront en ontsnapte (buitenlandse) krijgsgevangenen, vochten aan de zijde van 60.000 reguliere Slowaakse soldaten die zich bij de opstand aansloten. Tweederde van Slowakije was even bevrijd gebied.

Eind oktober 1944 werd het verzet door een overmacht aan Duitse vuurkracht neergeslagen. Ruim negentig dorpen die ervan verdacht werden hulp te hebben geboden aan de rebellen werden volledig platgebrand. Later zouden honderden massagraven met vermoorde burgers worden gevonden. Ongeveer 17.000 Slowaken bleven tot aan het einde van de oorlog vanuit de bergen een guerrillastrijd voeren tegen de nazi's.

De opstand wordt ook vaak een daad van morele purificatie genoemd: een soortboetedoening voor het `foute' verleden. Maar was dat het wel? Tijdens de herdenking gisteren werd er vooral een heleboel niet gezegd. Over Tiso – na de oorlog als oorlogsmisdadiger geëxecuteerd – werd helemaal niet gesproken. Historicus Kamenec noemt dat het fenomeen van de `witte bladzijden'. ,,Wat men niet zegt of niet weet, bestaat gewoon niet. De Slowaakse president werd eens gevraagd naar zijn mening over Tiso. Hij antwoordde toen: dat laat ik over aan historici.''

De Slowaken willen hun opstand vooral zien als de strijd tegen de Duitsers, tegen het fascisme. Niet zozeer tegen Tiso of tegen de eerste Slowaakse staat. ,,We vochten niet echt ergens tegen'', zegt Štefan Slezák, die destijds was ingedeeld bij een tankdivisie. ,,Onze bazen waren Duitsers, geen aardige mensen, ze deelden bevelen uit, stuurden onze makkers naar het oostfront. Dat waren we zat.''