Puinpoeier

De medaillespiegel kan me even gestolen worden. Verhalen wil ik horen, mooie verhalen. De verhalendragers zijn de ware kampioenen van de Olympische Spelen.

Aan de Adrian Annus-story beleef ik veel plezier. Vier uur voor de sluitingsceremonie kreeg de Hongaarse kogelslingeraar te horen dat hij zijn gouden plak moet inleveren. Hij weigerde een tweede dopingtest. Annus is inmiddels naar zijn vaderland gevlucht met de medaille. Hij schijnt zich schuil te houden op een geheime plek. Groot gelijk, AA. Eén keer in het potje plassen lijkt me ruim voldoende. Eigenlijk zijn de mannen en vrouwen van de krachtsporten – in Athene goed voor veel dopinggevallen – bij voorbaat `vrijgesteld'. Het pubiek eist onmogelijke afstanden met de geslingerde kogel, ontilbare halters boven het hoofd. Dat vraagt om een pil en een spuit. Hoe kom je anders aan een medaille?

De ondergedoken Annus zal in het diepst van de nacht uit zijn hol kruipen en zachtjes wateren tegen een boom. IOC-voorzitter Rogge loopt al met een wichelroede over het Hongaarse land. Hij zal het grondwater aan een extra test onderwerpen. De twee zeppelins die wekenlang over Athene en omstreken waakten, glijden langzaam van de Acropolis naar Budapest. De jacht naar de dopingzondaars duurt voort. We'll smoke them out!

We willen verhalen, mooie verhalen.

En we krijgen ze. Ik stond met een bord pasta met mijn rug naar de marathon toen de commentator een schreeuw gaf. Ik zag nog net een soort doedelzakspeler in een vinnige omhelzing met de leidende loper het publiek in vallen.

Terreur, denk je. Dus toch nog, op die o zo veilige Spelen. Je verwacht een fel, politiek statement van achtergestelde Grieken die de vijf ringen niet meer kunnen luchten of zien. Maar nee, het verhaal is gekker. Het blijkt een verwarde Ier te zijn, een ex-priester die negen jaar geleden de katholieke kerk is uitgegooid. Hij is tegenwoordig specialist in het verstoren van sportevenementen. De man (57) heeft zijn haar met henna geverfd; sport duldt geen grijze kruinen. Hij draagt een eigen tekst op zijn shirt: The Second Coming is Near. Noem dat maar een verwarde man! Met zo'n regel wint hij, na een lange gevangenisstraf, ongetwijfeld de Pulitzer-prijs. Ik eis eerherstel voor de ex-priester. Mogelijk wordt hij de nieuwe paus. The Second Coming is Near. Een gedicht over sportangst, samengebald in vijf woorden. Turen alle sporters niet regelmatig in de diepte van hun eenzame wedloop, in de wetenschap dat je een keer gepasseerd wordt door een ander?

De vlammenwerper in het stadion is inmiddels gedoofd. Het is middernacht. Ik wil voor het slapen gaan nog één verhaaltje uit de eeuwige sportstad. Ik bel naar de bronzen judoka Dennis van der Geest. Gelukkig, hij neemt op, hij komt net van de sluitingsceremonie. Ik hoor zijn rustige ademhaling tijdens een wandeling door Athene. Zijn wedstrijd tegen de Italiaan Paolo Bianchessi was mijn hoogtepunt van de Spelen. Twee zwaargewichten bevochten elkaar op leven en dood. Na de reguliere tijd was er nog geen winnaar. Ze moesten door, al weigerden hun lijven dienst. Ze lagen in de laatste minuten steeds totaal uitgeput op hun rug en staarden naar het plafond.

Voel je die partij nog, Dennis? ,,Nou, de eerste dagen had ik verschrikkelijke pijn tussen mijn schouderbladen. Daar verzuurt alles. En mijn rug was naar de puinpoeier. Nu gaat het wel weer lekker. Weet je trouwens dat ik op een feestje van Sports Illustrated nog wat gedronken heb met die bokser, Holyfield? Mooi hè? Nou, morgen vlieg ik terug naar huis.''

We nemen afscheid. Ik druk mijn telefoon uit. Het contact tussen zijn Athene en mijn Rotterdam is voorgoed verbroken.