Niet te groot voor een kleine kamer

Op de laatste dag van zijn eerste Zomerspelen als IOC-voorzitter, zag Jacques Rogge er gisteren opgelucht uit. De Belg heeft van het bestrijden van doping welhaast een kruistocht gemaakt. ,,De boel oplichten zit in de menselijke natuur.''

Hij werkt van 's ochtends acht tot 's avonds acht. En dat zes dagen per week. ,,Als iemand mijn agenda zou zien, zou hij zeggen: houd toch op met die baan'', zei Jacques Rogge (62), IOC-voorzitter sinds juli 2001, vorige week in een interview. Wat zóuden ze hem graag zien vertrekken, de man die omschreven wordt als `Mr. Clean'. `Ze', dat zijn leden van het IOC die er niet voor terugdeinzen zich te laten omkopen teneinde een stad de Olympische Spelen te bezorgen, en atleten bij wie de dopingcontrole positief uitvalt en zonder pardon aan het olympische kruis worden genageld.

Het moet hem, die van het bestrijden van doping in de sport welhaast een kruistocht heeft gemaakt, dan ook zwaar te moede zijn geweest dat nog voor de Spelen in Athene waren begonnen de Griekse atleten Kostas Kenteris en Katerina Thanou niet op de dopingcontrole verschenen.

Stond zijn voorganger Juan Antonio Samaranch bekend om zijn welhaast autocratische optreden en zijn `vermogen' duistere praktijken onder het tapijt te vegen, sinds Rogge – getrouwd en vader van twee kinderen – aan het roer van het IOC staat, waait er een andere wind. Dat merkte bijvoorbeeld het Bulgaarse IOC-lid Ivan Slavkov. Hij werd kort geleden uit Athene verwijderd na in een BBC-reportage beschuldigd te zijn van omkoopbaarheid.

Dat merkten twee jaar eerder, tijdens de Winterspelen in Salt Lake City, Rogges medebestuursleden. Zíj sliepen in een hotel, Rogge verbleef in het olympisch dorp waar hij sliep ,,in een goed bed, in een rustige kamer. Een kleine kamer weliswaar, maar alles wat ik nodig heb, was er'', zei hij in februari 2002 in een interview met de Amerikaase krant Deseret News.

Al eerder had een Belgische journalist gemerkt dat Jacques Rogge een geval apart is. De journalist belde hem op tijdens de Spelen in Seoul (1988) waar hij aan het hoofd stond van het Belgisch olympisch team. ,,Het was vier uur 's ochtends. Ik zei: waarom bel je mij in vredesnaam?! Hij zei: Jacques, je gelooft het niet, de dopingcontrole bij Ben Johnson is positief. Heel spontaan zei ik: dat is toch fantástisch! Waarop de journalist zei: Ben je gek geworden? Dit is een ramp! Maar voor mij was het prachtig nieuws. De snelste atleet was ontmaskerd als iemand die de boel had belazerd. Het systeem werkte'', aldus Rogge begin deze maand in het Engelse dagblad The Guardian. ,,De boel oplichten zit in de menselijke natuur. Ik zeg altijd: wat doping is voor de sport, is criminaliteit voor de samenleving. We kunnen mensen niet zover krijgen dat ze ophouden met de boel op te lichten, maar we kunnen in ieder geval zorgen voor zeer stringente dopingcontroles.'' Hetgeen menig sporter onder zijn bewind heeft ervaren.

Geboren in Gent op 2 mei 1942 begon hij zijn schoolcarrière op het Sint-Barbaracollege en studeerde hij aan de Rijksuniversiteit Gent af als doctor in de geneeskunde met een licentie in de sportgeneeskunde. Sinds 1978 is hij als orthopedisch chirurg verbonden aan het Gentse Maria Middelares-ziekenhuis. Daarnaast doceerde hij sportgeneeskunde aan de Vrije Universiteit Brussel en de Rijksuniversiteit Gent en toonde zich een verwoed sporter. Drie keer nam hij in de éénmansboot Finn-jol deel aan de Spelen: in Mexico (1968), München (1972) en Montreal (1976). Zijn beste resultaat was een 25ste plaats in Mexico. Hij werd één keer wereldkampioen en zestien keer Belgisch kampioen. Daarnaast speelde hij rugby. Hij werd met zijn club landskampioen en speelde in het nationale team.

Na de Spelen van Montreal kreeg Rogge van Raoul Mollet, toenmalig voorzitter van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), het aanbod als atletenafgevaardigde in BOIC te stappen. Voor de Spelen van Moskou (1980) werd hij delegatieleider. Daarna werd hij hoofd van het directiecomité Topsport. In december 1989 gaf Raoul Mollet de fakkel door en kreeg Rogge de leiding over BOIC. Datzelfde jaar werd hij ook voorzitter van de Europese Olympische Comités.

Sinds 1991 is Rogge lid van het IOC. Hij maakte deel uit van verscheidene commissies en stond aan het hoofd van het coördinatiecomité van de Spelen in Sydney. Met de goede organisatie hiervan maakt hij binnen én buiten het IOC indruk. Sindsdien werd hij algemeen beschouwd als gedoodverfd opvolger van Samaranch die het IOC sinds 1980 op geheel eigen wijze bestierde. Tijdens de IOC-voorzittersverkiezing in juli 2001 kreeg hij dan ook een ruime meerderheid achter zijn naam. Tijdens zijn eerste toespraak als voorzitter had hij lof voor zijn vrouw die hem altijd heeft gesteund, zowel moreel als financieel. In de aanloop naar de Spelen van 1968 bijvoorbeeld, zo zei hij tijdens die toespraak, mocht hij met haar goedkeuring een nieuw zeil kopen in plaats van een bloesje voor haar.

Na deze huiselijke mededeling kwam natuurlijk het echte werk: in duidelijke bewoordingen liet hij zijn gehoor weten dat dopinggebruik in de sport hard zou worden aangepakt. Ook pleitte hij er in zijn toespraak voor de omvang van de Spelen tot `normale' proporties terug te brengen en ze zoveel mogelijk te ontdoen van commerciële excessen – een pleidooi dat hij nog niet zo lang geleden herhaalde. Hij wees daarbij op Afrika waar de Spelen, omdat ze zo gigantisch zijn geworden, nog nooit hebben plaats gevonden. Of Rogge ooit zijn zin krijgt, moet betwijfeld worden, aangezien normale Spelen voor een beetje sponspor niet lucratief genoeg zijn.

Behalve de strijd tegen doping en bestuursleden die het achter de elleboog hebben (of hadden), kwam daar na 11 september 2001 de strijd voor veilige(r) Spelen bij. Op het moment dat Rogge – hij was toen in Spanje – zag hoe een tweede vliegtuig zich in het World Trade Center in New York boorde, besefte hij dat de wereld voor altijd veranderd was. Toch werden, aldus Rogge, ook in de afgelopen decennia al op grote schaal veiligheidsmaatregelen genomen, maar wat Athene heeft moeten verstouwen is exceptioneel. ,,De Grieken hebben gedaan wat ze kunnen, ze zijn daarbij door een aantal landen geholpen, maar we kunnen alleen maar hopen dat het goed gaat'', zei hij aan de vooravond van de Spelen.

Zijn verkiezing tot IOC-voorzitter werd destijds door de Griekse premier Simitis en diens Pasok-regering met vreugde begroet. ,,Een vriend van Griekenland staat aan het olympisch roer'', klonk het jubelend. Rogges voorganger Samaranch had zich in Athene bepaald niet geliefd gemaakt met de publieke waarschuwing dat Griekenland de Spelen wel kon vergeten wanneer de voorbereidingen niet voortvarender zouden worden aangepakt.

Rogge, die bij Olympia-watchers bekend staat om zijn diplomatieke gaven en zijn hang naar consensus, zal de afgelopen jaren beide kwaliteiten in het vuur geworpen moeten hebben teneinde een olympische blamage te voorkomen. Het is niet ondenkbaar dat hij blij was met de regeringswisseling in Griekenland, op 7 mei, en dat de nieuwe premier, Karamanlis, zich meteen de portefeuille Cultuur toeëigende als gevolg waarvan het merendeel van de olympische projecten onder zijn hoede kwam. De besluitvorming kreeg hierdoor een positieve impuls – en dat was hard nodig.

Dat vond Rogge ook, zei hij op 13 maart tegen persbureau AP. ,,We maken ons zorgen over het dak boven het olympisch stadion. We maken ons zorgen of het metrotraject op tijd klaar is en of de tram straks rijdt.'' Van een schuldvraag wilde hij niets weten. Integendeel, gisteravond prees hij met trots de Griekse Spelen de hemel in. Rogge zei vooraf minder bedenkingen te hebben gehad dan de buitenwereld, maar desondanks opgelucht te zijn dat `Athene' tot een goede einde is gekomen.

De president zag er gisteren op de afsluitende persconferentie zichtbaar opgelucht uit. Casual gekleed, zonder stropdas en met een grote glimlach, trad hij de internationale pers tegemoet. Hij pareerde elke aanval met verve, of het nu over doping of de falende juryleden bij diverse sporten ging. Overigens vertelde hij dat het IOC met bonden gaat praten waar jurering nog steeds een probleem is. In navolging van de boks- en schaatsbond vindt Rogge dat die federaties maatregelen moeten nemen om in de toekomst malversaties te voorkomen. Die smet mag de Spelen niet opnieuw worden opgelegd. ,,We accepteren dat mensen fouten maken, maar niet dat er wordt gemanipuleerd.''

Hij wilde `Athene' niet relativeren, maar wees er bij verschillende gelegenheden wel op dat mensen kort van memorie zijn. Inderdaad: de aanloop naar de Spelen in Sydney verliepen ook niet bepaald vlekkeloos, in Montreal (1976) werd het stadion pas na de Spelen opgeleverd en wie zich de ellende op het vliegveld even buiten Atlanta (1996) herinnert, krijgt alsnog een waas voor de ogen. Daar moest een dag na de sluiting van de Spelen een kwart miljoen mensen `weggewerkt' worden.

Nu Rogges eerste Zomerspelen als voorzitter zijn afgelopen, prijst hij de Grieken over hun organisatievermogen, hun soepelheid en hun vriendelijkheid. Bovendien zei hij geroerd te zijn door mooie sportmomenten, zoals de zege van de Pool Korzeniowski bij het 50 kilometer snelwandelen. ,,Op het vroege tijdstip van acht uur lopen voor een paar toeschouwers, dat vind ik het ware olympisme.''

Maar zijn conclusie na twee weken sport van de bovenste plank is dat de opmars van de Aziatische landen is ingezet. De IOC-voorzitter voorspelde voor de Spelen van Peking een overwicht van de Aziaten. En op de langere termijn denkt hij dat het programma van de Spelen zal veranderen. ,,Want dat is sinds 1936, toen polo werd verwijderd, niet meer gebeurd.''

Met medewerking van Cees Banning