Israël in alle staten over onthulling `spionagezaak'

In Israël heerst grote opwinding over het FBI-onderzoek naar mogelijke spionage voor Israël door een hoge ambtenaar op het Amerikaanse ministerie van Defensie.

Een nieuwe, pijnlijke spionagezaak? Of een klassiek voorbeeld van nauwe banden tussen Israëlische en Amerikaanse diplomaten en beleidsmakers met de American Israeli Public Action Committee (AIPAC), de pro-Israëlische lobby-organisatie in Washington, als scharnier?

Feit is dat de Amerikaanse federale recherche onderzoekt of Lawrence A. Franklin, een inlichtingen- en Iranspecialist op het Bureau voor het Nabije Oosten en Zuid-Azië in het Pentagon, een geheim document over het Amerikaanse beleid inzake Iran heeft doorgespeeld aan de Israëlische ambassade via AIPAC. FBI-agenten zullen in het kader van het onderzoek hoge ambtenaren van het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken ondervragen.

Feit is ook dat Franklin door de FBI is gezien met een hoge Israëlische diplomaat, Naor Gilon, en twee medewerkers van AIPAC. En volgens het Amerikaanse weekblad Newsweek heeft deze ontmoeting ertoe geleid dat de FBI Franklin is gaan volgen. Maar Franklin is niet gearresteerd. Geen voer voor een spionageverhaal.

De Israëlische regering, huidige en voormalige directeuren van de buitenlandse inlichtingendienst Mossad en AIPAC ontkennen heftig dat Israël Amerika bespioneert. Na het spionageschandaal van 1985, toen de Amerikaan Jonathan Pollard werd gearresteerd wegens het verkopen van geheimen aan de Mossad, besloot Israël alle spionageactiviteiten in de VS te staken. ,,Dat was een zeer zware beslissing die tot op de dag van vandaag voor de volle 100 procent wordt nageleefd'', aldus Yuval Steinitz, voorzitter van de defensie- en inlichtingencommissie van de Knesset.

Niettemin zorgde de onthulling, vrijdag van CBS News, over het FBI-onderzoek voor grote opwinding in Israël. Franklin, die de rang heeft van kolonel in de Amerikaanse luchtmacht, werkte enige tijd op de Amerikaanse ambassade in Israël en staat bekend als zeer pro-Israëlisch. Hij werkt bovendien op het Pentagonbureau van de Amerikaanse onderminister van Defensie Douglas Feith en Paul Wolfowitz, de plaatsvervangende minister, is zijn hoogste baas. Feith, oud-advocaat van de Israëlische ambassade en als hij in Israël zou wonen een Likud-diehard, en Wolfowitz zijn joods en behoren tot de groep van de zogeheten neoconservatieven. Franklin is niet joods, maar kan ook tot de neoconservatieven gerekend worden.

Israëlische politici en commentatoren vrezen dat het oude verwijt dat Israël geen loyale vriend van Amerika is, maar in wezen een verraderlijk en onbetrouwbaar land, nieuw leven wordt ingeblazen. Volgens menigeen is, wat de uitkomst van het onderzoek ook moge zijn, de schade al aangericht: Israël – lees joden – heeft invloed tot in de hoogste regionen van de Amerikaanse regering en kan door voorkennis het beleid van het machtigste land ter wereld manipuleren. Het bekendmaken van het FBI-onderzoek zou een poging zijn president Bush en de neoconservatieven aan de vooravond van de Republikeinse conventie in verlegenheid te brengen.

Alles wijst erop dat Franklin inderdaad een pro-Israëlische bureaucraat is die, opzettelijk of niet, een document over het Iranbeleid aan Israël heeft doorgespeeld. Een voormalige directeur van Mossad, tegenwoordig lid van de Knesset voor de Arbeidspartij, zei gisteren dat de banden tussen Israël en de Verenigde Staten zo hecht en goed ontwikkeld zijn dat als een Israëlische diplomaat of Mossadagent iets wil weten, hij ,,gewoon een lunch organiseert''. Spioneren is niet meer nodig en dat AIPAC een wezenlijk onderdeel van dat net- en vlechtwerk aan relaties uitmaakt, mag geen verrassing meer heten. ,,Het is de manier waarop Washington werkt'', aldus Danny Yatom, topspion van 1996 tot medio 2003 en nu politicus, die overigens erkent dat de Amerikaanse inlichtingengemeenschap nog altijd niet helemaal gelooft dat Israël werkelijk gestopt is met spioneren.

Interessanter dan de samenzweringstheorie over de macht van al dan niet joodse neoconservatieven is de vraag waarover, diep verborgen in Washingtonse restaurants, de Israëlisch-Amerikaanse gesprekken inzake Iran gaan. Franklin is een Farsi-sprekende Iranspecialist die zich, net als Israël, grote zorgen maakt over de nucleaire plannen van Iran. Gekoppeld aan de ontwikkeling van middellange afstandsraketten wordt de ontwikkeling van een Iraans kernwapen in Jeruzalem beschouwd als een potentieel groot gevaar. Vrijwel iedere dag, ook vandaag, zijn de Iraanse programma's voorpaginanieuws.

,,De Israëlisch-Amerikaanse bezorgheid over Iran is zeer groot en de samenwerking op het gebied van inlichtingen en analyse is zonder precedent. Beide landen zijn ervan overtuigd dat Iran mét nucleaire wapens een kolossaal gevaar vormt en beide lijken bereid alles te doen om dat te voorkomen'', aldus de Israëlisch-Amerikaanse historicus Michael Oren in The Washington Post over de Franklin-zaak. De Israëlische minister van Defensie, Mofaz, heeft al gedreigd Iraanse kerncentrales te bombarderen. Het bombardement in 1981 van de Osirak-reactor in Irak leert dat een Israëlisch dreigement altijd serieus genomen moet worden.