Hamas, en masse

Snotpork. Als puber ben ik ooit door mijn vader uitgemaakt voor snotwork, schreef ik hier een tijdje geleden. Ik ging ervan uit dat mijn vader in zijn woede een paar woorden door elkaar had gehusseld, maar tientallen lezers schreven mij dat zij het woord snotpork kennen, in de betekenis (brutale) `snotneus', `snotaap', `dom knulletje', `wijsneus'. Volgens sommigen is snotpork typisch Rotterdams, maar het blijkt ook elders bekend te zijn. Ik heb het niet in de woordenboeken kunnen vinden; de Grote Van Dale kent wel pork voor `kind dat te klein voor zijn jaren is' en `kleuter, hummel'. Op internet blijkt snotpork niet alleen als scheldwoord te worden gebruikt (,,jij baarmoedergeslingerde afgelikte snotpork'') maar ook liefkozend (,,Zul je de kleine snotpork een beetje manieren leren, pappa?''). Ondertussen houdt mijn vader vol dat hij het als snotwork heeft leren kennen (geen verhaspeling). Het zal wel kloppen, want anderen gaven als varianten op: snotJork, snotHork, snotwoerk en snotwoerik. Mijn vader hoort het zijn moeder nóg zeggen – tegen hem. Dat moet ergens in de jaren dertig zijn geweest. Work wordt trouwens hier en daar gebruikt voor `snot' of `stukje neusinhoud'.

Van de wap af. Nog een openstaande kwestie: de herkomst van de uitdrukking van de wap af. Ook hier bleken vele lezers het antwoord op te weten: dit is een gangbare uitdrukking in Limburg. Voor meer details zie donderdag op www.nrc.nl/woordhoek.

Rotjoden. Het aantal antisemitische incidenten in Nederland is voor het eerst in jaren afgenomen, maakte het CIDI onlangs bekend, maar wel worden joden steeds vaker uitgescholden. Wat krijgen zij zoal te horen? Rotjood, kankerjood, ze zijn vergeten je te vergassen en `natuurlijk' Hamas, Hamas, alle joden aan het gas. Wie wil weten of dit scheldrepertoire het afgelopen decennium nou erg is veranderd, komt tot een pijnlijke ontdekking. Een en ander is na te zien in de oude antisemitismerapporten van het CIDI, maar helaas zijn die niet compleet aanwezig. Hadassa Hirschfeld, adjunct-directeur van het CIDI en al sinds jaar en dag samenstelster van het rapport Antisemitische incidenten in Nederland, zegt het met enige aarzeling, maar inderdaad, het CIDI is een aantal van die rapporten kwijt. ,,Er is pas de laatste jaren veel aandacht voor'', verontschuldigt Hirschfeld zich. ,,En aanvankelijk werden ze ook heel simpel uitgegeven. Gewoon een stapeltje A4'tjes met een nietje erdoorheen.''

Dat mag dan zo zijn, het laat onverlet dat het CIDI de volgende rapporten mist: 1989, 1990, 1991, 1992 en 1993. Hoe dit heeft kunnen gebeuren snapt Hirschfeld, die al sinds 1987 voor het CIDI werkt, zelf ook niet. Als historica voelt ze zich nogal opgelaten over dit gat in de eigen documentatie. Ze heeft al op veel plaatsen gezocht, maar vooralsnog zonder resultaat. Daarom deze oproep: wie heeft een van, of al deze rapporten, of wie weet ze ergens te staan? Makkelijk lijkt het niet: ik heb het al bij verschillende wetenschappelijke bibliotheken en joodse instellingen geprobeerd, waaronder het Anne Frankhuis, het Joods Historisch Museum en het NIOD.

Hamas. Zelf vind ik het schandelijk dat tegenwoordig oogluikend wordt toegestaan dat `voetbalsupporters' in wedstrijden tegen Ajax sisgeluiden maken (nabootsing van gas) en `Hamas, Hamas, alle joden aan het gas' roepen, en de veronderstelling dat zij nauwelijks weten wát ze roepen, maakt een en ander niet minder aanstootgevend. In deze krant maakte J.L. Heldring als eerste melding van deze leus, zij het dat hij het niet helemaal goed had verstaan. Op 29 maart 1996 schreef Heldring: ,,Op het station Amsterdam-Zuid/WTC had de ME de grootste moeite duizenden aanhangers van Feyenoord te scheiden van onschuldige reizigers, die, omdat ze voor Amsterdammers werden gehouden, vijandig werden bejegend. Nu luidde de massale kreet: `En masse, joden aan het gas.''' Relschoppers die massaal een Franse uitdrukking gebruiken – terugkijkend moet je vaststellen dat zelfs Heldring soms te optimistisch is.

Reacties naar sanders@nrc.nl