Fictie overheerst AKO-nominaties

Eén essaybundel en vijf fictiewerken maken volgende maand kans op de AKO-Literatuurprijs 2004. Dit blijkt uit de shortlist die ex-politicus Paul Rosenmöller, juryvoorzitter van de AKO-prijs, zaterdag bekendmaakte op de Amsterdamse Uitmarkt.

Naast Pam Emmerik met haar kunstbeschouwingen (Het wonder werkt) zijn genomineerd: Bernlef (Buiten is het maandag), Hafid Bouazza (Paravion), Arnon Grunberg (De asielzoeker), Kees 't Hart (Ter navolging) en Ilja Leonard Pfeijffer (Het grote baggerboek). Drie van de zes genomineerde boeken – van Bernlef, Emmerik en `t Hart – zijn uitgegeven door Querido. Een opvallende afvaller was Arthur Japin, die met Een schitterend gebrek eerder de Libris Literatuurprijs won.

Rosenmöller (,,In mijn boekenkast stond vroeger het oeuvre van Theun de Vries en van andere communistische schrijvers, van over de grens – die boeken zijn in de loop van de jaren verdwenen''), ondervroeg na de bekendmaking enkele genomineerden. Pfeijffer was verguld dat de jury zijn boek `veruit het vunzigste' van de Nederlandse literatuur heeft genoemd: ,,Dat kan zo op de acherflap.''

Kees 't Hart verbaasde zich erover dat het goed ontvangen Schaduwkind van P.F. Thomese de shortlist niet had gehaald en dat Casino van Marja Brouwers niet eens de op longlist stond: ,,Maar misschien viel dat boek niet binnen jullie termijnen.'' Rosenmöller zei afgemeten: ,,Casino viel wel binnen de AKO-termijnen.'' Critici hebben Casino dit voorjaar gemengd ontvangen. De Volkskrant noemde het boek een ,,verademing'' en ,,de belangrijkste roman die in heel lange tijd in het Nederlands is verschenen.'' Trouw sprak van ,,een vetgemeste roman die voor publicatie eerst een flinke tijd op dieet had gemoeten.'' NRC Handelsblad noemde het boek ,,een mengelmoes van pompeuze cultuurkritiek en zwakke plotlijnen''.