Een monoloog met een dikke viltstift

Theo van Gogh was er kennelijk vooraf al een beetje bang voor. In de krant van zaterdag stond dat hij tegen de verslaggever had gezegd: ,,Het is kunst, hè. Dan moet ik alles opvangen met dynamiek in de opnamen.''

Een preek blijft een preek, daar kan zelfs een regisseur met de ervaring en verbeeldingskracht van Van Gogh geen cinema van maken. Hij heeft het wel geprobeerd, dat was gisteren te zien toen het elf minuten durende filmpje werd uitgezonden in het programma Zomergasten, met Ayaan Hirsi Ali, de bedenker van Submission.

Submission is de monoloog van een vrouw die zich wanhopig tot Allah wendt. Ze doet alles wat Hij heeft voorgeschreven, toch wordt ze op aarde uit Zijn naam voortdurend gestraft en gepijnigd. De camera draait om de vrouw heen, glijdt langs haar gezicht en haar lichaam. Ze is zichtbaar naakt onder een doorschijnende sluier. Op haar huid zijn Koranteksten gekalligrafeerd, in de zwarte ruimte hangen nog andere teksten. In beeld staat dus een Vrouw, met hoofdletter V, die volledig wordt gedomineerd door het Woord, met hoofdletter W.

De filmtaal van Van Gogh is helemaal dienstbaar aan de bedoeling van Hirsi Ali. De sprekende ogen van de vrouw die haar beklag doet, worden afgewisseld met flitsen van heftig mishandelde vrouwen, ook al met Korantekst op hun huid. En wie nog niet begrijpt wat hier aan de hand is, moet maar luisteren naar het geluid van zweepslagen dat er bij is gemonteerd. Ten slotte deinst de camera, oog van Allah, achteruit, omhoog, weg van haar noodkreet.

Wrede godsdienst. De monoloog is geschreven met een dikke viltstift, de camera gaat er als een fluorescerende marker overheen.

Submission, part 1. Regie: Theo van Gogh. Scenario: Ayaan Hirsi Ali.