De hemel opent zich eindelijk voor Argentinië

Ruim een halve eeuw na de laatste gouden medaille mocht Argentinië zaterdag eindelijk de hoogste trede beklimmen van het olympisch ereschavot. Twee keer maar liefst, dankzij de voetbal- en de basketbalploeg.

En of het lang had geduurd: tweeënvijftig jaar maar liefst, een mensenleven bijna. Wie zo lang verstoken blijft van olympische glorie, gaat vroeg of laat onherroepelijk aan zichzelf twijfelen. Met alle gevolgen vandien. Het nationale zelfbeeld van de trotse Argentijnen, die nietsverhullende spiegel van de eigen volksziel, wankelde dan ook in de aanloop naar de Olympische Spelen van Athene.

De brandende en allesoverheersende vraag, die als een molensteen om de nek hing van de 158 atleten sterke, olympische equipe van chef de mission Marío Moccia, luidde als volgt: Wie zou het roeiduo Tranquilo Capozzo/Eduardo Guerrero aflossen, dat in 1952 (Helsinki) Argentinië's laatste gouden medaille won? Met andere woorden: wie zou het sportmaffe land verlossen van wat inmiddels een olympisch trauma was geworden?

Kandidaten genoeg, zo leek het. Want waren de hockeysters, de in eigen land zo bewierookte Las Leonas (De Leeuwinnen), niet regerend wereldkampioen? En de voetballers, met gearriveerde sterren als Javier Saviola (FC Barcelona), Kily Gonzalez (Internazionale) en Roberto Ayála (Valencia), kwamen ook niet naar Athene om een ode te brengen aan het motto (`Deelnemen is belangrijker dan winnen') van grondlegger Pierre de Coubertin. En wat te denken van de basketballers, onder de bezielende leiding van hun NBA-held Manu Ginobili van de San Antonio Spurs?

Het moest en het zou wel goed komen. Maar dinsdag sloeg de twijfel dan toch weer toe, toen de hockeysters na strafballen pijnlijk onderuit gingen tegen Nederland, nadat eerder al de tennissers het olympisch strijdtoneel via de nooduitgang hadden moeten verlaten. Was het de Argentijnen niet gegeven? Er leek een vloek te rusten op de verbeten medaillejacht van het op één (Brazilië) na grootste land van Zuid-Amerika, dat tot dusverre niet verder was gekomen dan drie bronzen medailles.

Maar zaterdag, op de voorlaatste dag van het sportfestijn in de Griekse hoofdstad, opende de hemel zich dan uiteindelijk toch, toen de voetballers in alle vroegte (tien uur plaatselijke tijd) aantraden tegen buurland Paraguay en met 1-0 zegevierden in het aanvankelijk vrijwel lege maar gaandeweg halfvolle Olympische Stadion (41.116 toeschouwers).

Met een uitbundige vreugdedans bekroonden de voetballers hun indrukwekkende zegereeks in Athene, waar geen van de zes tegenstanders (Australië, Servië-Montenegro, Tunesië, Costa Rica, Italië en Paraguay) een gaatje wist te vinden in de hechte defensie. Doelman Germán Lux besloot het toernooi dan ook zoals hij dat was begonnen: met nul tegentreffers.

Daartegenover stonden tot zaterdag zestien doelpunten vóór, en bijna de helft (zeven goals) van die indrukwekkende productie kwam op naam van de gedrongen spits op wie PSV de afgelopen weken jacht maakte: Carlos Tevez. Het Dikkertje Dap dat op de loonlijst staat bij Boca Juniors, maakte zijn faam van scherpschutter waar in het duel, waarin spelmaker Saviola ontbrak wegens een blessure.

Met een behendige voetbeweging tekende Tevez in de achttiende minuut voor het enige doelpunt van de wedstrijd, waarin het Paraguay van aanvoerder Carlos Gamarra (33) zich ontpopte als een stelletje ongedisciplineerde en meedogenloze houthakkers. Zes gele en twee rode kaarten (waarvan één na tweemaal geel) moest de Griekse arbiter Kyros Vassaras uitdelen om het Latijns-Amerikaanse onderonsje niet te laten ontaarden in een ordinaire schoppartij.

Het was, zo verklaarden spelers en begeleiders na afloop, ,,een overwinning voor volk en vaderland'', die zo lang hadden moeten wachten. En een die de olympische titel na 76 jaar (winst Uruguay in Amsterdam) terugbracht in Zuid-Amerika. En, minstens zo belangrijk, een zege waarmee de Argentijnen de eeuwige rivaal Brazilië aftroefden. De Goddelijke Kanaries, door toedoen van Paraguay uitgeschakeld voor `Athene', wonnen immers nog nooit olympisch goud.

Een zucht van verlichting slaakte ook Marcelo Bielsa, de bondscoach die ondanks de vroege en als een schande ervaren vroege uitschakeling (eerste ronde) bij het WK in Japan en Zuid-Korea (2002) nog steeds aan het bewind is. Bielsa had te verstaan gekregen dat hij slechts met een gouden medaille mocht terugkeren in Buenos Aires. Zo niet, dan zou hij worden ontslagen.

Maar Bielsa is geen man die zich het hoofd op hol laat brengen, en dat in een land waar de emoties doorgaans huizenhoog oplaaien als het om sport gaat. Ook zaterdag toonde hij zich de onderkoelde strateeg, die weliswaar ,,vanzelfsprekend zeer blij en ingenomen'' was met de eindzege, maar die al weer andere zorgen aan het hoofd had: het WK-kwalificatieduel van aanstaande zaterdag in en tegen Peru.

Amper bekomen van de euforie of Argentinië kon rond middernacht een tweede gouden medaille bijschrijven, toen de basketballers in de finale met 84-69 te sterk bleken voor Italië, en het land het eerste basketbalgoud uit de geschiedenis won. ,,Ik wil huilen en tegelijkertijd lachen, en kan niet wachten om terug te keren naar mijn vaderland om de vreugde op de gezichten van ons volk te zien'', stamelde na afloop de geëmotioneerde sterspeler Ginobili, wiens ploeg in de halve finales had afgerekend met het Dream Team dat deze aflevering van de Spelen geen Dream Team was: de Verenigde Staten.

Zaterdag 28 augustus 2004 gaat de Argentijnse geschiedenisboeken in als de dag waarop een einde kwam aan tweeënvijftig jaar van olympisch lijden.