China voelt zich `supermacht'

Na het sportieve succes in Athene blikt China vooruit naar de Spelen in eigen land. Er moet nog veel gebeuren op het gebied van accommodaties en mensenrechten.

China heeft zijn eigen verwachtingen in Athene ruimschoots overtroffen. Met 32 gouden medailles behaalden de Chinese sporters een veel beter resultaat dan de ,,niet meer dan twintig'' die de leiding van het Chinese olympische team bij aanvang van de Spelen nog realistisch achtte. Ook deed China het beter dan tijdens die vorige Spelen in Sydney, toen het land 28 keer goud wist te veroveren.

De belangstelling van de Chinese bevolking is tijdens de Spelen vooral meegedeinsd op de golven van China's sportieve successen en teleurstellingen. Bij tegenvallende prestaties, zoals die van het Chinese vrouwenvoetbalteam, haakte het publiek snel af. Als het opeens onverwacht goed ging met een sport, zoals het vrouwenvolleybal waar China niet verwacht had goud te halen, dan nam de belangstelling direct weer toe.

Veel mensen in Peking konden op elk moment tijdens de spelen feilloos het aantal gouden medailles voor China noemen, daarbij niet alleen geholpen door de media, maar ook door grote schoolborden bij supermarkten en op andere openbare plekken waar China's score nauwkeurig werd bijgehouden.

,,Deze Olympische Spelen hebben de opkomst van China te zien gegeven als een supermacht op sportgebied, waarmee het zich heeft opgemaakt voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking'', meldt de Engelstalige krant China Daily vandaag enthousiast.

En om die Spelen gaat het China bovenal. Het Chinese ministerie van Sport wordt in de volksmond wel het `tweede ministerie van Buitenlandse Zaken' genoemd, en China verwelkomt de Spelen van 2008 vooral omdat het de wereld wil laten zien dat het land niet alleen voor wat betreft de sport, maar ook op economisch en politiek gebied een `supermacht' is geworden.

Daarbij zitten er nog wel wat addertjes onder het gras. Het grootste probleem is en blijft de kwestie van de mensenrechten. Bij de toewijzing van de Spelen aan China was dat vooral een punt van zorg, maar veel internationale organisaties spraken toen de verwachting uit dat de mensenrechten juist zouden verbeteren door de toegenomen internationale aandacht als gevolg van de Spelen.

Die verwachting is tot nu toe nog niet waargemaakt, en het is de vraag of dat in de komende vier jaar nog gaat gebeuren. Dat kan behalve morele ook praktische problemen opleveren. Tijdens de finale van de Azië Cup (voetbal) eerder deze maand kregen buitenlandse sportjournalisten een voorproefje van wat het gebrek aan persvrijheid in de praktijk ook voor hen kan betekenen. Na afloop van de beladen voetbalwedstrijd China-Japan braken rellen uit en fotojournalisten die daarvan verslag wilden doen werden door de Chinese politie zo hardhandig aangepakt dat zij de daarbij opgelopen hoofdwonden moesten laten hechten in het ziekenhuis.

Ook bestaat er zorg over hoe het Chinese publiek zich zal gedragen in 2008. Komt het wel opdagen bij sporten waar China niet, of niet sterk, is vertegenwoordigd? En zal men zich sportief opstellen als China speelt tegen landen waar het Chinese publiek een hekel aan heeft? Tijdens de voetbalwedstrijd China-Japan jouwde het Chinese publiek door het Japanse volkslied heen, en de Chinese overheid was zo bang dat het hele land zou meegenieten van het anti-Japanse gedrag van de supporters in het stadion dat het naar verluidt voor de zekerheid maar een geluidsopname van een andere voetbalwedstrijd met de wedstrijd mee uitzond.

En dan is er nog de kwestie van de olympische faciliteiten. De bouwwerkzaamheden aan een aantal stadions is opgeschort, omdat China het allemaal te duur en te verskwistend begint te vinden.

Maar voorlopig viert China eerst de toch vooral onverwacht sterke prestaties van de helden uit Athene, die erop hopen om over vier jaar op vaderlandse bodem nogmaals te laten zien wat ze waard zijn.