Beroemde icoon na eeuw terug in Moskou

De Russisch-orthodoxe kerk heeft zaterdag tijdens een speciale plechtigheid de beroemde icoon Moeder Gods van Kazan teruggekregen van paus Johannes Paulus II. De icoon verdween honderd jaar geleden uit Rusland.

De teruggave – op de dag waarop de orthodoxe kerk Maria Hemelvaart vierde – past in het pauselijk beleid van verzoening met de orthodoxe kerk, een beleid dat – zo hoopt de paus – moet uitmonden in een pauselijk bezoek aan Rusland. Maar zaterdag hield de Russische patriarch Aleksej II die boot nog af.

De icoon werd naar Rusland teruggebracht door kardinaal Walter Kasper, voorzitter van de pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid der Christenen. Na een drievoudige omhelzing overhandigde hij de icoon aan de patriarch. Aleksej bedankte de paus en prees de terugkeer van een heilig voorwerp dat ,,voor eeuwig verloren leek''.

In één adem door maakte hij echter duidelijk dat het gebaar geenszins de doorbraak vormt naar een verzoening die Johannes Paulus II in staat stelt naar Rusland te komen – de grootste wens van de paus. Aleksej zei te hopen dat het gebaar ,,een vertaling is van de wens terug te keren naar relaties van wederzijds respect tussen de twee Kerken, die niet moeten concurreren maar die moeten getuigen van broederlijke hulp''. Sinds jaar en dag verwijt de Russisch-orthodoxe kerk de katholieke kerk dat zij probeert orthodoxe gelovigen te bekeren. Dat verwijt is voor Aleksej een reden zich hardnekkig tegen een reis van de paus naar Rusland te blijven verzetten. Aleksejs naaste assistent zei zaterdag onomwonden dat ,,er geen plaats is voor de katholieke missie in Rusland''.

De icoon Moeder Gods van Kazan is een eind 17de eeuwse of begin 18de eeuwse kopie van de originele 16de eeuwse icoon die eveneens begin twintigste eeuw verdween. Dat origineel werd volgens de overlevering op aanwijzingen van de Maagd Maria zelf op 8 juli 1579 onder de as van een afgebrand gebouw gevonden door een Russisch meisje.

De zaterdag teruggeven kopie – óók beroemd – werd waarschijnlijk in 1904 gestolen uit een kerk in St. Petersburg en dook na de Eerste Wereldoorlog op op een veiling in in Polen en later, in de jaren vijftig, achtereenvolgens in een Engels kasteel, in San Francisco en in New York. In de jaren zeventig werd de afbeelding van Maria aangekocht door een Amerikaanse organisatie, die haar liet bewaren in het Portugese bedevaartsoord Fatima en haar in 1993 schonk aan de paus, in afwachting van teruggave aan de Russisch-orthodoxe kerk. De paus hing de icoon op in zijn studeerkamer.

Patriarch Aleksej hangt de icoon nu op in zíjn studeerkamer: de kathedraal van Kazan, waar hij hoort, is door de communisten verbouwd tot sigarettenfabriek, en moet nog aan de orthodoxe kerk worden teruggegeven.