Altijd te rooskleurig, altijd duurder

Waarom vallen grote infrastructurele projecten altijd duurder uit? Een commissie uit de Tweede Kamer onderzoekt vanaf vandaag de overschrijdingen van kosten bij grote projecten.

De kosten voor de aanleg van de Betuwelijn zijn in veertien jaar tijd verviervoudigd (van 1,1 naar 4,7 miljard euro).

Hetzelfde geldt voor de aanleg van de hoge snelheidslijn tussen Amsterdam en België (HSL-Zuid), waarvan de kosten in zeven jaar tijd inmiddels zijn verdubbeld (van 3,4 naar 6,7 miljard euro).

Deze kostenoverschrijdingen zijn de directe aanleiding voor de verhoren in de Tweede Kamer die vanmorgen begonnen over infrastructurele projecten. De Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten, geleid door het Kamerlid Adri Duivesteijn (PvdA) zal de komende drie weken vrijwel dagelijks betrokkenen en deskundigen horen over dergelijke projecten. Doel is een `toetsingskader' op te stellen waarmee de Tweede Kamer in de toekomst beter beslissingen kan nemen over dergelijke grote infrastructurele projecten.

De commissie werd in november 2003 op initiatief van LPF'er Max Hermans ingesteld. Aanleiding was een rapport van de Algemene Rekenkamer over een zogenoemde `risicoreservering' van 985 miljoen euro die in september 2002 in de begroting van Verkeer en Waterstaat was opgedoken over de Betuwelijn. Toenmalig minister Roelf de Boer (LPF) had die reservering opgenomen met het oog op mogelijke (verwachte) kostenoverschrijdingen bij de aanleg van de Betuwelijn.

De Kamer had het idee dat zij onvoldoende controle had op de kosten voor de Betuwelijn en werd daar in juni 2003 door de Rekenkamer in het gelijk gesteld. De risicoreservering van De Boer stond niet bij de normale posten die voor de Betuwelijn en de HSL in de begroting waren opgenomen. En dat kwam de controleerbaarheid van beide projecten niet ten goede kwam, oordeelde de Rekenkamer.

De commissie-Duivesteijn heeft in februari bezoeken gebracht aan de Betuwelijn en de HSL-Zuid om ter plekke informatie te krijgen over de projecten. Ook spraken de leden van de commissie achter de schermen al met een groot aantal deskundigen en betrokkenen. De komende weken zullen onder meer de oud-ministers Neelie Kroes (VVD), Hanja Maij-Weggen (CDA), Annemarie Jorritsma (VVD), Tineke Netelenbos (PvdA) en Roelf de Boer (LPF) gehoord worden. Ook zal de commissie een groot aantal betrokken (oud-)Kamerleden horen, alsmede een aantal externe deskundigen, consultants en hoogleraren. De commissie houdt geen parlementaire enquête. Dat betekent dat de verhoren niet onder ede zijn en dat mensen die een uitnodiging hebben gekregen van de commissie dat kunnen weigeren.

Vanmorgen begon de reeks verhoren met de Deense hoogleraar infrastructuurplanning Bent Flyvbjerg. Hij zette uiteen dat het probleem van de kostenoverschrijdingen een wereldwijd probleem is. Flyvbjerg onderzocht 260 projecten in 20 landen (er is bij de aanleg van spoorwegen een gemiddelde kostenoverschrijding van 44,7 procent, bij bruggen en tunnels 33,8 procent en bij wegen 20,4 procent) en constateerde dat mechanismen overal hetzelfde zijn. ,,In negen van de tien gevallen komen problemen voort uit misinformatie'', zei hij. Dat is ernstig, omdat het om publiek geld gaat.''

Volgens de Deen is de slechte informatie vooral het gevolg van economische en politieke argumenten. ,,Er is veel geld te verdienen aan deze projecten. Ontwikkelaars zullen een zo rooskleurig mogelijk beeld schetsen zodat zij het project binnenhalen. En politici willen macht en hebben belangen. Ministers willen graag een lintje doorknippen en iets concreets nalaten'', aldus Flyvbjerg. Om deze mechanismen te ondervangen, zouden volgens Flyvbjerg de prikkels die nu bestaan en die tot de misinformatie leiden omgezet moeten worden in prikkels die juist voor goede informatie zorgen. ,,Niet de methode is belangrijk, maar de incentives'', zei hij.

Oud-Kamerlid Maarten Engwirda (D66), nu lid van de Europese Rekenkamer en eerder verantwoordelijk voor het rapport Controle grote projecten (naar aanleiding van de kostenoverschrijdingen bij de Oosterscheldewerken) stelde dat het overgrote deel van de kostenoverschrijdingen veroorzaakt wordt door de Kamer zelf.

,,Het aanvankelijke toetsingkader, op basis waarvan de politieke beslissing genomen wordt, is meer een aanvangsscenario. Daarna komen er allerlei politieke wensen bij die het duurder maken.'' Engwirda wees erop dat de ,,pendule in de Kamer heen en weer gaat tussen financiële zaken en uitvoeringszaken''.

Ambtenaren (zoals de departementale accountantsdiensten) verstrekken volgens Engwirda bewust verkeerde informatie om een project ,,erdoor te krijgen''. ,,Optimistische, niet realistische ramingen op politieke argumenten om projecten aangenomen te krijgen'', aldus Engwirda. Ook de vele rapporten van de externe deskundigen – die vaak op verzoek van de Kamer worden opgesteld bij dergelijke projecten – maken het er niet helderder op, zei hij. ,,Er zal een balans gevonden moeten worden tussen de veelheid en de juistheid van dergelijke externe adviezen'', zei hij.

De huidige voorzitter van de Kamercommissie Rijksuitgaven, het Kamerlid Bibi de Vries (VVD), waarschuwde ook voor te veel informatie. ,,Als je alle informatie wilt controleren, dan zou je de fracties en de Kamer met extra diensten moeten uitrusten. Dat leidt tot een enorme bureaucratie'', zei ze. ,,Je zou als Kamer per project op voorhand moeten bepalen welke informatie je wilt hebben.''