Westenschouwen Heerenkeet

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Schouwen-Duiveland.

Het ruikt naar gedroogde zeester en dus naar vervlogen strandvakanties. Eén dagje ouderwets zomerweer, met een windje van opzij en de zon warm op diezelfde wang en alles doet zachtjes. De Oosterscheldegolfjes brabbelen onder wankelende lichtslurfjes, gevederde wolken flaneren in schoolkrijtjesblauw. Een sportvliegtuigje vliegt spinnend over, en de fietser die ons achterop komt op het smalle dijkwegje belt niet, maar remt en murmelt: ,,Niet schrikken...''.

Achter ons fitnessen de witte windmolens van de Neeltje Jans, ver in het verschiet ontvouwt zich de Zeelandbrug met zijn reeks ranke bogen die, geholpen door schuinse zon en verfijnde nevel, voor luchtspiegeling spelen.

Tussen de tegels groeit gras en stevig onkruid. Dat voelt lekker voor een wandelaar: stevig met wiebelig, alsof er kleine grapjes met de voeten worden gemaakt.

De route voert de dijk op, een dorp in. Aan de rand wordt er kreeft en paling aangeboden. ,,Broodje paling. Vet lekker'', zegt neef. Dat kan ik alleen maar in alle opzichten met hem eens zijn. Neef is een lang end van vijftien en zijn stijl van wandelen oogt of hij deelneemt aan een lounge party: dromerig, ritmisch, met lange lijnen. Relaxed. Hij praat over scooters en bespeurt achteloos een paar diep in de struiken verstopte paarse bramen, ze maken dit achterdijkse wandelcorvee-pad doenlijk. Vervolgens ontdekt hij een ontsnappingsroute: als we lak hebben aan de witrode markeringen, kunnen we lekker de dijk weer op. Doen we. We zijn het door de route voorgeschreven, benauwde fietspad achter de monotone elzenhaag kwijt en krijgen de wind en het water en de ruimte terug.

Opnieuw duiken we achter de dijk. Braaf keren we terug naar de markeringen, nu voor een pad dat alles heeft van wandelcorvee (rechtuit langs een asfaltweg) en dat juist weer helemaal niet is. Aan de ene kant imponeert de praal van smeuiige akkers en rode pannendaken en de silhouetten van de kerktorens die op Schouwen-Duiveland liefst stomp zijn. Aan de andere kan rust woest gebied, met riet en rommelige struiksels en wilde meertjes vol eetgrage vogels.

Neef leent de verrekijker en bekijkt op zijn gemak drie lepelaars. Ze vissen: met het heen-en-weer in hals en platte snavel schoffelen ze op hun geknikte poten door troebel water.

Zon twee kilometer verderop, naast camping De Vogelaar, staat een bijpassende groep ombeurten door enorme kijkers te turen. Lepelaars, vertellen ze, drie stuks. We kijken om, over het veld, en tevreden, naar elkaar. Dezelfde lepelaars als wij, maar dan van heel wat verder weg.

13,5 km. Kaarten 17, 18, 19 uit:

Oosterscheldepad. Uitg. NIVON, 2003.

Taxi Burgh-Haamstede

tel. 0111 651212.