VUT blijft bestaan voor 57-plussers

Het kabinet komt oudere werknemers tegemoet door de oorspronkelijke plannen voor de afschaffing van de regelingen voor VUT en prepensioen af te zwakken.

Werknemers die op 1 januari 2005 57 jaar of ouder zijn, houden recht op de fiscale voordelen. Werknemers die dan 50 jaar of ouder zijn, mogen extra sparen in een nog op te zetten levensloopregeling.

Dit heeft premier Balkenende gisteren bekendgemaakt na afloop van de wekelijkse ministerraad. Volgens de premier is het systeem van vervroegd uittreden op termijn onhoudbaar en wil het kabinet er daarom van af. ,,Maar we hebben goed geluisterd naar geluiden in de samenleving'', zei hij. Hij zei niet door de knieën te zijn gegaan voor de vakbeweging, die de vorige voorstellen voor afschaffen van VUT en prepensioen naar de prullenbak verwees.

Kern van het huidige voorstel is dat mensen niet meer worden gestimuleerd om eerder op te houden met werken. Dit sluit aan bij de doelstellingen van dit kabinet om de arbeidsdeelname en de arbeidsproductiviteit te verhogen.

In plaats van VUT en prepensioen komt er een levensloopregeling, waarbij mensen jaarlijks maximaal 12 procent van hun brutoloon mogen sparen om langdurig met verlof te kunnen. Dat verlof kan voor zorg, onderwijs of eerder stoppen met werken worden ingezet. Er mag in totaal maximaal 150 procent van het bruto jaarsalaris worden gespaard. Banken en verzekeraars gaan de levensloopregeling aanbieden.

De vakbeweging heeft kritisch gereageerd op de aanpassingen. ,,Dit is gebakken lucht'', oordeelt CNV-voorzitter Terpstra. Volgens vice-voorzitter Jongerius van de FNV maakt het kabinet ,,er een rotzooi van''. ,,Mensen boven de 57 jaar lijken de dans te ontspringen en mogen met VUT en prepensioen. Jongeren worden van hun prepensioen beroofd.''

Zowel de FNV als het CNV wijst erop dat de ruimere spaarmogelijkheden via een levensloopregeling weinig soelaas bieden. ,,Want welke werknemer kan jaarlijks 12 procent van zijn brutosalaris opzij leggen? Dat 50-plussers van het kabinet ruimhartiger nog meer mogen sparen, noem ik dan ook een dooie mus'', stelde Jongerius. Volgens Terpstra blijkt uit de maatregelen dat het ,,kabinet een naïef beeld van de werkelijkheid heeft''.

Ook de oppositie heeft kritiek. Kamerlid Bussemaker (PvdA) spreekt van ,,een heel klein doekje voor het bloeden''. De regeling voor VUT- en prepensioen is dan weliswaar iets verbeterd, van de extra spaarmogelijkheden voor de groep van 50 tot 57 jaar profiteren volgens Bussemaker alleen de hogere inkomens. ,,Anderen zijn niet in staat elk jaar maximaal 12 procent van hun inkomen opzij te leggen.'' Werknemers met fysiek zware beroepen hebben dus niets aan deze tegemoetkoming van het kabinet.

Coalitiepartijen CDA, VVD en D66 hebben instemmend gereageerd op de aanpassing door het kabinet. CDA-fractievoorzitter Verhagen is blij dat het kabinet werknemers ontziet die ,,aan de vooravond van hun VUT of prepensioen staan''. Vice-fractievoorzitter De Vries van de VVD spreekt van ,,een zeer behoorlijke geste''. Kamerlid Bakker (D66) noemt het ,,verstandig dat het kabinet niet doof is gebleven'' voor de kritiek uit de samenleving.