Van zwart goud en rode cijfers

De olieprijs stijgt, maar de aandelenkoersen van oliemaatschappijen kunnen niet volgen. Een misser, want de kans dat de olieprijs de komende jaren hoog blijft is groot.

Hoger en hoger steeg de olieprijs de afgelopen maanden. Jammer voor de automobilist, maar goed nieuws voor de energiebedrijven die handenwrijvend de winst zien stijgen zonder dat ze er ook maar iets voor hoeven te doen.

Geen goed nieuws voor de belegger in de aandelen van die bedrijven, waaronder natuurlijk de grote drie ExxonMobil, BP en de Koninklijke/Shell Groep. De winstniveaus stijgen dan wel door de dure olie, de koersen volgen die ontwikkeling niet of nauwelijks.

Het achterblijven van de aandelen van de energiegiganten kan risico's met zich meebrengen voor de koers van die bedrijven als de olieprijs weer wegzakt. Een lagere olieprijs leidt immers weer tot lagere winsten waardoor de koersen kunnen dalen. Een tik naar beneden dus waar ze eerder nauwelijks hebben geprofiteerd van de stijging. Aan de andere kant, wellicht hebben beleggers het mis en zijn de aandelen van de olieconcerns op de middellange termijn juist ondergewaardeerd.

De olieprijs, zowel de prijs van de Brent uit de Noordzee als de Amerikaanse West-Texas Intermediate, stapelde de afgelopen weken record op record. De redenen waren divers. Er waren tijdelijke invloeden, zoals de affaire rond het Russsische Yukos en ongrijpbare redenen, zoals de angst voor nieuwe terroristische aanslagen die zorgden voor een flinke risicopremie.

Andere belangrijke factoren zijn de sterk toenemende vraag, een vraag die momenteel zó hoog is dat die bijna gelijk is aan het aanbod. Dit, in combinatie met de zeer beperkte extra capaciteit, kan leiden tot een tekort mocht de toevoer (deels) onderbroken worden door een aanslag op olie-installaties.

Die dure olie had voor de oliemaatschappijen een positieve werking. Zij boekten grote winststijgingen over het eerste halfjaar. Dat de koersen vervolgens achterbleven, kwam door de algehele malaise op de beurs, de economische schade die zo'n hoge olieprijs teweeg brengt, de verwachting dat de Amerikaanse dollar zal dalen tegenover de euro en het wantrouwen over de olieproductie en oliereserves van de giganten. Een argwaan die direct is terug te voeren op het schandaal rond Shell dat eerder dit jaar de financiële markten in beroering bracht toen het de `bewezen' olie- en gasreserves met 23 procent moest verlagen.

Dat de dollar zal dalen tegenover de euro wordt door veel analisten verwacht. De dollar staat momenteel op 1,20 dollar per euro en analisten van Deutsche Bank schreven onlangs dat zij over drie maanden een koers zien van 1,27, met name door de lagere economische groei en het steeds verder oplopende Amerikaanse handelstekort. De daling van de dollar – die volgens Deutsche Bank over zes maanden zal zijn opgelopen tot 1,32 dollar per euro – is slecht nieuws voor de energiebedrijven die werken in een wereld waar alles in dollars wordt afgerekend. Een factor waardoor de aandelen van de oliemaatschappijen op de korte termijn klappen kunnen oplopen.

Maar zijn de aandelen van de oliemaatschappijen wel goed gewaardeerd?

Analisten verwachten dat de olieprijs de komende tijd zal dalen. Dat bleek althans gisteren uit een peiling van het Amerikaanse persbureau Bloomberg: 49 procent van 39 ondervraagde deskundigen verwachten dat de olieprijs de komende week zal dalen, tegen slechts 17 procent die een verdere stijging incalculeren. De waarde van zo'n voorspelling over de olieprijs moet met enige scepsis worden bekeken. Begin juli bleek uit eenzelfde peiling dat de Amerikaanse olie onder de 40 dollar per vat zou blijven, een maand later kostte zo'n vat bijna 50 dollar.

Uit allerlei ontwikkelingen valt echter op te maken dat de olieprijs op de langere termijn hoog zal blijven. Het oliekartel OPEC roept wel dat het een lagere prijs wil, maar de leden hebben herhaaldelijk aangegeven dat zij niet willen dat de prijs terugzakt tot onder de 30 dollar per vat. Zij willen dus een prijs die ligt boven de oude bandbreedte van 22 tot 28 dollar die de OPEC jarenlang hanteerde.

De OPEC-landen hebben een prijs van minimaal 30 dollar – en eigenlijk 35 dollar – nodig om hun begrotingen sluitend te kunnen houden. Het sluitend houden van deze begrotingen wordt bovendien alsmaar moeilijker door de explosieve bevolkingsgroei in een land als Saoedi-Arabië, 's werelds grootste en machtigste olieproducent.

Belangrijker nog is de aloude economische wet van vraag en aanbod. De opkomende landen in Azië, zoals China en India, hebben de komende jaren veel meer olie nodig. Volgens het Internationale Energie Agentschap (IEA) zal de vraag tot 2030 met maar liefst 50 procent stijgen. Een onheilspellend vooruitzicht voor de consument, want vooralsnog blijven de investeringen die nodig zijn om voldoende olie uit de grond te halen ver achter bij het bedrag dat nodig is om aan deze vraag te kunnen voldoen. Hierdoor blijven vraag en aanbod dicht bij elkaar liggen, blijft het risico op een tekort bestaan en blijft de prijs automatisch hoog. Dat is echter goed nieuws voor de oliemaatschappijen, hun resultaten en, op de langere termijn, wellicht ook hun beurskoers.