Vakbeweging behartigt vergrijsde belangen

De vakbondsleden verschillen hemelsbreed van de werknemers namens wie de vakbonden onderhandelen. Dat weerspiegelt zich in de sociale agenda. Het vergrijsde kader behartigt de belangen van de oudere werknemer.

De vakbeweging wordt grijzer en kleiner. Zij ontgroent. Het percentage werknemers dat lid is loopt terug, het sterkst onder de jongeren. En die zijn in de bonden al ondervertegenwoordigd. Voor het eerst in de geschiedenis van de vakbeweging is meer dan de helft van de leden ouder dan 45 jaar.

De leeftijdsopbouw wijkt daarmee af van die van de groep werknemers die zij vertegenwoordigt bij CAO-onderhandelingen. Want of ze vakbondslid zijn of niet: 80 procent van de Nederlandse werknemers valt onder de werking van een CAO. Zij zijn voor hun lonen, pensioenen, kinderopvang en werkroosters afhankelijk van de onderhandelingen daarover tussen de vakbonden en werkgevers. En twee derde van hen is jónger dan 45 jaar.

De scheve leeftijdsverhouding tussen de vakbondsleden en de werknemers namens wie de vakbonden de CAO-onderhandelingen voeren, roept de vraag op of de arbeidsvoorwaarden in Nederland worden bepaald door de belangen van oudere werknemers. De ouderen zijn oververtegenwoordigd in de vakbonden, oververtegenwoordigd in het kader dat er de dienst uitmaakt, en vaak oververtegenwoordigd onder de CAO-onderhandelaars.

Die vraag heeft dit voorjaar nog aan relevantie gewonnen bij het voorjaarsoverleg tussen sociale partners en kabinet. Daarbij ging het om het langer werken door ouderen. De vakbonden verzetten zich tegen het kabinetsplan om de fiscale regeling die vervroegd uittreden aantrekkelijk maakt te schrappen. Pogingen een compromis te vinden mislukten. Vóór je 65ste stoppen met werken kan nog wel, maar wordt een stuk duurder zonder fiscale ondersteuning. Als de vakbonden bij de CAO-onderhandelingen inzetten op compensatie, gaat dat ten koste van andere zaken, zoals een hoger loon, kinderopvang, en in de toekomst, de levensloopregeling. Zaken die juist voor jongeren belangrijk zijn.

In het eerste kwartaal van volgend jaar wordt over vrijwel alle CAO's in Nederland onderhandeld. Een dergelijk massaal en synchroon onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden is in Nederland niet eerder voorgekomen. Die situatie is ontstaan doordat dit jaar veel kortlopende CAO's zijn afgesloten of aflopende CAO's zijn verlengd in verband met onzekerheid over de kabinetsplannen. Moeten jonge werknemers nu vrezen dat de vakbeweging zich vooral zal inzetten voor `reparatie' van de oudedagsvoorzieningen? Ten koste van hun belangen?

Antoon Blokland, voorzitter van de CNV Jongeren, is daar inderdaad bang voor. In de discussie over het prepensioen ging het immers ook zo. ,,Het debat over het luxe prepensioen wordt vooral gevoerd door ouderen, die op het punt staan de regeling te gebruiken.'' Hij doelt op de kaderleden van de vakbeweging, de actieve leden die zowel het beleid als de inzet bij CAO-onderhandelingenen bepalen. ,,De vergrijzing is duidelijk zichtbaar binnen de vakbonden, vooral bij het kader. Die zijn praktisch allemaal ouder dan 50 jaar.''

Het waren deze leden die volgens hem in de onderhandelingen over de levensloopregeling en het prepensioen uiteindelijk hun voet dwars hebben gezet. Dat leek eerst anders. Toen het kabinet in het regeerakkoord 2003 bekendmaakte de premies voor VUT en prepensioen te zullen belasten, om de regeling financieel onaantrekkelijk te maken, toonde de vakbeweging zich bereid tot het sluiten van een compromis. Er viel te praten over een verhoging van de leeftijd waarop mensen kunnen stoppen met werken en leven van hun prepensioen. Die leeftijd ligt nu op 60 jaar. Waar niet met de vakbeweging over viel te praten was het doorbreken van het collectieve karakter van het prepensioen. Voor veel jongeren gaat de solidariteit die zo'n collectieve regeling vraagt te ver. Zij moeten dan relatief hoge premies betalen voor een regeling waarvan ze zelf waarschijnlijk nooit gebruik kunnen maken. De regeling zou de vergrijzing niet overleven.

Zo ging de discussie volgens Blokland toch vooral over de vraag op welke leeftijd de oude, door het werk versleten werknemer mocht stoppen. En dat is volgens hem typerend voor de hedendaagse vakbeweging. ,,De vakbond behartigt het algemeen belang, dus ook het belang van jongere werknemers'', zegt Blokland, strijdbaar. ,,Maar als puntje bij paaltje komt, dan wint toch de rol van de belangenbehartiger het, dat wil zeggen de behartiger van de gevestigde belangen van de oudere achterban.''

[vervolg VAKBEWEGING: pagina 24]

VAKBEWEGING

'Mijn ideale opvolger is een 18-jarige vrouw'

[vervolg van pagina 23]

Dat is volgens Blokland een fundamenteel probleem. ,,De vakbeweging zat in de discussie over prepensioen in het defensief. Een club die oude rechten verdedigt.''

De werkgevers kampen op hun manier met dit probleem van de vakbonden. In onderhandelingen over de modernisering van arbeidsverhoudingen werd de laatste jaren nauwelijks vooruitgang geboekt, constateert Hans van der Steen (52) in zijn kleine, opgeruimde werkkamer in Haarlem. Hij is directeur arbeidsvoorwaarden van Werkgeversvereniging AWVN. ,,De onderhandelingen verlopen volgens starre, ouderwetse patronen'', zegt hij. Dat bleek uit onderzoek in 2003 onder de ongeveer 500 bedrijven waarvoor de AWVN de CAO-onderhandelingen voert. En inderdaad wordt volgens hem de agenda aan de kant van de vakbond bepaald door de onderhandelaars en het kleine groepje kaderleden, en dat zijn oudere mannen. Van der Steen: ,,Die zijn niet het meest veranderingsgezind.''

Verandering en modernisering van de arbeidsverhoudingen is volgens hem noodzakelijk om de achtergebleven arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen. Dat kan alleen door ook jonge werknemers daarbij te betrekken. Die hebben volgens Van der Steen almaar meer moeite om zorg en werk te combineren. Dus: flexibele werktijden, kinderopvang, en voortdurende scholing om inzetbaar te blijven. Punten die keer op keer onderaan de agenda belanden. Maar Van der Steen wil meer. ,,Het hele systeem van beloningen en functies moet anders. De behoefte aan een hoog salaris is het grootst bij mensen met schoolgaande of studerende kinderen, niet bij ouderen.'' Overleg over dit soort zaken is volgens hem ,,vastgeroest''.

Er zijn weliswaar bedrijven waar in overleg met de vakbeweging veel is veranderd, maar het blijft volgens hem bij incidenten. ,,Er is een grens aan de veranderingsbereidheid van de bonden.'' Eigenlijk niet meer dan logisch, vindt hij. De leden van de vakbond zijn ouder en betalen de salarissen van de onderhandelaars die de werkgever tegenover zich vindt. In de huidige, gepolariseerde arbeidsverhoudingen zullen de echte, grote problemen niet worden opgelost. Alle energie wordt het komende jaar gestoken in de `reparatie' van prepensioenregelingen. In de belangen van ouderen dus. ,,En dat vind ik jammer'', zegt Van der Steen.

Bij de vakcentrales FNV en CNV is men zelf ook doordrongen van de vergrijzing van de bonden en het risico daarvan voor de balans in de standpuntbepaling. Toch huldigen zij het principe dat ze de belangen van alle werknemers behartigen, ook van de jongere werknemers. Of, zoals voorzitter Doekle Terpstra (49) van vakcentrale CNV het zegt: ,,Je hebt je leden nodig, maar je moet als bestuurder over de basis van de bond heenkijken. Anders ben je geen knip voor de neus waard.'' Dat is niet anders in de discussie over het prepensioen en levensloopregeling. Hij ziet de rol van het CNV in dat debat als hét voorbeeld van het vermogen van de bond om het directe belang van de achterban te overstijgen. De levensloopregeling zoals het CNV die wil is een ,,goede balans tussen de belangen van verschillende leeftijdsgroepen''.

Ook de FNV zegt bij het prepensioen juist niet automatisch voor de oudere werknemer gekozen te hebben en niet dwars voor het prepensioen te zijn gaan liggen. Volgens bestuurder Agnes Jongerius (44) heeft de FNV er heel bewust voor gekozen één collectieve regeling te bepleiten voor levensloop en prepensioen. Die levensloopregeling is vooral bedoeld als algemene verlofregeling voor jóngeren, voor studie of zorg. Door de gecombineerde regeling collectief te maken, en niet individueel zoals het kabinet wil, zouden er in de CAO's betere afspraken kunnen worden gemaakt over de werkgeversbijdrage. Ook zou de regeling betaalbaarder worden voor jongeren met lagere inkomens. ,,Daar is absoluut een stevig debat aan voorafgegaan'', zegt Jongerius. ,,Sommige bonden wilden dat het alleen om het prepensioen ging. Mannelijke bouwvakkers willen vóór hun 65ste stoppen met werken, maar begrijpen niet waarom de meiden op kantoor ook verlof willen.'' Juist omdat de FNV zo vasthield aan de collectieve regeling, ook voor de levensloop – volgens Jongerius in het belang van jongeren – liep het voorjaarsoverleg volgens haar vast. ,,Als we alleen voor het prepensioen hadden gevochten, dan waren we er wel uitgekomen.'' Zij is het dus niet eens met CNV'er Blokland.

Maar zowel Terpstra als Jongerius geeft toe dat het principe van belangenbehartiging voor alle werknemers regelmatig onder druk komt te staan en de oudere – mannelijke – leden voorgaan. Niet alleen bij ingrijpende kabinetsvoorstellen, maar ook bij reguliere CAO-onderhandelingen. ,,Daar kan ik me ook echt kwaad over maken'', zegt Jongerius. ,,Neem kinderopvang. Bij 15 procent van de CAO's is dat nog steeds niet geregeld. Als onderhandelaar begin je met een lange lijst met wensen. En dan komt altijd de vraag: welke onderwerpen laat ik vallen?'' En de kaderleden zijn vaak oude mannen. Dus vooral in sectoren waar veel oude mannen werken, is zo'n agendapunt snel afgevoerd. Dan, met een triomfantelijke grijns: ,,Maar in ruim 80 procent van de CAO's zijn die regelingen er wel, dus de afwegingen worden niet zo plat gemaakt als Blokland van de CNV jongerenbond zegt.''

De bereidheid aan werkgeverskant om de arbeidsvoorwaarden te vernieuwen moet volgens haar ook niet worden overschat. Ze kaatst de bal terug. ,,De onderhandelaars aan die kant van de tafel zijn ook oude mannen.'' Als voorbeeld noemt ze CAO-onderhandelingen over demotie, lagere functies voor ouderen. ,,Aan de werkgeverskant wordt weinig anders aan creatiefs genoemd dan een lager salaris. Dat gaat nooit gepaard met afspraken over omscholing of opleidingen.''

Bij de kabinetsvoorstellen die rechtstreeks de positie van oudere werknemers betreffen, bezwijkt het uitgangspunt van de algemene belangenbehartiging. Dan telt het numerieke overwicht van de oudere werknemers binnen de bonden, zoals Blokland heeft gemerkt. ,,Blokland heeft gelijk'', zegt Terpstra. ,,De grote bonden hebben de doorslaggevende stem, niet de Jongerenbond.'' Toch wijst hij verantwoordelijkheid voor de huidige nadruk op rechten van ouderen van de hand. Gezeten op een zonnig terras in Den Haag met uitzicht op de Hofvijver zegt hij: ,,Deze concentratie van onderwerpen wordt bepaald door de beleidsagenda van het kabinet. Die is niet door de ouderen binnen de CNV afgedwongen.''

Terpstra is verbolgen over de manier waarop het kabinet optreedt. Over de doelstellingen valt met hem te praten, maar het tempo en de maatvoering van de maatregelen zijn helemaal verkeerd. ,,Het is bijna antidemocratisch'', zegt hij. ,,Door de politieke daadkracht is het maatschappelijk middenveld lamgeslagen.'' Het kabinet heeft daarmee volgens hem een streep gehaald door de pogingen van zijn vakbeweging om de arbeidsvoorwaarden geleidelijk te moderniseren. ,,We realiseren ons heel goed dat we op het kruispunt staan van fatsoenlijk zorgen voor ouderen én tegemoetkomen aan de behoefte aan individualiteit. Ik heb me vijfenhalf jaar het schompes gewerkt om het profiel van de bond aan te passen. Dat is onze tragiek. Door het mislukken van het voorjaarsoverleg zijn we in één keer in het klassiek profiel geduwd van de straat en manifestaties. We zijn tien jaar terug in de tijd.''

Ook de FNV ziet zich door het kabinetsbeleid in het defensief gedrongen. Volgens Jongerius zijn de maatregelen van dit kabinet zelfs een rechtstreekse aanval op de positie van de vakbeweging.

Met andere woorden: de vakbeweging meent juist door het kabinetsbeleid teruggeworpen te worden op de eigen, oudere achterban. Zullen de bonden in de komende, massale CAO-onderhandelingen van dit najaar de belangen van oudere en jongere werknemers dan wel zorgvuldig kunnen afwegen? ,,Nee'', zegt een geagiteerde Terpstra. ,,Volgend jaar moeten we de rotzooi van de VUT en het prepensioen opruimen.'' Jongerius, na enig nadenken: ,,Dat wordt moeilijk.''

Bevordert de vakbeweging daarmee niet haar eigen vergrijzing? Geen van beide bestuurders weet precies waarom de aanwas van jongeren achterblijft. Jongerius relativeert de ontwikkeling door te zeggen dat jongeren nooit sterk vertegenwoordigd waren bij de bonden. Ze constateert dat de bonden het relatief goed doen bij jongeren die een duidelijk vak hebben. Daar speelt de bond vaak een rol bij de beroepsopleiding. Zo is 45 procent van de kappers aangesloten bij de bond. En is 75 procent van de leden van die bond jonger dan 30 jaar. ,,Maar we hebben geen oplossing voor jongeren die niet in dergelijke sectoren werken.'' Jongerius doelt dan op de geringe aanhang onder jongeren die in de zakelijke dienstverlening werken. ,,Hoger opgeleiden hebben meer behoefte aan keuzevrijheid.''

Terpstra is bereid de hand in eigen boezem te steken (,,Heb je wel eens binnengekeken bij zo'n vakbondsvergadering ergens in een zaaltje?'') maar hij vindt dat de geringe aanhang onder jongeren echt niet alleen aan de bonden ligt. Het is algemener. Jongeren lijden aan ,,de vloek van deze tijd: onverschilligheid. Alles lijkt zo vanzelfsprekend, maar het heeft wel onderhoud nodig''.

Beide bestuurders zien kansen in de heersende trend dat CAO-afspraken steeds meer decentraal, in de ondernemingen, worden gemaakt. Het arbeidsvoorwaardenoverleg komt dan dicht bij de werknemers zelf.

De bonden moeten volgens Terpstra meer aan marketing doen. Of, in de woorden van de CNV'er: ,,We communiceren voor geen meter.'' Volgens Jongerius komt de slechte `marketing' van de bonden door de ,,gêne van ideële organisaties''. ,,Die durven niet zomaar geld te besteden aan de vorm. Bij een vakbond gaat het tenslotte om de inhoud.''

Misschien dat de opvolger van Terpstra de aantrekkingskracht van de bonden op de jongere generatie kan vergroten. Want idealiter moet ,,een 18-jarige katholieke vrouw, gepokt en gemazeld in de multiculturele samenleving'' het stokje van hem overnemen, vindt Terpstra.