Tussen bron en pomp staan speculant en aan olie verslaafde Chinees

Een liter olie kost aan de bron in Koeweit 0,6 eurocent en 112 eurocent aan een benzinepomp van Shell in Duitsland. Het Duitse weekblad Die Zeit beschrijft in drie pagina's wat er gebeurt tussen bron en pomp. Als de olie in de Duitse raffinaderij Wesseling arriveert kost hij al 17 eurocent de liter. Het blad kan niet precies zeggen hoeveel procent van die waardevermeerdering ten goede komt aan Koeweit, maar weet wel dat de overheid goed zorgt voor de ruim één miljoen Koeweitse burgers. Zo ontvangt ieder bruidspaar na de huwelijksinzegening een bedrag van 70.000 dinar (190.000 euro) als renteloze lening voor het afbetalen van de hypotheek op een huis dat diezelfde overheid heeft gebouwd. Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis, inclusief behandeling in een Londense privé-kliniek. En belastingen bestaan niet in Koeweit. De rest van de prijs voor een liter benzine aan de pomp, schrijft het blad op gezag van Shell, bestaat voor 75 procent uit belastingen door de Duitse overheid. Shell verdient naar eigen zeggen slechts 4,24 eurocent per liter.

Hoe klein het aandeel van Shell in de benzineprijs aan de pomp ook moge zijn, de prijsstijging is er niet minder om. Dat ligt niet aan Koeweit, de oliemaatschappijen, de oorlog in Irak, de onrust in Venezuela of de machinaties van Moskou, vindt het Amerikaanse beursweekblad Barron's. Natuurlijk, al die gebeurtenissen dragen bij aan de onrust, maar de grootste boosdoener is China's aanhoudend groeiende vraag naar olie. Het blad vreest dat de Chinese overheid niet in staat is de oververhitting van de economie, inclusief de bijbehorende inflatie, de baas te worden, hoewel het regime daar wel pogingen toe doet. Volgens het blad is het onvermijdelijk dat de op hol geslagen ontwikkeling tot stilstand komt, zachtzinnig of hardhandig. Als dat laatste gebeurt zal de prijs voor olie in elkaar zakken, evenals voor alle andere grondstoffen, voorspelt het blad, met alle gevolgen van dien voor de wereldeconomie.

Nee hoor, denkt het Amerikaanse veertiendaagse zakenblad Fortune, niet de Chinezen maar de handelaren op Wall Street drijven de olieprijs naar ,,krankzinnige hoogten''. Evenals de markt voor informatietechnologie in 2000 ,,is de oliemarkt in de greep van een klassiek geval van speculatiekoorts''. Het blad meent dat deze ,,papieren markt'' wel erg ver verwijderd is van de basis. Sterker, ,,er zijn nergens tekorten. De benzineprijs is zelfs iets gedaald, maar de prijs voor ruwe olie blijft maar omhooggaan.''

De koorts is ook meetbaar. Sinds vorig jaar is de handel in ruwe olie op de beurs in New York gestegen met 35 procent, en de handel in brandstofolie en benzine is sindsdien zelfs met 50 procent toegenomen. ,,Maar'', zo schrijft het blad even tegenstrijdig als vergoelijkend, ,,het zou fout zijn om de handelaren simpelweg de schuld te geven van de hoge prijzen. Zoals iedereen op Wall Street proberen ze gewoon wat te verdienen.'' En zoals kampioenen van de vrije markt wel vaker doen als de markt tekortschiet, roept het blad de hulp in van de overheid. Om de druk op de markt te verlichten en de speculatiekoorts te verminderen zou het volgens het blad goed zijn als de overheid de strategische oliereserve zou aanspreken.

,,Als de olieprijs het belangrijkste risico is voor de wereldeconomie'', schrijft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche, ,,is het dat ook voor de steunpilaar van de Duitse economie, de export.'' Want het is niet alleen de automobilist die te lijden heeft van de dure olie, maar uiteindelijk alle consumenten. Dat komt doordat dure olie ook de prijs opdrijft van ,,bijna alle andere energiedragers''. Al sinds de jaren zestig geldt in de internationale handel de regel dat de prijs van aardgas en steenkool die van olie op de voet volgt. Een belangrijk verschil met vroeger is volgens het blad dat ook elektriciteit samen met olie duurder wordt, voor de consumenten evengoed als voor de producenten.

En de overheid trekt zich daar niks van aan, klaagt het blad. Integendeel, de ambtenaren van de vermaledijde minister van Milieuzaken, Jürgen Trittin, maken zich op nog strengere milieueisen te stellen aan de industrie en de automobilisten. Gelukkig vertoont kanselier Schröder meer werkelijkheidszin, maar het blad betwijfelt of hij wel een vuist kan maken in een conflict met de Groenen.

Evenals het Duitse weekblad Die Zeit heeft het Britse weekblad The Economist zijn licht opgestoken aan de bron, Koninklijke/Shell Groep, niet over de werking van de markt maar over de toekomst van olie. ,,De scenarioplanners denken dat gas na 2025 olie zal voorbijstreven als belangrijkste energiebron.'' Volgens het blad is dat te danken aan technologische vooruitgang. Deze maakt het mogelijk dat gas een soortgelijke grondstof wordt als olie. Maar, zo maant het blad tot voorzichtigheid, ,,er zullen maar een paar bedrijven zijn die aan dat spelletje mee kunnen doen''. Want het maken van een aardgasketen kost al gauw 5 miljard dollar. Het blad weet ook waarom aardgas niet veel eerder aantrekkelijk was als alternatief: ,,De bedrijven hebben er simpelweg niet naar gezocht.''