Seizoen beginnen vanaf de schopstoel

Terwijl op de Amsterdamse Uitmarkt de opening van het culturele seizoen wordt gevierd, verkeren verschillende toneel- en dansgroepen in onzekerheid of ze het einde van dit seizoen wel halen. Op 21 september maakt staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur) bekend wat ze heeft besloten ten aanzien van zo'n elf gezelschappen die een negatief subsidieadvies van de Raad voor Cultuur hebben gekregen. Als zij dat advies opvolgt, zitten de groepen vanaf 1 januari zonder geld. Hoe bereiden ze zich voor? Gewoon doorgaan of rekening houden met het nakende einde?

Volgens directeur Arthur Sonnen van het Theaterfestival hebben alle gezelschappen die op de schopstoel zitten een standaardbrief van het ministerie gekregen waarin deze ze sommeert om maatregelen te treffen voor de opheffing. Nieuwe contracten mogen bijvoorbeeld niet afgesloten worden. Het bestuur van het Theaterfestival heeft inmiddels ontslagvergunningen voor de staf aangevraagd. Sonnen denkt niet dat Van der Laan zich zal bedenken.

Ook Peter Pluymaekers van gezelschap Zep gaat er vanuit dat hij geen subsidie meer krijgt. Hij is nog de enige werknemer van zijn gezelschap, zijn contract loopt tot eind 2004 en wordt daarna waarschijnlijk niet verlengd: ,,Ik wil desnoods doorgaan als ad hoc gezelschap.''

Andere instellingen zijn minder fatalistisch. Jacqueline van Benthem van het Internationale Theaterschoolfestival (ITs) meldt vanuit Edinburgh: ,,Wij kunnen niet wachten op de beslissing van Van der Laan dus we hebben gewoon het festival 2005 gepland.''

Dansgroep Rogie & Company heeft verschillende scenario's gemaakt, waarin de groep eventueel kan overleven met Rotterdamse gemeentesubsidie. Piet Rogie denkt dat instellingen die straks geen geld meer krijgen, het seizoen gewoon kunnen afmaken met een speciale overgangsregeling, net zoals dat bij de vorige Cultuurnota gebeurde.

,,Na de laatste voorstelling volgt altijd een nasleep van contracten, rekeningen en dergelijke. Je kunt niet zomaar de deur achter je dichttrekken, dat weet het ministerie ook.''