Scepsis blijft na 21 dopingvangsten

Het strenge antidopingbeleid wordt door IOC als een groot succes uitgelegd. Bij de Spelen zijn al 21 sporters betrapt. Maar achter de schermen gaat ook veel mis. Voor het publiek schijnt het niet uit te maken.

Bij de Olympische Spelen in Athene gaat vrijwel geen dag voorbij of er wordt wel een sporter op doping betrapt. De teller staat inmiddels op 21 testen met een positief resultaat. Dat aantal wordt door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en de wereld-antidopingorganisatie (WADA) als een groot succes in de strijd tegen doping uitgelegd. Maar is dat wel zo?

Voor de beeldvorming maakt het schijnbaar geen verschil of er veel of weinig sporters op doping worden betrapt. De stadions van dopinggevoelige sporten als gewichtheffen en atletiek blijven in Athene volstromen. Toen de atletiekfinale van de 200 meter bij de mannen donderdagavond op punt van beginnen stond, waren de Griekse toeschouwers in het stadion niet stil te krijgen.

Het was hun manier om te protesteren tegen afwezigheid van hun landgenoot Kostas Kenteris, die het middelpunt was van een rel nadat hij een out-of-competition-controle had gemist en geschorst dreigde te worden door het IOC. De olympisch, Europees en wereldkampioen hield nog voor een uitspraak van de disciplinaire commissie de eer aan zichzelf en leverde vorige week zijn accreditatie in.

Het fluitconcert in het olympisch stadion was een daad van verzet, waar de inwoners van Kenteris' geboorte-eiland Lesbos diezelfde avond een schepje bovenop deden door hun held symbolisch twee gouden medailles uit te reiken: één voor zijn `zege bij de Olympische Spelen 2004' in Athene en één voor zijn `eerlijke karakter'.

Het IOC en WADA verdedigen de strengere controles zowel kwalitatief als kwantitatief met de opvatting dat het gebruik van verboden middelen in strijd is met de waarden van de sport en de jeugd een slecht voorbeeld wordt gegeven. Een even rechtvaardig als naïef standpunt, omdat doping van alle jaren is en het jongeren nooit heeft weerhouden gedrogeerd sport te beoefenen.

Een toenemend aantal sportsociologen en sportfilosofen huldigt het standpunt dat dopingcontroles nutteloos zijn en stimulerende middelen de betekenis van (professionele) topsport geenszins aantasten. Maar in de sportwereld zelf vinden zij weinig gehoor. Er is bovendien een (kleine) stroming die het gebruik niet wenst te verbieden en de keuze wil overlaten aan de sporter zelf. Een argument tegen die opvatting is, dat het zonder deugdelijke medische begeleiding doping gevaarlijk voor de gezondheid kan zijn.

Naast de discussie over morele waarden is er ook de weerbarstige praktijk waarmee dopingcontroleurs worden geconfronteerd. Aan testen in stadions valt niet te ontkomen, maar bij de out-of-competition-controles gaat veel meer mis dan IOC en WADA willen toegeven. Het is zelfs de vraag of die controles een reëel beeld van de werkelijkheid geven. Het is bekend dat controleurs, vooral in voormalige oostbloklanden, worden geïntimideerd of zelfs worden bedreigd; bovendien blijkt het opgegeven adres vaak `onvindbaar'.

De officiële opsporingsinstanties hebben zich nooit over missers uitgelaten; de indruk wordt gevestigd dat controles op locaties vlekkeloos verlopen. Het is ook van belang dat beeld in stand te houden, omdat out-of-competition-controles efficiënter werken dan de controles bij wedstrijden. Met onverwachte testen kunnen stoffen worden gevonden die bij toernooien uit het lichaam zijn verdwenen. Maar uit diverse berichten blijkt dat het systeem van onaangekondigde controles niet waterdicht is.

Het Duitse weekblad Der Spiegel publiceerde deze week een interview met de Griekse dopingcontroleur Ioannis Psarellis, die een boekje opendoet over misstanden in Griekenland. Hij vertelt over een speerwerpster die zich in haar huis opsloot toen ze de controleur zag aankomen en vervolgens spoorloos was verdwenen. Zijn naam verschijnt na een controle regelmatig in de krant zonder dat hij een journalist heeft gesproken, met als gevolg dat Psarellis door landgenoten wordt beschimpt en voor verrader wordt uitgemaakt. En hij is ooit door een manager bedreigd na een weigering de onaangekondigde controle niet uit te voeren.

Zijn grootste deceptie was evenwel zijn ontslag als wedstrijdmanager triathlon door Athoc, de Griekse organisatie van de Olympische Spelen. Als reden werd opgegeven dat zijn nevenfunctie als dopingcontroleur conflicteerde met zijn werk voor Athoc. In het arbeidsconflict riep hij vergeefs de hulp van het IOC in, terwijl het Grieks dopingagentschap hem aanraadde te stoppen om meer problemen te voorkomen. Toeval of niet, maar sinds mei van dit jaar heeft Psarellis geen controle meer uitgevoerd.

De verhoogde inspanningen van IOC en WADA hebben wel de angst onder atleten vergroot. De kans om te worden betrapt is onmiskenbaar toegenomen, al geldt dat alleen voor de middelen die kunnen worden opgespoord. Niemand weet hoeveel designdrugs in omloop zijn, omdat daarvoor geen detectiemethoden bestaan.

En niemand weet of er bij de Spelen daadwerkelijk groeihormonen worden gebruikt, ook al heeft WADA aangekondigd een methode te hebben gevonden om die op te sporen. Maar deskundigen betwijfelen dat ten zeerste, omdat de test niet officieel is gevalideerd; zij denken dat het IOC blufpoker speelt.

Een effect van de controlevermeerdering is verder dat het aantal records, vooral bij atletiek, gering is. Er wordt een enkel olympisch record gebroken, maar aan verbetering van wereldrecords zijn de mannelijke atleten nog niet toegekomen. Bij de vrouwen sprong de Russin Jelena Isinbajeva wel een wereldrecord, maar daarbij is het tot vandaag voorlopig gebleven.