Republikeinen blijven Wall Street nodig hebben

De Amerikaanse Republikeinen bevinden zich volgende week vlakbij Wall Street – in letterlijke zin dan. Maar een conventie in New York alleen is niet genoeg om de van oudsher nauwe banden tussen de partij en de financiële wereld aan te halen.

Het is nu moeilijk te geloven, maar zakenmensen en bankiers waren altijd op de hand van de Republikeinen omdat de partij beloofde hen met rust te zullen laten. De partij stond voor gezonde staatsfinanciën en een kleine overheid. De Democraten hielden daarentegen van belastingheffen en geld uitgeven. En zij waren veel meer bereid om risico's te lopen met oplopende overheidstekorten, wat destijds eenvoudigweg als onverantwoordelijk werd gezien.

Maar de nauwe banden tussen de Republikeinen en het bedrijfsleven zijn verwaterd. In de jaren tachtig zette de Republikeinse president Ronald Reagan de gezonde overheidsfinanciën overboord. Hij bood de financiële wereld een gevaarlijke mix aan van onverantwoordelijk begrotingsbeleid en lucratieve perspectieven op de markt voor staatsobligaties. De laatste serieuze poging om tot een kleine overheid te komen was het uit 1994 stammende Republikeinse Contract met Amerika. De financiële wereld stond daar welwillend tegenover, maar het Contract werd een politiek fiasco.

De Republikeinse traditie weerklinkt nog steeds in de retoriek van de partij, bijvoorbeeld als president Bush de lof zingt van 'de samenleving van het bezit'. Maar de president is wel zo voorzichtig om die woorden zijn beleid niet laten beïnvloeden. De kiezers willen niet dat de overheid hen met rust laat, zodat ze kunnen sparen en consumeren. Zij willen dat de overheid zorgt voor zaken als gezondheidszorg, onderwijs en oudedagsuitkeringen, maar ze betalen niet zo graag belastingen om die te financieren.

Figuren uit de financiële wereld die op zoek zijn naar een gezonde staatshuishouding en een terughoudende overheid kunnen zich niet tot de Democratische presidentskandidaat John Kerry wenden. Hij biedt geen grotere begrotingsdiscipline en wil zelfs nog meer geld uitgeven dan Bush. Het gebrek aan een economisch alternatief maakt het voor de Republikeinen makkelijker de financiële wereld te vriend te houden.

Daarom zal ondanks enig gemopper een grote meerderheid van de Wall Street-stemmen en -campagnebijdragen waarschijnlijk naar Bush gaan. De traditie is nog steeds belangrijk en er zijn een paar zelfzuchtige overwegingen. De regering-Bush is behoorlijk aardig geweest voor de financiële sector. De snelstijgende tekorten en de lage rente hebben tal van mogelijkheden geschapen. En de belastingverlaging komt vooral de rijken ten goede.

Met name de campagnebijdragen uit Wall Street zijn interessant. De Amerikaanse politiek draait niet alleen op geld, maar je wint geen verkiezingen als je er niet veel van hebt. De Republikeinen hebben de gunst van de financiële gemeenschap nodig om in het spel te blijven. In ruil daarvoor zouden ze gezonde overheidsfinanciën moeten aanbieden.