Op de puinhopen van twee jaar LPF

Volksvertegenwoordigers van de Lijst Pim Fortuyn schreven deze week politieke geschiedenis. De acht zetels tellende fractie in de Tweede Kamer stapte uit de vereniging die had gediend als vehikel bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2002 en 2003. Niet eerder werd de Nederlandse politiek geconfronteerd met een dergelijke manoeuvre. Ironisch genoeg handelt de fractie met haar uittreden ,,in de geest van Pim''. Fortuyn had immers een grote afkeer van politieke partijen, zoals alleen al moge blijken uit de naam van de politieke vereniging die hij in het leven riep. Dat maakt de ontstane situatie in het parlement niet minder paradoxaal: de fractie die zich erop voorstaat de stem van de kiezer het meest onverbloemd te verwoorden, zit nu zonder partijorganisatie.

Als reden voor haar uitzonderlijke stap op dit moment voerde de fractie de voortdurende machtsstrijd in het bestuur aan. Maar dat klinkt weinig overtuigend, aangezien ruzie de normale toestand lijkt binnen de LPF. Het ligt meer voor de hand dat het uittreden van de Kamerfractie onafwendbaar werd na de mislukte poging van het bestuur de vereniging failliet te laten verklaren. Het OM in Rotterdam onderzoekt nu of dit gebeurde met het frauduleuze oogmerk om bij een ,,doorstart'' van de vereniging de fiscus te ontwijken. Door de personele unie tussen de fractie en het bestuur, in de persoon van Kamerlid Nawijn, die sinds juni optrad als gedelegeerd bestuurslid, dreigde de fractie zich te compromitteren.

Ook is gebleken dat een der financiers van de partij, de vastgoedondernemer Thunesssen, een ongezond grote invloed probeerde uit te oefenen op de interne gang van zaken door de voorwaarden die hij aan zijn geldleningen verbond. En door de wijze waarop hij zijn wil heeft geprobeerd door te drijven, namelijk door het stante pede opeisen van zijn lening toen aan zijn voorwaarden niet werd voldaan. Deze kant van de geschiedenis van de LPF vormt een treffende illustratie van de gevaren die kleven aan grootschalige politieke sponsoring door particulieren en tevens van het grote belang van de nieuwe wet die deze praktijk sterk inperkt.

Op de puinhopen van twee jaar LPF wil de Tweede-Kamerfractie nu een commissie van wijze mannen – overigens een zeer oud-Haags fenomeen – laten onderzoeken hoe het verder moet met de beweging. De fractie in Den Haag en de eveneens door Fortuyn aangevoerde lokale partij Leefbaar Rotterdam vertonen baltsgedrag. Er zijn plannen om een landelijke federatie te vormen met andere lokale initiatieven die voortkwamen uit een zelfde anti-establishment-sentiment. Deze nieuwe formatie zou moeten functioneren als nieuwe partij `onder' de Kamerfractie. Het valt op zich toe te juichen dat de acht LPF'ers kennelijk hun parlementaire werk willen voortzetten op basis van het mandaat dat zij vorig jaar van hun kiezers kregen. Maar de realiteitswaarde van de samenwerkingsplannen moet worden betwijfeld. De politiek actieve aanhang van Fortuyn kenmerkt zich nu eenmaal meer door controverse, conflict en chaos, dan door eigenschappen als bereidheid tot compromis, discipline en controle, die nodig zijn voor partijvorming. Jan Nagel, aartsvader van de `Leefbaren', zegt het vandaag in deze krant zo: ,,Als je twee LPF'ers hebt, heb je drie ruzies, en vier declaraties.''

In de jongste opiniepeiling zou het volume van de fractie zijn teruggekookt tot één Kamerzetel. Wat niet wil zeggen dat de gevestigde politieke partijen zich al rijk kunnen rekenen. De revolte van Fortuyn heeft niet geleid tot een catharsis in de politiek. Het succes van klokkenluider Van Buitenen bij de recente verkiezingen voor het Europees parlement bewijst dat het ongenoegen in de samenleving over het functioneren van de politieke elites in Den Haag en Brussel ook in de toekomst kan leiden tot een onverwachte verkiezingsuitslag.