Olympisch bokspodium vol kleurrijke figuren

Boksen is niet weg te denken van de Spelen. De sport brengt opmerkelijke, soms omstreden deelnemers in de ring. Gisteren drong de Britse tienersensatie Amir Khan (17) door tot de finale van de klasse tot 60 kilogram.

Hij kon al na één rondje zijn koffers pakken, en dat was volgens de moraalridders in Athene maar goed ook. Wat deed Soulan Pownceby überhaupt in de Griekse hoofdstad? Geen gastvrijer evenement dan de Olympische Spelen. Maar een wegens moord veroordeelde crimineel uit Nieuw Zeeland in de boksring?

Minister-president Helen Clarke had haar landgenoot dan weliswaar bevolen openlijk zijn excuses aan te bieden voor zijn gruweldaad (moord op zijn vijf maanden jonge dochter), en Pownceby deed keurig wat hem van hogerhand was opgedragen. Maar eenmaal in Athene werd de 29-jarige bokser met de nek aangekeken. Een zucht van verlichting slaakte de organisatie dan ook, toen hij op de openingsdag van het bokstoernooi werd uitgeschakeld.

Datzelfde lot was Peter Wakefield beschoren. Aangeklaagd wegens openlijke geweldpleging, maar door de Australische justitie voorlopig niet vervolgd. Wakefield (26) moest eerst de eer van zijn vaderland verdedigen tijdens de Olympische Spelen. Waren ze gek geworden, daar in Down Under?

Vergeleken met de dubieuze deelnemers uit Oceanië riep het verhaal van de boksers uit Kazachstan vooral hilariteit op. De vuistvechters uit de voormalige Sovjet-staat vertrouwen in hun strijd om olympische glorie op paardenvlees en -melk (kymyz). Bondscoach Jermachan Ibraimov, vier jaar geleden zelf winnaar van de gouden medaille in het zwaarweltergewicht (tot 69 kilo), zweert bij het nomadenvoedsel, en noemt het ,,het geheim achter onze successen''.

Nee, wie om een bijzonder verhaal verlegen zat, moest de afgelopen twee weken naar de Peristeri Olympic Hall in Athene, waar het boksen vandaag en morgen zijn apotheose beleeft met de finales in de elf gewichtsklassen. Het curieuze `nieuwsverhaal' lag én ligt voor het oprapen.

Geen kleurrijker sport dan ook dan the noble art of selfdefence, zeker wanneer het strijdtoneel is opgesierd met de vijf olympische ringen. Van Afghanistan tot Zambia, van Irak tot Tonga overal komen ze vandaan, de gespierde jongens met de vuisten van beton. Met in hun gevolg de ongure types en de dito praktijken.

Wie een fraai exposé wil horen over de duistere machinaties binnen het amateurboksen moet op de koffie gaan bij Hennie Mandemaker, de trainer van Nederlands hoop in bange dagen Hüsnü Koçabas, die afgelopen voorjaar zo jammerlijk sneuvelde in de kwalificaties. Mandemaker zal in zijn sportschool in Den Bosch in geuren en kleuren vertellen over het schimmige machtsspel achter de schermen, waar naar verluidt met name de Azeri's en de Bulgaren zéér bedreven in zijn.

Iedereen weet het, net zo goed als iedereen weet dat de jurering in deze tak van sport te wensen overlaat. En toch: boksen is, net als atletiek, turnen en zwemmen, niet weg te denken van de Spelen. Het is een van de vier zogeheten `moedersporten', met als groot (olympisch) voordeel: een lage drempel, en dus zeer geliefd bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Trek ze een broek, een shirt en twee handschoenen aan en iedere al dan niet bekwame pseudo-bokser kan de ring in.

Een sport ook waar Nederland sinds Barcelona 1992 (zilver Orhan Delibas, brons Arnold Vanderlyde) ontbreekt op het appèl. En een sport waar sterren worden gemaakt en geboren. Het is immers dé opmaat voor een glansrijke (prof)carrière. Sla de geschiedenisboeken er maar op na. Floyd Patterson, Muhammad Ali, Felix Savón vrijwel alle grote boksers beleefden hun doorbraak bij de Olympische Spelen.

Voor Amir Khan lijkt hetzelfde te gelden. Na de ontluisterende aftocht van het haperende `renpaard' Paula Radcliffe op de marathon heeft het Britse volk, aangevuurd door de van geluk overlopende pers, de pas 17-jarige zoon van Pakistaanse immigranten in de armen gesloten. Hij is `The Baby of British Boxing', de jongen met de snelle vuisten en het rappe voetenwerk, die in Athene tot dusverre vriend en vijand heeft verbaasd in de klasse tot 60 kilogram.

Na drie vlotte en indrukwekkende overwinningen was Khan al de trots van de natie. Maar sinds gisteravond, toen The Kid in een slijtageslag over de volle vier ronden op punten uiteindelijk afgetekend won (40-26) van de Kazach Serik Yeleuov (23), worden hem goddelijke gaven toegedicht. De regerend wereldkampioen bij de junioren was voorbestemd pas in Peking (OS 2008) zijn olympisch debuut te maken, maar rolde dit voorjaar ogenschijnlijk moeiteloos door het kwalificatietoernooi.

Khan mag morgen proberen de jongste olympische kampioen uit de geschiedenis te worden sinds Floyd Patterson in Helsinki (1952). Hij gaat de strijd aan met een geblokte Cubaan, die zijn vader zou kunnen zijn en wordt beschouwd als de beste amauteurbokser ter wereld: tweevoudig olympisch kampioen Marío César Kindelán (33). Mocht Khan erin slagen ook deze geweldenaar van zijn sokkel te trekken, dan wacht het rolmodel van de Aziatische jeugd in Groot-Brittannië komende week een heldenontvangst in eigen land.

Dat kan Soulan Pownceby hem niet nazeggen.