Mocro: Anders

Hasna El Maroudi (19) gaat Frans en rechten studeren. Ze schrijft voor spunk.nl over hoe het is om een moderne Marokkaanse te zijn.

Genietend van de zon loop ik door mijn straat. Ik groet de buurman, aai de hond en maak een praatje met het oude omaatje dat aan het einde van de straat woont. De zon schijnt, de vogels fluiten, ik kan de hele wereld aan! Ik moet opschieten, nog een kwartier en dan moet ik op mijn werk zijn. Dat haal ik nooit, maar wat geeft het? ik voel me fantastisch. Ik vertel het oude omaatje dat ik er vandoor moet. ,,Oh, je werkt. Wat goed van je!'' zegt ze met een gemeende glimlach. Ik hou mijn hoofd schuin en kijk haar vol onbegrip aan. ,,Hoe bedoelt u mevrouw?'' vraag ik. Glunderend kijkt ze me aan en zegt: ,,Ik heb jouw gezin altijd al geweldig gevonden. Je moeder draagt wel een hoofddoek, maar ze geeft jullie wel je vrijheid en jullie werken tenminste. Jullie zijn niet zoals al die anderen. Nooit werken en maar geld van de overheid innen. Maar gelukkig zijn jullie anders.''

Mijn hart slaat een slag over en ik dwing mezelf te glimlachen. Ik knik en zeg beleefd tot ziens. De hele dag galmt de zin door mijn hoofd. Maar gelukkig zijn jullie anders, had ze gezegd. Ik vraag me af. Anders dan wie? Hoe zijn die anderen dan? En is het wel zo gelukkig dat wij zo anders zijn?

,,Maar jij bent anders!'' God wat heb ik die opmerking vaak gehoord. Ik ben me er bewust van dat ik het tegenovergestelde belichaam van wat de meeste mensen verwachten van een Marokkaans islamitisch meisje. Ik loop niet met een hoofddoek, spreek accentloos Nederlands, heb een uitstekende opleiding en ben nog nooit in contact geweest met criminele activiteiten. Ik geloof in mijn God, zoals de Koran mij heeft geopenbaard, maar hoef dat niet per se aan de rest van de wereld uit te dragen. Verder ben ik gewoon mezelf en omdat ik ben wie ik ben, zou ik anders moeten zijn? Ben ik anders omdat ik simpelweg niet voldoe aan de criteria? Ik wil niet anders zijn. Anders zijn betekent voor mij mijn achtergrond verloochenen. Anders zijn betekent voor mij mijn verleden vergeten. Anders zijn is niet weten wie ik ben en waar ik vandaan kom. Anders zijn is ondankbaar zijn voor wat mijn ouders en voorouders voor mij hebben gedaan. Ik wil niet anders zijn.

Terwijl ik na mijn werk naar huis loop denk ik weer aan dat oude omaatje en haar opmerking. Het frustreert me dat een oudere die haast geen contact met de buitenwereld heeft zo'n beeld heeft van de samenleving. Terwijl ik langs de buurtsuper loop word ik door een groepje jongeren nagestaard. Een van de meisjes kauwt ordinair op haar kauwgum, een ander rookt een joint en gooit tegelijkertijd een flesje bier naar achter. De twee worden aangevuld door vier jongens op scooter, inclusief bierflesjes. Het eerste meisje loopt mijn richting op, kijkt me arrogant aan en zegt: ,,Wat kijkkie nou? Hebt ik wa van ja aan ofsow?'' Ze staat nog geen halve meter van me vandaan en in haar ogen lees ik dat ze me rauw lust. Al gauw ben ik omsingeld door de groep hangjongeren. Ik probeer langs het meisje te lopen maar dan pakt ze me beet.

Nog geen twee seconden later ligt ze op grond met mij boven op haar. Ik hou haar armen stevig tegen de grond gedrukt en vertel haar dat ik geen ruzie zoek. Juist dan rijdt er een politiewagen langs. Twee politieagenten halen ons uit elkaar. De meisjes beschuldigen mij ervan een telefoon te hebben gestolen en zich alleen uit zelfverdediging op mij te hebben gestort. Terwijl de agenten onze namen en gegevens noteren komt een vrouw die alles van een klein afstandje heeft zien gebeuren op ons af. Ze vertelt de politie hoe het meisje mij aanviel, hoe de rest haar aanmoedigde. Ze vertelt ze dat die jongeren daar vaker stennis schoppen. Ze kijkt mij aan en zegt: ,,Haar zie ik eigenlijk alleen als ze van huis naar school gaat of andersom. Zij woont aan het einde van die straat. Ze zijn Marokkaans. Maar zo anders, zo rustig.''

Ik voel me dubbel. Ik ken mijn verleden. Ik weet wat mijn ouders hebben doorstaan, zodat ik een rustig leven kan leiden en ben hen daar dankbaar voor. Ik ken mijn taal, ik ken mijn land, ik ken de geschiedenis. Dat alles maakt mij tot een Marokkaan. Maar ik leef naar de toekomst. Mijn toekomst in dit land. Mijn toekomst die ik tegemoet zal gaan als Nederlander. Fier met opgeheven hoofd zal ik mijn intrede doen. Ik zal mijn weg vervolgen tot het moment dat ik zal horen dat ik `anders' ben. Tot het moment dat ik hoor wel een Nederlander te zijn, maar toch ook anders, een Marokkaan.