Miniatuur

Nee, het gaat op de Olympische Spelen niet alleen om records, om nationalisme, traditie, normen en waarden, vlagvertoon en hymnegebral. Het gaat op de Olympische Spelen vooral om miniaturen in het menselijke gemoed. Opeens weet een kolossus (worstelen, gewichtheffen) weer wat huilen is. Spiermassa met een hart.

Het laatste kun je aan Anky van Grunsven overlaten. Haar hart is groter dan de bronstige lijven van Bonfire en Salinero. En ook weer kleiner. Op de avond dat de dressuuramazone goud won, wilde ze voor de huldiging in het Holland Horror House nog even naar de stallen. Sjef, haar man en haar manager vond het goed. In haar tas had Anky wat appeltjes en bananen verborgen voor Salinero. ,,Dat had hij wel verdiend'', moederde ze in haar column voor De Telegraaf.

Appeltjes en bananen voor een paard. Wijlen mijn vader, die al net zo gek van trekpaarden was, zou gezegd kunnen hebben: `Een extra portie haver alla, een goeie emmer water kan ook, maar al de rest is tralala'. Ach mijn vader, wat wist hij van de kür, laat staan van Edith Piaf.

Anky is Grieks, behalve als ze spreekt. Dan wordt Brabant de wereld. Dan wordt de lach een merk. Dan zijn paarden eigenlijk schoothondjes. Ik hoor het haar nog zeggen: ,,Prisco heeft mij volwassen gemaakt. Hij was mijn eerste paard. Zo superintelligent dat ik hem niet bij kon houden. Prisco heeft mij leren nadenken.'' En: ,,Ik vertelde mijn paarden hele verhalen waar ze niets van begrijpen. Ze kennen mijn levensgeschiedenis. Ja, beter dan Sjef. Van mijn paarden weet ik hoe en wanneer ze bokken. Van mannen weet je dat nooit. Paarden die hoog in het bloed staan, zijn gezanten van de Schepper.''

En dat zegt een meisje uit Gemert.

Paardenholisme: je kan het aan Anton Geesink niet kwijt. Anton is van de brute macht. Hij zal het niet met zoveel woorden zeggen, maar Roemeense turnstertjes vindt hij gevleugelde foetussen. Leontien van Moorsel? Nagellak. Inge de Bruijn? Navelkunst. Anky? Flaneerkunst. Anton is nog steeds van de eenvoudige warme hap, en dat kun je die olympische vedettes van tegenwoordig niet toevertrouwen.

Hein Verbruggen denkt daar niet anders over, maar Hein is meer diplomaat. Hij heeft geleerd van het wielrennen: combinesport. Hein is zo Brabants als Anky van Grunsven maar met een groot verschil: hij zal zijn paard altijd naar de trog van haver leiden, niet naar appeltjes en bananen en choco. Ergo: Hein heeft geen weet van bananen. Epo, alla, dat is de vooruitgang, alla, maar niet in de krochten van bananenplantages. Is de beschaving dan in Guatemala begonnen? Niets is mooier dan onschuld als wapen. Hein Verbruggen is een eminente wapendeskundige.

Miniaturen, daar hadden we het over.

Ik verlaat Athene met een glimlach voor de vrijwilligers. Met in de rug het vijftigduizendkoppige legioen dat aan de Spelen iets van persoonlijke autoriteit wenste te ontlenen. Zij zijn in hun opzet van goedertierenheid geslaagd. Een man die uit China kwam schampte mij in de overhandiging van een flesje water. In de Flevopolder maak je het niet mee. Water zat, maar geen handen die het je aanreiken.

Drie keer was ik in Holland Heineken House Drie keer was ik verweesd. Gejuich, halleluja, je kan er verder alles mee, maar als ambassade van het volk is het een groteske leugen. LPF-gehannes: het volk, niets dan het volk.

Ach ja, de jubel van oranje tenues. Je zag het in Portugal, je zag het in Athene. Je ziet het overal, ook aan de Vecht. We hebben toch altijd te maken met de natie die zich verkleint tot Adidas en Nike. Tot riet.

Alleen, de natie weet het niet.

En ik wil het ook niet weten.