Milieu zwaar vervuild in Noord-Korea

Noord-Korea kampt met ernstige milieuproblemen. Dat blijkt uit een gezamenlijk rapport van de UNEP, de milieuorganisatie van de Verenigde Naties, en de autoriteiten in Noord-Korea. Het is voor het eerst dat een dergelijk rapport verschijnt.

Zowel het water als de lucht in Noord-Korea zijn volgens het rapport zeer ernstig vervuild. Daarnaast is er sprake van snel voortschrijdende ontbossing. Volgens Klaus Toepfer, hoofd van de in Nairobi gevestigde UNEP, hebben de economische en politieke problemen in het land de milieuproblemen allen maar versterkt.

Een van de belangrijkste oorzaken van de vervuiling zijn volgens Toepfer de kolencentrales. Ook voor hun verwarming zijn veel Noord-Koreanen aangewezen op steenkool. Noord-Korea wil overschakelen op kernenergie, maar komt daardoor in aanvaring met onder andere de Verenigde Staten, die vrezen dat het land de technologie zal gebruiken voor de vervaardiging van een atoombom. Volgens het rapport zal het gebruik van steenkool tot 2020 vervijfvoudigen.

Hoewel Noord-Korea een waterrijk land is, slagen de autoriteiten er onvoldoende in genoeg schoon drinkwater te produceren. Uit het rapport blijkt dat dagelijks zo'n 30.000 kubieke meter afval rechtstreeks in de rivier de Taedong wordt gestort. Deze rivier, waarvan veel mensen voor hun water afhankelijk zijn, stroomt dwars door de hoofdstad Pyongyang. Noord-Korea heeft dringend behoefte aan een systeem van afvalverwerking.

De watervervuiling heeft ook de kwaliteit van de landbouwgrond aangetast. Daardoor zijn grote delen van de bossen gekapt om plaats te maken voor landbouwgrond. Die grond is daardoor alleen maar sneller verdroogd, waardoor de opbrengst van de landbouw de afgelopen tien jaar met tweederde is afgenomen. Als gevolg daarvan (en door een overvloedig gebruik van chemicaliën, een tekort aan mest en een gebrek aan landbouwmachines) heeft Noord-Korea al jaren grote moeite om voldoende voedsel voor de eigen bevolking te produceren.

Ontbossing wordt verder bevorderd door de behoefte van de bevolking aan brandstof. Veel bossen zijn bovendien getroffen door insectenplagen, die weer het gevolg zijn van droogte en slechte kwaliteit van de bossen.

Noord-Korea huisvest verschillende bedreigde diersoorten, waaronder de Aziatische zwarte beer en de Siberische tijger. Maar het land is nauwelijks in staat om die dieren te beschermen.

Volgens Toepfer is het rapport een bewijs van Noord-Korea's bereidheid tot internationale samenwerking op milieugebied. ,,Het conflict tussen sociaal-economische vooruitgang en duurzame ontwikkeling zal alleen maar toenemen'', voorspelt het rapport, ,,tenzij tijdig wordt ingegrepen''. Bij de presentatie van het rapport in Nairobi waren ook Noord-Koreanen aanwezig. Zij weigerden echter vragen van journalisten te beantwoorden.