Levende foetus

Met veel belangstelling las ik in het Zaterdags Bijvoegsel (21 augustus) het interview met de neonatoloog F. Walther. Een ambitieuze en idealistische visie! Het mag in Nederland naar zijn mening dan goed geregeld zijn, of deze regels ook altijd gevolgd worden, is nog de vraag. Bij het lezen van zijn antwoord op de vraag `wat gebeurt er in Nederland met kinderen die na een abortus blijven leven?' moest ik denken aan een affaire in een van de ziekenhuizen in Den Haag in 1986. Een gynaecoloog aldaar legde na afbreking van een zwangerschap van 27 weken een nog levende foetus zolang in de vensterbank tot deze overleden was. De hypocrisie die daarna in de media werd opgevoerd irriteerde mij mateloos en bracht me tot bijgaande reactie in NRC Handelsblad. Het leek mij de moeite waard om deze naar aanleiding van het interview met Walther nog eens tevoorschijn te halen.

(Toevoeging van de redactie: Het ging om een meisje dat volgens schattingen van de huisarts en de gynaecoloog 18 of 19 weken zwanger was. Toen de abortus was uitgevoerd, bleek het kind 27 weken oud te zijn.)

Uit de ingezonden brief van 5 mei 1986:

,,Dr. C. Versluys, neonatoloog te Utrecht, legt zeer omstandig aan de televisiekijkers uit, dat de beslissing om een te vroeg geboren baby in een neonatologische afdeling al dan niet te gaan behandelen, steeds in zorgvuldige samenspraak met de ouders wordt genomen. Maar waarom, zo vraagt men zich af, zou hij ons dat uitleggen? Zou dr. Versluys dan niet weten dat in een geval als het onderhavige er tevoren allang een veel wezenlijkere beslissing was genomen, namelijk de vrucht af te drijven, omdat hij of zij niet gewenst was?''

En: ,,Een (...) zwangerschapsonderbreking is tegenwoordig in Nederland wettelijk toegestaan. Dat heeft men gewild en gekregen. Dan is het wat hypocriet om zich vervolgens zorgen te maken over het lot van de afgedreven vrucht en te discussiëren over de opvang en begeleiding ervan.''