Kabinet wil af van twee paspoorten

Het kabinet wil personen met een dubbele nationaliteit die betrokken zijn bij terroristische activiteiten het Nederlanderschap kunnen afnemen. Dat moet ook mogelijk zijn bij mensen die anderszins essentiële belangen van de staat ernstig schaden, zoals oorlogsmisdadigers. De ministerraad stemde gisteren in met een wetsvoorstel van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD), dat dat mogelijk maakt bij mensen die zijn genaturaliseerd tot Nederlander.

Verder ging de Rijksministerraad akkoord met een ander voorstel van Verdonk om de meervoudige nationaliteit zoveel mogelijk te beperken. Voor zover volkenrechtelijke verplichtingen dat toestaan moeten meer mensen dan tot nu toe voortaan afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit als zij het Nederlanderschap aanvaarden. Die verplichting bestaat al sinds 1997, maar de vrijstelling daarop wordt nu verminderd.

Bij naturalisatie ontstaat nu in 62,7 procent van de gevallen een meervoudige nationaliteit, ongeveer in de helft van die gevallen (32 procent) omdat afstand van de oorspronkelijke nationaliteit naar het recht van die nationaliteit niet mogelijk is. In de andere helft (30 procent) is afstand wel mogelijk, maar geeft de Rijkswet op het Nederlanderschap daarvan vrijstelling. Dit betreft asielgerechtigden (16 procent), gehuwden (12 procent) en personen van de tweede-generatie (2 procent). De overige 0,7 procent heeft om andere redenen vrijstelling van de afstandsverplichting.

Met het wetsvoorstel wil de regering bevorderen dat mensen die kiezen voor de Nederlandse nationaliteit zich ook wezenlijk verbonden voelen met de Nederlandse samenleving en hun oorspronkelijke nationaliteit niet doorgeven aan kinderen en kleinkinderen. Vaak zijn die hier geboren en hebben ze geen werkelijke band meer het herkomstland van hun ouders of grootouders.

Buitenlanders die met een Nederlander trouwen en daarna Nederlander willen worden, zullen op grond van dit wetsvoorstel op deze wijze als andere genaturaliseerden afstand moeten doen van hun oorspronkelijke nationaliteit.

Instemming van de Rijksministerraad was nodig omdat het afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit ook geldt voor vreemdelingen die als minderjarige ten minste vijf jaar op de Nederlandse Antillen, op Aruba of in Nederland hebben gewoond en in één van die landen op het tijdstip van naturalisatie hun hoofdverblijf hadden. Zij waren tot nu toe vrijgesteld van de verplichting om na naturalisatie afstand te doen van hun andere nationaliteit.