Jeugdzonde

In de schaakboekwinkel lag een boekje met de opvallende titel Smerig spel? en ik was een beetje teleurgesteld toen ik zag dat het geschreven was door de dammer Johan Krajenbrink en dus niet over schaken ging. Toen ik het teruglegde pakte de boekverkoper uit een kast een beschadigd exemplaar en gaf het me cadeau. ,,Het gaat over dammen, maar er staan dingen in die wij ook wel kennen'', zei hij grijnzend.

Inderdaad, er zijn veel overeenkomsten. Volgens de schaakregels heeft een pion op h2 minstens vijf zetten nodig om tot dame te promoveren, maar slimme snelschakers hebben het vaak vlugger gedaan door op het juiste moment de pion op de grens van twee velden te zetten. Dan ging het in vier: h2-h4-ergens tussen h5 en h6-h7-h8D. Bij dammen kan dat kennelijk ook, want Krajenbrink bekent dat hij eens een sneldampartij heeft gewonnen door op die manier een zet te vroeg een dam te halen.

Een onderwerp dat in zijn boekje niet wordt behandeld is het met opzet verliezen van een partij. Ik ben daar nooit bij betrokken geweest, wat me beslist niet spijt, maar me toch ook wel eens het gevoel gaf dat ik geen echte prof was, maar een amateuristische flierefluiter. De onomkoopbare is onuitstaanbaar voor wie in een harde strijd om het bestaan gedwongen is om compromissen te sluiten met de deugd.

Zelfs de grote vechter Viktor Kortchnoi heeft er aan meegedaan, al is het lang geleden. Na een lezing die hij onlangs in Moskou hield, vroeg iemand uit het publiek: ,,Heeft u wel eens klassieke partijen met Anatoli Loetikov gespeeld?'' Een onschuldige vraag waarop een onschuldig antwoord mogelijk was, maar de eerlijke Kortchnoi deed het anders en zei spontaan dat Loetikov vrijwel de enige persoon was met wie hij partijen verhandeld had.

Eerst had hij zelf een punt gekregen dat hij nodig had en in een later toernooi was het omgekeerd en kreeg Loetikov het punt, in een koningsgambiet. Dat moet deze partij zijn geweest.

Loetikov-Kortchnoi, Leningrad 1951

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.Pf3 Le7 4.Lc4 Pf6 5.Pc3 Pxe4 6.Lxf7+ Kxf7 7.Pe5+ Ke6 8.Pxe4 d5 9.Dg4+ Kxe5 10.d4+ Kxd4 11.c3+ Ke5 12.Lxf4+ Kxe4 13.Df3+ Kf5 14.Lxc7+ Kg6 15.Lxd8 Txd8 16.0-0 Pc6 17.Dg3+ Kh6 18.Tf7 g5 19.h4 Tg8 20.Taf1 Le6 21.hxg5+ Txg5 22.Dh4+ Th5 23.T1f6+ Zwart gaf op. Ze hebben er in ieder geval een mooi spektakel van gemaakt. Kortchnoi moet toen 19 of 20 jaar zijn geweest en deze jeugdzonde zal zijn reputatie van ridder zonder vrees of blaam niet aantasten.

Vorige maand won de Onvermoeibare weer eens een toernooi, het Quebec Open in Montréal. Hij heeft de reputatie dat hij graag pionnen pakt, maar tegen de Canadese meester Jean Hébert liet hij zien dat hij als aanvalsspeler ook met pionnen kan strooien.

Wit Hébert-zwart Kortchnoi, Quebec Open 2004

1. Pg1-f3 Pg8-f6 2. c2-c4 b7-b6 3. d2-d4 e7-e6 4. e2-e3 Lf8-b4+ 5. Lc1-d2 Lb4-e7 6. Pb1-c3 Lc8-b7 7. Lf1-d3 d7-d5 8. c4xd5 e6xd5 9. Dd1-a4+ c7-c6 10. Pf3-e5 0-0 11. b2-b4 Le7-d6 12. f2-f4 De witte opstelling lijkt onlogisch, want bij Pe5 en f2-f4 hoort koningsaanval, niet de actie op de damevleugel met Da4 en b4. Kortchnoi neemt nu harde maatregelen. 12...b6-b5 13. Da4-b3 a7-a5 14. b4xa5 b5-b4 15. Pc3-e2 Pb8-a6 Nu kan wit met 16. Lxa6 Lxa6 17. Pxc6 Dd7 18. Pxb4 drie pionnen voor komen, maar dat zou tot zijn snelle ondergang leiden. 16. Ta1-c1 c6-c5 Nu moet wit het pionoffer wel aannemen, anders komt hij slecht te staan. 17. Ld3xa6 Lb7xa6 18. Pe5-c6 Hier en in het vervolg heeft wit steeds een moeilijke keus. Na 18. dxc5 Lxe5 19. fxe5 geeft zowel 19...Pg4 als 19...Pe4 zwart gevaarlijke aanval. 18...Dd8-d7 19. d4xc5 La6xe2 20. Ke1xe2 Ook na 20. cxd6 Dg4 heeft zwart aanval, maar duidelijk is het niet.

jmMmMdlm

mMmkmgag

MmHcMbMm

AMAgmMmM

MaMmMAMm

mKmMAMmM

GmMCLmGA

mMDMmMmJ

20...Ld6xf4 21. Db3xb4 Of 21. Pd4 Le5, weer met gevaarlijke aanval. 21...Dd7xc6 22. Db4xf4 d5-d4 23. e3xd4 Dc6xg2+ 24. Ke2-d3 Dg2-g6+ 25. Kd3-c4 Pf6-e4 26. Ld2-b4 Dit is in ieder geval een fatale fout. Hij had 26. d5 moeten doen. Ik denk dat zwart de witte koning dan ook wel te pakken had gekregen, maar ik zie niet precies hoe. 26...Dg6-a6+ 27. Kc4-b3 Da6-d3+ 28. Kb3-b2 Na 28. Ka4 Tfb8 dreigt zwart zowel 29...Db5+ als 29...Txa5+ en mat. 28...Tf8-b8 29. Th1-d1 Legt het hoofd in de schoot. Na 29. a3 wint zwart met 29...Dxd4+ 30. Kc2 Txb4 31. axb4 Dc3+ 29...Tb8xb4+ 30. Kb2-a1 Dd3-e2 31. Tc1-b1 Pe4-c3 31...Dxa2+ was mat in twee, maar dit is ook goed genoeg. Wit gaf op.