Instrumentaal wild

,,Instrumenten zijn zo passé'', zei Björk onlangs in een interview, en ze maakte een cd waar geen instrument op voorkomt. Sterker nog, afgezien van een enkele beat en heel af en toe wat electronisch gefriemel, is haar nieuwe cd Medúlla volledig opgebouwd uit zang, human beatbox, gekrijs en gefluister – de menselijke stem, kortom.

Het grappige is dat het niet eens meteen opvalt. Sommige stemmen lijken op een theremin, een glijerige synthesizer of verhakselde samples. `Uitsluitend stem' is hier niet synoniem met sober. Björks eigen zang kronkelt zich door een hecht vervlochten geheel van stemmen die brommen in pulserende doo wop-stijl, zich samenballen tot massieve koren of hijgend hun eigen weg gaan. Van over de hele wereld verzamelde Björk haar begeleiders, zoals Het IJslandse Koor, de Inuit-keelzanger Tanya Tagaq Gilis die angstaanjagend bromt en gorgelt, de a capella-zanger Dojaja uit Japan, de Amerikaan Rahzel, bekend van rapgroep The Roots die met zijn mond een drumstel kan nadoen, en het glazige geluid van de Engelse bard Robbert Wyatt.

De sfeer van de nummers is gevarieerd. De helder opgenomen stemmen zijn ijzig en majestueus, of snateren neurotisch door elkaar heen. Het pop-gevoel van Björks oudere werk kon of wilde ze op de nieuwe cd niet altijd de ruimte geven. Toch zijn er een paar nummers die zich tot verbijsterend mooie popliedjes ontpoppen: `Who Is It' en het opzwepende `Triumph Of A Heart' bieden genoeg Schwung en melodieuze aanknopingspunten om simpelweg te bekoren. In andere nummers klinken Björks bouwsels soms iets te verheven.

Net als artiesten als Sonic Youth en Beck, is ook Björk het type muzikant dat altijd het avontuur zal zoeken. Het commerciële sucecs van haar twee solo-platen Debut en Post hoeft ze niet te evenaren; Björk Gudmundsdóttir weet hoe je een hit schrijft. Vervolgens doet ze liever dingen die niemand anders in zijn hoofd zou halen.

Björk: Medúlla

(One Little Indian/Polydor)