Het volk tellen zonder aan te bellen

Als een van de eerste landen in Europa heeft Nederland de gegevens gepubliceerd van de volkstelling 2001. Deze telling is gehouden zonder dat de burger er iets van heeft gemerkt.

Bij de meest recente volkstelling in China, in 2000, moesten burgers op door de regering vastgestelde dagen thuis blijven en togen vijf miljoen tellers langs de deuren om vast te stellen wie waar woont, hoe oud die is, wat voor werk die doet, et cetera. Dat is een zeer complexe en ook kostbare operatie.

De Europese landen hadden met elkaar afgesproken hun volkstelling in 2001 te houden: allemaal in hetzelfde jaar, opdat de uitkomsten zo veel mogelijk vergelijkbaar zijn. Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, stelde een lijst op van gegevens die elk land zou moeten verzamelen.

In Nederland nam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze taak ter hand. Het CBS heeft inmiddels de gevraagde gegevens aan Eurostat geleverd. Toch hoefde er niemand thuis te blijven, werden geen tienduizenden tellers gerekruteerd en ontstond geen politiek debat over een majeure uitgave.

Het CBS heeft een `virtuele telling' uitgevoerd. Dat wil zeggen dat gegevens uit bestaande registers, zoals de gemeentelijke basisadministratie, zijn gecombineerd met gegevens uit grootschalige enquêtes. Deze worden op het niveau van het individu aan elkaar gekoppeld.

Dat kan, omdat de CBS-enquêtes, zoals de enquête beroepsbevolking waarvoor jaarlijks meer dan 100.000 mensen worden ondervraagd, niet anoniem zijn. Het CBS weet wie welk antwoord heeft gegeven en slaat die gegevens op in een reusachtig bestand met data over alle inwoners van Nederland, het zogeheten Sociaal Statistisch Bestand (SSB).

Zo'n Big-Brotherbestand is precies waarvoor privacyactivisten rond 1970 bang waren. Door hun activiteiten ontstond er destijds voor het eerst serieuze weerstand tegen het houden van een volkstelling. De volkstelling van 1971 was meteen de laatste echte volkstelling die in Nederland is uitgevoerd. De non-respons bedroeg toen ondanks alle weerstand overigens 2,3 procent, een percentage waaraan alle onderzoekers vandaag de dag met veel weemoed terugdenken. Bij enquêtes is een non-respons van tientallen procenten gewoon geworden.

Bij het CBS is men zich heel bewust van die angst voor schending van de privacy. Het sociaal statistisch bestand is dan ook met buitengewone veiligheidsmaatregelen omgeven. Er zijn ook wettelijke waarborgen: zo mogen ook politieagenten niet komen neuzen in het bestand. Al weet natuurlijk niemand of zulke regels in tijden van terrorismedreiging overeind blijven.

In enkele landen, zoals Zweden en Finland, is niet eens enquêtemateriaal nodig om de door Eurostat gewenste tabellen te leveren. Zij kunnen alles uit registers halen het beroep en de opleiding van alle burgers is daar geregistreerd, anders dan in Nederland. Overigens zijn sommige gegevens die in Nederland als zeer privacygevoelig gelden, zoals inkomen, in deze landen voor elk individu openbaar. In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, werd een echte volledige volkstelling gehouden. Omdat de Nederlandse oplossing heel veel goedkoper is, bestaat er in het buitenland een groeiende belangstelling voor de aanpak van het CBS. De virtuele volkstelling heeft enkele miljoenen euro gekost. Ter vergelijking: de echte volkstelling in Canada, met ongeveer twee keer zo veel inwoners, kostte 450 miljoen euro.

De Nederlandse aanpak heeft ook nadelen. Zowel bij een volledige registertelling als bij een echte volkstelling zijn vrijwel alle gegevens beschikbaar over vrijwel alle burgers. Dat is hier niet het geval: niet iedereen is immers wel eens geënquêteerd. Er zitten dus gaten in het basisbestand. Voor de publicatie van de volkstellingsresultaten zoals die nu plaatsvindt is dat niet zo bezwaarlijk. Die resultaten zijn cijfers voor heel Nederland, voor regio's, of in enkele gevallen gemeenten. Slechts een zeer beperkt aantal gegevens is voor tien grote steden gepubliceerd op wijkniveau.

Het enquêtemateriaal is omvangrijk genoeg om betrouwbare tabellen te maken van bijvoorbeeld werkloosheid naar leeftijdscategorie, of naar geslacht. Maar ze zijn ook weer niet zo groot, dat al die tabellen onderling vanzelf consistent zijn. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld het totale werkloosheidspercentage uit de tabel `werkloosheid naar leeftijd' niet gelijk is aan dat uit de tabel `werkloosheid naar geslacht'. Om dit probleem op te lossen, heeft CBS een speciale statistische techniek ontwikkeld, het zogeheten herhaald wegen, om die tabellen alsnog consistent te maken.

Registergegevens zijn ideaal omdat ze compleet zijn, en omdat er geen extra data voor hoeven te worden verzameld. Maar zijn ze ook betrouwbaar? Kees de Hoog, hoogleraar gezinssociologie in Wageningen, zette daar deze week op een symposium bij het CBS enige vraagtekens bij. Met name in de grote steden zou het bevolkingsregister wel eens flink vervuild kunnen zijn. Bij de Bijlmerramp, in 1992, bleek dit in die wijk in extreme mate het geval. ,,Aan virtuele grootstedelijke volkstellingen hebben we niks'', concludeerde hij dan ook, en bepleitte steekproeven om de betrouwbaarheid van de registers beter te kunnen schatten.

CBS-projectleider Eric Schulte Nordholt betwijfelde echter of op een andere manier betere gegevens te verkrijgen zouden zijn: ,,Als we echt zouden gaan tellen, zouden zo veel mensen niet meedoen of opzettelijk verkeerde antwoorden geven, dat de resultaten slechter zouden zijn dan van een virtuele telling.'' Zelfs het meedoen aan een volkstelling verplichten, zou geen oplossing zijn, omdat het administratief ondoenlijk is tien- of honderdduizenden weigeraars of saboteurs te beboeten. Een echte volkstelling is niet alleen kostbaar, maar wordt alom als onuitvoerbaar beschouwd, gezien de ook in internationaal opzicht geringe bereidheid van de bevolking om mee te werken aan enquêtes.

MAANDAG: Cijfers over Nederland