Grote meneer in Britse atletiek

De Nederlander Charles van Commenée (46) kan technisch directeur van de Britse atletiekbond worden. Een prestigieuze baan voor iemand die compromisloos werkt. ,,Maar dat wordt geaccepteerd van `the tulip amongst the roses'.''

Het contrast is groot, maar exemplarisch voor Charles van Commenée. In 1984 reisde hij als beginnend atletiektrainer met een rugzak naar Los Angeles om de Olympische Spelen bij te wonen. Twintig jaar later in Athene is hij één van de vier hoofdcoaches van de Britse atletiekploeg, de voornaamste kandidaat om na de Spelen technisch directeur van de Britse bond UK Athletics te worden en wordt zijn naam in Nederland genoemd als opvolger van Joop Alberda bij de sportkoepel NOC*NSF. De ambitieuze Amsterdammer is een grote meneer geworden.

Het zou blasé uit de mond van Van Commenée's klinken als hij die ontwikkeling had voorspeld. En zo is hij ook niet. Maar de Nederlander had zich ooit wel voorgenomen trainer op olympisch niveau te worden; zonder ambities is in zijn perceptie het leven kleurloos. ,,Ik ben naar Los Angeles gevlogen, omdat ik wilde weten hoe het er bij de Spelen toe gaat; je moet bij het hoogste zijn geweest om te weten waar je naar toe moet.''

Maar het was niet alleen de ambitie die hem destijds naar Los Angeles dreef. Van Commenée had als trainer ook honger naar technische informatie. Hij zocht de wegen die sporters naar de top kunnen brengen. Van Commenée: ,,In 1977 bezocht ik al de World Cup in Düsseldorf. Als trainertje van nog geen twintig vond ik het fascinerend om daar rond te lopen. Ik wilde alles weten. En die behoefte is gebleven. In 1989 toog ik met collega-trainer Peter Verlooy naar Duisburg om de Universiade bij te wonen. Maar wij waren de enige twee uit Nederland. Terwijl Duisburg toch op twee uurtjes rijden van Amsterdam ligt. Dat je niet naar Tokio of Seoel gaat begrijp ik, maar Duisburg kan toch wel?''

Inmiddels heeft Van Commenée zijn naam gevestigd in Groot-Brittannië, waar hij een entree kreeg als coach van zevenkampster Denise Lewis, die vier jaar geleden bij de Spelen de gouden medaille won. Hij trad na `Sydney' bij UK Athletics in dienst als technical director jumps and combined events en is recentelijk vriendelijk doch dringend verzocht te solliciteren naar de vrijkomende functie van performance director, waarmee hij de volledige technische verantwoordelijkheid bij de Britse bond kan krijgen. Een prestigieuze functie, waarvoor Van Commenée gesteund wordt door grote namen uit de Britse atletiek. Onder anderen hinkstapspringer Jonathan Edwards en de oud-sprinter Linford Christie hebben voor zijn benoeming gepleit. Evenals de tweevoudig olympisch kampioen op de 1.500 meter, Sebastian Coe, die de Nederlander zelfs de enige geschikte kandidaat heeft genoemd.

Van Commenée voelt zich vereerd met die steun, maar weet dat hij zijn aanstelling daarmee nog niet heeft verworven. ,,Het gaat tegenwoordig meer om perceptie dan om feiten en vakbekwaamheid'', zegt Van Commenée. ,,En daarop heb je nauwelijks invloed. Ik mag dan in de ogen van Edwards, Christie en Coe de beste kandidaat zijn, maar zij maken niet de keus. Benoemingen op dat niveau zijn vaak het resultaat van een politiek spel. En dat begrijp ik; daar doe ik zelf ook aan mee. Ik krijg vaak zaken voor elkaar door me eerst stil te houden, maar later in de media de volumeknop voluit te draaien. Dat is een mechanisme waar ik handig gebruik van maak.''

Mocht Van Commenée bij de Britse bond worden gepromoveerd dan is hij niet in beeld voor de opvolging van Alberda bij NOC*NSF. Als daar hoe dan ook sprake van is, want Van Commenée zegt niet te zijn benaderd vanuit Nederland. ,,Dan is de procedure nog niet begonnen of ik ben geen kandidaat'', zegt hij. ,,Maar niemand gelooft dat, omdat mijn naam rond zingt. Mocht ik worden gevraagd, dan kom ik in dubio te staan. Maar ze moeten wel snel komen; binnen een maand, of misschien wel twee weken. Want die baan in Groot-Brittannië laat ik niet lopen. Nee, een vergelijking tussen beide functies kan ik niet maken omdat ik de structuur in Nederland niet goed ken. Bovendien heb ik gehoord dat NOC*NSF die structuur wil veranderen. En wat is dan het takenpakket? Hoeveel geld blijft er beschikbaar? Wat zijn de doelstellingen? Pas als dat helder is, kan ik antwoord geven. Maar geïnteresseerd ben ik zeker.''

En terug naar Nederland wil Van Commenée ook wel, hoewel hij het in Groot-Brittannië zakelijk en sportief zeer naar zijn zin heeft. ,,Ik vind Nederland alleen een fijner land om te wonen, maar dat is om sociale redenen. Het werk in Groot-Brittannië is evenwel aantrekkelijker. Atletiek is in Groot-Brittannië een grote sport. Het heeft me twee jaar gekost om het systeem te doorgronden en de mensen te leren kennen. De eerste jaren kon ik het verschil niet maken. Nu wel. En ik denk bij een herbenoeming voor vier jaar ook wat extra's te kunnen brengen.''

Een mening die de zevenkampster Kelly Sotherton ten volle deelt. De bronzen-medaillewinnares in Athene wordt door Van Commenée getraind en vindt dat zijn rechtlijnige aanpak voor een doorbraak in de Britse cultuur van schipperen kan zorgen. Van Commenée moet glimlachen als hij Sothertons mening hoort. ,,Ja, ik ben anders. De Britten in dienst van de bond zijn veel beleefder, gemanierder, meer tot compromissen bereid dan ik en kunnen marchanderen. Dat ik daarvan afwijk is geen kunstje, zo ben ik nu eenmaal. En mijn directheid wordt geaccepteerd omdat ik een buitenlander ben. Ze noemen me om die reden `the tulip amongst the roses'. Maar als het doel is om harmonie te brengen, moet je mij ook niet in huis halen; daar ben ik niet goed in. Mijn kracht is dat ik mensen beter kan laten presteren.''

Het bewijs van zijn vakmanschap als trainer heeft Van Commenée bij deze Spelen nog eens geleverd met Sotherton, die vrijwel vanuit het niets de bronzen medaille won. Maar dat meisje staat volgens hem ook model voor de kwaliteit van het Britse systeem. ,,Van het niveau Sotherton heb je er in Nederland wel honderd'', stelt Van Commenée. ,,Toen ze bij me aanklopte in het Birmingham High Performance Centre en vroeg of ik haar een half uur per dag wilde trainen, heb ik ja gezegd. Op een goed moment heb ik Sotherton voor de keus gesteld; of je blijft veertig uur per week werken of je gaat fulltime sporten en dan zorg ik dat er geld beschikbaar komt. Ze koos voor het laatste, werd in het systeem van de bond opgenomen en kreeg 7.000 pond, pakweg 11.000 euro, per jaar om in haar onderhoud te kunnen voorzien. Ze is verhuisd naar een appartementje op twee mijl van de hal, waar ze lopend naar toe kan, twee keer per dag traint en waar altijd een trainer, arts en fysiotherapeut beschikbaar zijn. Vervolgens is één en één twee en rolt er in Athene een medaille uit.''

Van Commenée vindt dat Nederland best een voorbeeld aan het Britse systeem kan nemen, hoewel er de afgelopen vier jaar onder leiding van technisch directeur Henk Kort naar zijn mening sprake was van een kentering. Dat Kort als gevolg van krimpende budgetten moet verdwijnen vindt Van Commenée zorgwekkend. ,,Er was juist weer nieuw elan en veel positivisme; dat dreigt te verdwijnen. Als de financiële middelen minder worden, vind ik dat een bond altijd zijn kernactiviteiten behoort te beschermen. Maar bij de KNAU wordt te veel aandacht aan de periferie besteed. Er kwam een bondskantoor met een servicenetwerk en mooie magazines; klantvriendelijkheid was het kernwoord. Als je op de gang van het bondsbureau over een bananenschil uitglijdt, is er een standaardformulier voor de verzekering en de route naar het ziekenhuis.''

,,Maar weinig mensen weten hoe je een getalenteerde atleet moet leren de kogel ver weg te gooien. Ik vind dat in economisch zware tijden eerst afscheid genomen moet worden van telefonistes, schoonmaaksters en administrateurs en pas als laatste van het technische kader. Maar in Nederland lijkt die laatste groep nu te worden bedreigd. Topsport is een wereld met eigen mores. En die moet je kennen om succesvol te kunnen zijn. Je moet de leiding niet in handen geven van iemand van de atletiekclub in Son en Breugel. Tenzij je als bond kiest voor breedtesport. Maar dan is het winnen van medailles een illusie. Dan gaat het de kant op van het Britse voetbal, waar miljoenen mensen tegen een bal trappen, maar niets wordt gepresteerd.''

Het verschil tussen de Nederlandse en Britse atleten is volgens Van Commenée ook de prestatiedruk. ,,Een Nederlander kan hooguit niet aan de verwachtingen voldoen, maar echt verliezen is onmogelijk. In Groot-Brittannië hangt de financiering voor de komende vier jaar van de resultaten bij de Olympische Spelen af. En wie presteert wordt beloond, maar wie faalt kan zijn baan verliezen. Dat is hard, met als voordeel dat iedereen elke dag het beste geeft; er is geen ruimte om te verslappen. Persoonlijk vind ik zo'n cultuur niet prettig, maar het werkt wel. Je loopt nu eenmaal harder als er iemand met een geweer achter je aanzit.''

Gelukkig voor Van Commenée zijn de Britten buiten schot gebleven bij de talrijke dopinggevallen van het olympisch atletiektoernooi. Over het grote aantal is de Nederlander overigens niet verbaasd. ,,,Omdat ik weet wat er speelt. Maar dat de Grieken met Kenteris en Thanou twee sterren buiten het toernooi hebben gehouden, vind ik hoogst opmerkelijk. Daarmee wekken ze de indruk dopingzaken eindelijk serieus te behandelen, terwijl de laatste jaren alleen de schijn werd hoog gehouden. Desondanks zet ik bij sommige medaillewinnaars in Athene een groot vraagteken; ik heb nog steeds het idee dat een aantal hier goed wegkomt. Dan denk ik: hoe is het mogelijk? Die gebruiken blijkbaar spul waar we geen weet van hebben. Het is altijd opvallend als de prestatiecurve van een atleet uitschieters vertoont. Ik kan geen harde statements geven, maar de zege van de Wit-Russin Yulia Nesterenko op de 100 meter vind ik om die reden uitermate verdacht, evenals de overwinning van de Griekse Fani Halkia op de 400 meter horden. Wat zij deed is zelfs zelden vertoond; dat was van een ander niveau.''

Als het om doping gaat is Van Commenée voorstander van de harde aanpak. ,,Omdat mensen zonder scrupules de sport vervuilen en schone atleten in de weg staan. De Nederlandse kogelstootster Lieja Koeman mag dan het imago van een huilebalk hebben, ik vind dat ze een punt heeft als ze daarover klaagt. Zij is vaak buiten de finales gevallen, terwijl naderhand als gevolg van doping een uitslag moest worden gecorrigeerd. En als dan iemand haar onmiddellijk na de wedstrijd een microfoon onder de neus houdt, reageert ze haar frustraties af. Dat moment is niet slim gekozen, omdat de perceptie zich dan tegen haar keert. Voor haar vind ik dat zuur, omdat ik weet dat ze clean is.''