Gedrag Balkenende `onbehoorlijk'

Premier Balkenende en de ministers Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) hebben zich in augustus 2002 niet behoorlijk gedragen en waren onvoldoende zorgvuldig bij de beantwoording van Kamervragen over een onderzoek van de Maastrichtse hoogleraar staats- en bestuursrecht prof.mr. A.Q.C. Tak.

Dat concludeert de Nationale ombudsman op basis van een onderzoek dat is ingesteld naar aanleiding van klachten van Tak over de kabinetsleden. De uitspraak komt na een woordenstrijd van ruim twee jaar.

Tak publiceerde in 2002 een tweedelig handboek over het Nederlandse bestuursprocesrecht: Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk. Hij oordeelde daarin uiterst kritisch over het functioneren van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tak concludeerde onder meer dat er voor de individuele burger geen rechtsbescherming meer bestaat in conflicten met de overheid, en dat de formalistische houding van de bestuursrechter leek op ,,formulierencontrole'' en op een spelletje ,,tikkertje-af''.

Naar aanleiding van Kamervragen over Taks uitlatingen antwoordde minister Remkes, mede namens Balkenende en Donner, dat het oordeel van Tak over het falen van het bestuursrecht was ,,gebaseerd op impressies en niet is onderbouwd met sociaal-wetenschappelijke en/of bestuurskundig empirisch onderzoek''. Tak eiste daarop genoegdoening van het kabinet, omdat hem in zijn ogen ernstig onrecht was aangedaan in zijn integriteit als wetenschapper.

Tak bleek enkele jaren vóór zijn onderzoek te hebben gezegd dat zijn conclusies naar het functioneren van de Raad van State waren gebaseerd op impressies. In het boek dat in 2002 verscheen, stelde hij echter dat zijn impressies van destijds door zijn onderzoek ,,overvloedig'' werden onderbouwd.

De ministers verwezen in hun antwoorden aan de Tweede Kamer echter naar het verouderde citaat. Volgens de Nationale ombudsman handelden de ministers daarmee ,,feitelijk onjuist'' en ,,onvoldoende zorgvuldig''.

De ombudsman vindt het verder ,,ongepast'' en ,,niet behoorlijk'' dat premier Balkenende, na een herhaald verzoek om genoegdoening van Tak, aan de hoogleraar schreef dat hij diens verzoek niet had gelezen. Om vervolgens af te sluiten met de zin: ,,Niettemin dank ik u hartelijk dat u de moeite hebt willen nemen mij te schrijven.''