Europese kanarie

Kleine zangvogels strijken graag neer op oude telegraafdraden, nu zijn het bovengrondse telefoonlijnen. In de Franse landstreek Périgord (Dordogne) vormen tal van vinkachtigen de noten op zo'n notenbalk van draden. Het is een vlucht Europese kanaries (Serinus serinus), een verwante soort aan de kooivogels uit de Canarische en Kaapverdische eilanden. In de 15de eeuw ontdekten de Portugezen deze kleine zangvogels. Maar de Europese kanarie blijkt een aparte soort te zijn. `Kanariegeel' is goed van toepassing op de serinus. Het mannetje heeft een heldergeel voorhoofd, gele wenkbrauwstreep en borst. De korte, wat plompe snavel is donker. De wonderlijke, dwarrelende en cirkelende baltsvlucht heeft iets grillig-vleermuisachtigs. De zang telt de trillers van een kanarie, verder sissende en klingelende tonen. Het eerste Nederlandse broedgeval werd in 1922 aangetroffen. Maar hier is het Frankrijk; de Europese kanarie nestelt met twee broedsels per jaar in lage struiken, bosschages en vooral in wijngaarden.

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl