Europa warmt op

Een nieuw rapport van het Europese Milieuagentschap zet de gevolgen van de klimaatsverandering op een rijtje. Misschien zijn voortaan twee oogsten per jaar mogelijk!

HET EUROPESE Milieuagentschap bestaat en zit in Kopenhagen. Dat was misschien wel het belangrijkste nieuws dat het agentschap, de European Environmental Agency (EEA), vorige week naar buiten bracht. Het EEA trok de aandacht met de publicatie van het rapport `Impacts of Europe's changing climate'. Het is een verontrustend rapport.

Bij nader inzien bestaat het EEA al elf jaar, heeft het inmiddels ongeveer 100 man in dienst en is er, volgens de website (www.eea.eu.int), al een stroom van rapporten uitgebracht. Allemaal over het milieu. Maar lang niet zo verontrustend als dat laatste over het veranderende klimaat: zowel de natuur, de gezondheid als de economie lopen gevaar. Staatssecretaris Van Geel greep de gelegenheid aan om te pleiten voor `stevige maatregelen'. ``Hoeveel meer bewijzen hebben we nog nodig om te beseffen dat de klimaatverandering een alarmerende trend is geworden.''

Zo ontstond de indruk dat het EEA geheel nieuwe bewijzen van klimaatverandering had geleverd. Dat is niet het geval. Het rapport geeft een minutieuze beschrijving van de huidige klimaatverandering in Europa (hoewel eigenlijk juist de gevolgen van de verandering zouden worden besproken), maar put daarbij uitsluitend uit oude bronnen. Het merendeel komt uit de raporten van het IPCC, waarvan de conclusies zonder enig voorbehoud zijn overgenomen. Het overgrote deel van de rest kent de Nederlander van de Europese analyses van KNMI-meteoroloog Albert Klein Tank. Deze hoopt daarop binnenkort te promoveren.

gletsjers

Het EEA heeft de gevolgen van klimaatverandering willen beschrijven aan de hand van 22 indicatoren, maar de helft daarvan beschrijft de klimaatverandering zelf. In Europa is het de afgelopen eeuw warmer geworden dan gemiddeld voor de hele wereld, maar dat was al bekend. Het noordelijk halfrond warmt sneller op dan het zuidelijk en het land loopt wat voor op de zee. Hier en daar in Europa wordt het extra warm, hier en daar blijft het wat koeler. Ook in Europa worden gletsjers snel korter (behalve in Noorwegen), neemt de winterse sneeuwbedekking af, enzovoort.

Gemeten over een hele eeuw is de regenval in Scandinavië en noordwest Spanje met tientallen procenten toegenomen. Maar in Zuid-Europa werd het aanmerkelijk droger. Rond Nederland is het maar een paar procent natter geworden. Wel valt op veel plaatsen in Europa de regen anders dan vroeger: het aantal jaarlijkse overstromingen is sinds 1995 opvallend aan het stijgen. Ook de reacties van rivieren zijn grillig: van sommige rivieren neemt de jaarlijkse afvoer toe (vooral in Z.O. Europa) en van andere neemt-ie af. De afvoer van de Rijn steeg een beetje, maar het lijkt niet snel erger te worden.

Ook rond de kusten van Europa stijgt de zeespiegel, ruwweg even snel als mondiaal gemiddeld, maar met grote lokale verschillen. De intrigerende bijzonderheid dat tot dusver nog steeds geen versnelling in de zeespiegelrijzing is gevonden, ondanks al dat smelten en opwarmen, laat het EEA ongenoemd.

Het EEA-rapport doet kalm over de afname van het zeeijs rond de noordpool. Men concludeert dat de bedekking met zeeijs de laatst 25 jaar in totaal met 7 procent is afgenomen. De opgenomen grafiek laat zien dat er, na een snelle achteruitgang tussen 1980 en 1989, sinds 1990 nauwelijks nog een ongunstige trend valt waar te nemen. Toch komt men dan pardoes tot de constatering dat de zeeijsbedekking rond 2050 met zo'n 80 procent zal zijn verminderd. Die onheilsverwachting lijkt te zijn ingegeven door de aanwijzing dat het ijs snel dunner wordt en dat de temperaturen rond de pool stijgen.

Rond het eigenlijke Europa is het zeewater nauwelijks significant warmer dan vroeger. Van jaar tot jaar zijn de verschillen zeer groot en bij Noorwegen lijkt eerder sprake van een afkoeling. Ritme en route van depressies en de ligging van zeestromen zijn van grote invloed. De Noordzee is pas sinds 1990 's winters een heel klein beetje warmer dan voorheen. Merkwaardig genoeg begonnen groei en samenstelling van plantaardig en dierlijk plankton al ruim voor die tijd te veranderen: warmteminnende of -tolerante soorten rukken met hoge snelheid vanuit het zuiden op. Een scepticus kan dit dan toch niet als een teken van klimaatverandering zien.

In Noordwest-Europa heeft de klimaatverandering tot dusver de biodiversiteit bevorderd: zuidelijk soorten zijn opgerukt, maar hebben de koudere soorten nog niet weten te verdringen. Op de lange duur verwacht het EEA dit wel, maar er zijn ernstige twijfels gerezen over de bruikbaarheid van het Nederlandse computerprogramma Euromove waarop de EEA-verwachting steunt. Het hoeft allemaal niet zo'n vaart te lopen. Een aardige constatering is dat een aantal Europese vogels de winters aantoonbaar beter doorkomt dan vroeger.

Voor wie de natuur een zorg is zijn de paragraven over bedreiging van gezondheid en economie misschien interessanter. Het EEA noteert dat frequentere hittegolven hun tol zullen eisen, maar weet niet hoeveel mensen er minder dood gaan dankzij de zachtere winters. Overstromingen kosten ook steeds meer mensenlevens, maar tot op heden in heel Europa niet meer dan een paar honderd per jaar. Het EEA signaleert ook een toename van sommige `tick-borne diseases' (aandoeningen zoals Lyme, overgebracht door teken) maar twijfelt over de samenhang met de klimaatverandering.

Watersnoden, hittegolven en aanhoudende droogte brengen de economie schade toe, dat staat vast. Maar veel meer ook niet: de schade is moeilijk te kwantificeren en men is grotendeels aangewezen op informatie van de grote herverzekeringmaatschappijen als Swiss Re en Munich Re (Münchener Rückversicherung). Deze zijn natuurlijk partij in de ontwikkelingen. De economie krijgt ook steun van de klimaatverandering. De Europese landbouw blijkt er enorm van te profiteren, afgezien van de gebieden waar het veel droger is geworden. Aardig is het EEA-advies eens te onderzoeken of zoetjesaan niet twee oogsten per jaar mogelijk zijn. Een ander leuk advies: tijdige omscholing van de werknemers in de wintersporttoeristenindustrie.

vaag

Al met al is toch de vraag wie er gediend is met de publicatie van dit overwegend oude nieuws in nieuwe omslag. Niet de wetenschappers. Het Europese rapport is onvergelijkbaar met de scherpe, kritische, uitputtend gedocumenteerde rapporten van het IPCC. Beleidsmakers hebben er ook niets aan: daarvoor zijn de projecties en voorspellingen te vaag en te vrijblijvend. Waarschijnlijk is het vooral van nut voor de beleidverkopers, zij kunnen desgewenst wijzen op weer geheel nieuwe, onafhankelijke steun voor hun maatregelen. En verder is het opstellen van zo'n rapport natuurlijk goed voor het EEA in Kopenhagen.