Europa krimpt en wordt grijzer

Uitbreiding? Welke uitbreiding? Als er één scenario voor de Europese Unie opgeld doet, is dat er een van bevolkingskrimp. Met alle gevolgen voor het sociale contract tussen de oude en jonge generatie.

`Uitbreiding' staat dit jaar centraal in de Europese Unie. Dit voorjaar traden tien nieuwe lidstaten toe, en vier kandidaten staan op de wachtlijst: Bulgarije en Roemenië zijn het eerst aan de beurt, dan volgt Kroatië en over onderhandelingen met Turkije valt de beslissing eind dit jaar. Maar terwijl uitbreiding de politieke agenda beheerst, kampt Europa ook met een tegenovergesteld probleem: krimp.

Het aantal Europeanen neemt per saldo de komende decennia af. Het meest dramatisch is dat in Zuid- en Oost-Europa. Volgens de gematigde variant van de langetermijnprognoses van de Verenigde Naties zijn er in 2050 bijvoorbeeld 5,7 miljoen Polen minder, 3,4 miljoen Spanjaarden en 3,1 miljoen Duitsers. Ronduit alarmerend zijn de prognoses voor Italië. Daar `verdwijnen' tussen nu en 2050 meer dan 12 miljoen inwoners.

Los van visioenen over ontvolkte dorpen en stadswijken, heeft de populatie-ontwikkeling in de Europese Unie twee belangrijke gevolgen. Europa is, afgezien van Rusland en Japan, de enige regio ter wereld waar de bevolking afneemt. Dat betekent dat Europa, in een wereld waar vrijwel alle andere blokken zowel een hogere economische als bevolkingsgroei laten zien, straks een lichtgewicht wordt.

Concreter, en bedreigender, zijn de gevolgen voor de verzorgingsstaat. De vergrijzing (minder kinderen, ouderen worden ouder) van de Europese bevolking legt een tijdbom onder het typisch Europese sociale contract, waarbij de jongere generaties zorgen voor de oudere. Minder jongeren moeten voor meer ouderen zorgen. Omdat Europeanen langer leven, zullen de kosten van de sociale en medische verzorging die ze nodig hebben verder stijgen. Anderzijds worden in heel Europa minder baby's geboren, waardoor er op de duur minder werknemers zijn om de sociale arrangementen dat te bekostigen. Zo zit de oudedagsvoorziening straks klem tussen de schuifdeuren van de bevolkingsontwikkeling.

In verschillende Europese landen is de noodklok geluid. In Duitsland wordt paniekerig gesproken van de Schrumpfgermanen (krimpgermanen), omdat het aantal geboorten volgens de nieuwste studie `Duitsland 2020, de demografische toekomst van het land' zelfs sneller daalt dan elders. Een ,,demografische catastrofe'', reageerde de Duitse minister van het Gezin eerder dit jaar. Al over twintig jaar zullen Duitsland en Italië in Europa de oudste bevolkingen hebben. In 2050 zal naar schatting de helft van de Duitsers ouder zijn dan 51 jaar. Wie gaat dat betalen?

,,Er moeten in Europa eenvoudig meer baby's worden geboren'', oordeelt de Deense socioloog Gosta Esping-Andersen en specialist in verzorgingsstaten, die ook de Europese Commissie adviseerde. Maar zo eenvoudig is dat niet. Liefst 40 procent van de hoog opgeleide vrouwen in Duitsland wil helemaal geen kinderen. In Nederland is dat 33 procent. Spanje en Italië kennen met gemiddeld 1,2 kinderen per gezin het laagste geboortecijfer. In Nederland worden weliswaar meer kinderen geboren, gemiddeld 1,7. Maar ook dat is te weinig om de vergrijzing te keren.

Gijs Beets, demograaf bij het Nidi (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) in Den Haag, gaat er vanuit dat in de toekomst alleen maar minder in plaats van meer baby's geboren zullen worden. Tegelijkertijd zullen dan meer ouderen sterven, simpelweg omdat er tegen die tijd meer ouderen zijn. Nu blijkt dat in Nederland ook het overschot aan immigranten snel daalt, zal de omvang van de Nederlandse bevolking eerder teruglopen dan verwacht. In de eerste helft van dit jaar zwaaide Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 13.000 meer emigranten uit dan het immigranten verwelkomde. Dat is sinds de jaren vijftig niet meer gebeurd. Beets rekent erop dat Nederland al over tien jaar met een krimpende bevolking te maken krijgt. ,,Het proces is onomkeerbaar.''

Bevolkingsprognoses kunnen afhankelijk van de vooronderstellingen nogal uiteenlopen. Maar ze wijzen alle wel dezelfde kant op, met hooguit een verschil in timing. Bij Europese regeringen en de Europese Commissie komt het bevolkingsvraagstuk dan ook steeds hoger op de politieke agenda te staan. Maar er bestaat geen Europees bevolkingsbeleid. Landen zoeken zelf naarstig naar oplossingen. Estland en Frankrijk voeren bijvoorbeeld een bewuste gezinspolitiek om het krijgen van kinderen te stimuleren. Spanje overweegt (andermaal) massale legalisering van illegale immigranten. Andere landen zijn voorzichtig begonnen met hervorming van hun pensioenstelsels.

Regeringen zijn echter terughoudend in vergaande maatregelen, want iedere oplossing voor het probleem is controversieel: of het nu gaat om het stimuleren van immigratie, langer werken, verlagen van pensioenen of opvoering van het aantal geboorten. In Italië, Frankrijk en Duitsland heeft de pensioenhervorming al tot hevige sociale confrontaties geleid. In deze landen worden pensioenen uit de lopende belastingen betaald (omslagstelsel) en worden burgers nu pas aangespoord zelf voor hun oude dag te sparen. En in Nederland, waar werknemers wel voor hun pensioen sparen, lopen de vakbonden te hoop tegen regeringsplannen om de mogelijkheden van vervroegde pensionering te beperken.

Elk land is bezig met eigen oplossingen, omdat het tempo van vergrijzing in elk land anders is. Toch is het van groot belang, dat ,,binnen de Europese Unie een gezamenlijke visie wordt ontwikkeld voor het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing'', schreef het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut vorig jaar in een onderzoek. De stijgende pensioen- en zorgkosten zullen immers ook gevolgen hebben voor de Europese begrotingen en voor de euro.

Volgens de Europese Commissie ligt een deel van de oplossing in een verhoging van het aantal werkenden in de Unie. Dat is een belangrijk element uit het zogenaamde Lissabon-programma, dat van Europa de meest concurrerende economie moet maken. ,,Europese oplossingen hangen nauw samen met de ontwikkeling van de welvaart'', zegt Beets. Van een demografische ramp te spreken vindt hij overdreven. Maar krimp en vergrijzing dwingen hoe dan ook tot ingrijpende maatregelen.