En het echte `on-boek' is...

Een ieder neemt wat in zijn straatje te pas komt...

Afgelopen zaterdag citeerde ik in de rubriek `Lees mee met NRC' de beroemde anekdote over de oude schrijver Nescio, die over een `on-boek' uit de moderne Nederlandse literatuur had gezegd dat het je aangreep `als de cholera'. Toen Simon Carmiggelt dit verhaal in 1956 in een van zijn `Kronkels' noteerde, vertelde hij er niet bij welke `prominente Nederlandse roman' het betrof; maar twintig jaar later, toen hij de column opnieuw publiceerde in Ze doen maar had hij de tekst gewijzigd in `een roman van Bordewijk'.

Omdat de vorige `Lees mee'-aflevering was gewijd aan Bordewijks Bint, waagde ik de veronderstelling dat de bedoelde roman Bint (uit 1934) was. Dat leverde een stroom van reacties op, van briefschrijvers met een geheugen dat verder teruggaat dan het mijne. Want in hetzelfde jaar dat Carmiggelt het `on-boek' toeschreef aan Bordewijk, gaf hij een interview aan De Engelbewaarder (januari 1976), waarin hij verklapte dat het ging om Rood paleis (1936) en uitlegde dat hij naam en titel destijds had weggelaten `omdat Bordewijk toen nog leefde en ik er niet zeker van was dat Nescio het goed zou hebben gevonden dat de naam genoemd werd'.

Carmiggelt voegde aan zijn herschreven Kronkel in Ze doen maar overigens nog een epiloogje toe, waarin hij schreef dat hij de Nescio-anekdote eens aan Gerard Reve had verteld. Jaren later merkte hij dat dit aan zijn kunstbroeder goed besteed was geweest: in Reve's bundel Het zingend hart (1973) was de anekdote bijna letterlijk getransformeerd tot een gedicht (`Literatuur') dat begon met de regels: `Gevraagd naar zijn opinie / over het jongste prachtboek `De Avonden' / zeide eens de oude schrijver Nescio:'.

Omdat de gedichten van Reve tegenwoordig bekender zijn dan de columns (en zeker de interviews) van Carmiggelt, zijn er in Nederland velen die denken dat het enige echte `on-boek' De avonden is. Carmiggelt noemde Reve's gedicht in 1976 een illustratie van het begrip `dichterlijke vrijheid'. De volksschrijver zelf zou zeggen: `Beter goed gejat dan slecht bedacht.'

Een ieder neemt wat in zijn straatje te pas komt.