Duitsers leren van fiasco in Kosovo

De Duitsers trekken lering uit het ,,rampzalige'' optreden van Duitse vredestroepen tijdens de anti-Servische rellen in Kosovo in maart. De Duitse KFOR-eenheid – aldus de Frankfurter Allgemeine Zeiting – deed vrijwel niets tegen moordende en plunderende Albanezen.

Openlijk toegegeven wordt het nog steeds niet, in Berlijn. Maar iedereen – in Berlijn, in Kosovo, bij het Duitse leger en bij de Duitse politiek – beseft nu wel dat het optreden van het Duitse contingent van de vredesmacht KFOR in Kosovo tijdens de anti-Servische rellen in maart een catastrofe was. De Bundeswehr heeft inmiddels vergaande maatregelen genomen om herhaling van het rampzalige optreden te voorkomen.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung publiceerde donderdag een uitvoerige analyse van het falen en concludeerde in een commentaar dat het optreden van het 3200 mannen en vrouwen van het Duitse KFOR-contigent ,,te laat, ongecoördineerd en radeloos'' was, en dat de Duitsers het slachtoffer zijn geworden van de veronderstelling dat in Kosovo de Serviërs de daders en de Albanezen de slachtoffers zijn en dat die rollen nooit omgedraaid kunnen worden. ,,De voortdurende etnische haat van de Kosovo-Albanezen tegen de Serviërs is te inschikkelijk getolereerd. Te lang is de politiek in Kosovo gekenmerkt door mildheid jegens de etnisch gemotiveerde agressiviteit van de slachtoffers van indertijd.''

Het fiasco in Prizren, de stad in het zuidwesten van Kosovo waar het Duitse contigent is gelegerd, ontrolde zich op 17 maart. Nabij Mitrovica in het noorden van Kosovo verdronken twee Kosovo-Albanese kinderen in het ijskoude water van de Ibar. Onder de Albanezen deed onmiddellijk het gerucht de ronde dat Serviërs hen met honden de rivier in hadden gedreven. De vlam sloeg in de pan en het kwam overal in Kosovo tot anti-Servische rellen die drie dagen duurden en die duidelijk zorgvuldig waren voorbereid. Negentien mensen kwamen om het leven, vijfhonderd mensen werden gewond, driehonderd huizen van Serviërs en dertig orthodoxe kerken en kloosters werden in brand gestoken. 3600 Serviërs werden op de vlucht gejaagd. De vredesmacht KFOR bleef overal in gebreke bij dit sterkste staaltje van etnische zuivering in Kosovo sinds de uittocht van Serviërs in de tweede helft van 1999. De rellen speelden volgens waarnemers een rol bij het voortijdig opstappen van Harri Holkeri, chef van het VN-bestuur, dat door de rellen zijn geloofwaardigheid goeddeels verloor.

Epicentrum van het falen van KFOR was het gebied van de Duitsers, Prizren, waar al op 16 maart zoveel aanwijzingen waren dat er iets te gebeuren stond dat de lokale politie in de hoogste staat van paraatheid werd gebracht. Toen al bleef het Duitse contingent van KFOR in Prizren in gebreke – het had maatregelen kunnen nemen, door bijvoorbeeld het handy-verkeer te storen, maar deed dat niet. Toen het op de 17de tot anti-Servische rellen kwam, deed het Duitse contingent als geheel niets; het kwam weliswaar hier en daar tot daadkrachtig optreden van een paar individuele soldaten, maar zelfs zij kregen geen enkele vorm van hulp vanuit de kazerne toen ze daar om vroegen, zelfs smeekten. Albanese betogers hadden twee uitgangen van de kazerne van de Duitsers afgesloten met een betoging, waarbij ze vrouwen en kinderen op de eerste rij hadden gezet. De Duitsers durfden hen niet te verwijderen. Een derde uitgang was door de Albanezen over het hoofd gezien, maar contingent-commandant Hintelmann kwam niet op het idee die uitgang te benutten. Helikopters waren voorhanden, maar werden niet gebruikt, net zo min als de tien vervaarlijke waakhonden in de kazerne. Ook de pantserwagens, de tanks en andere voertuigen bleven ongebruikt, hoewel ze hadden kunnen worden ingezet om de weg vrij te maken, Serviërs – of die paar benarde Duitsers, of de door de Albanezen aangevallen VN-politiemannen – te evacueren, versterkingen aan te voeren en Servische monumenten te beschermen. Het contingent beschikte maar over 220 schilden en gummiknuppels, had geen traangas, geen waterkanonnen. Het had ook – aldus de FAZ – geen moed. Àls er actie was ondernomen, buiten de kazernepoorten, was daar trouwens maar vijftien procent van de 3200 manschappen voor beschikbaar – de rest had bureaufuncties of werkte in de keukens en in de werkplaatsen.

Per saldo hadden de Albanezen vrij spel. De Serviërs werden verdreven, hun huizen in brand gestoken, net als het veertiende eeuwse klooster van de Aartsengel Michael even buiten de stad.

Daarbij kwam dat de Duitsers in Prizren – en de politici in Berlijn – maar een vage voorstelling van het mandaat van KFOR hadden. Zo werd later op beide plaatsen volgehouden dat het beschermen van de VN-politie niet tot dat mandaat behoorde. Het tegendeel was en is waar: behalve het beschermen van objecten (als KFOR-kazernes en gebouwen van het VN-bestuur, maar ook culturele en religieuze instellingen en de Servische getto's in Kosovo) en het beschermen van de Servische minderheid behoort ook het beschermen van de VN-politie tot de taak van KFOR. Het waren niet alleen buitenlandse, maar ook Duitse leden van de VN-politie die de Duitse KFOR-soldaten na de gebeurtenissen van maart lafheid verweten – een verwijt dat, aldus de FAZ, buitengewoon hard is aangekomen.

Al te lang, aldus de FAZ, hebben de Duitsers rondgelopen met het denkbeeld dat de Serviërs de daders waren in Kosovo en de Albanezen de slachtoffers. Dat was inderdaad vijftien jaar zo geweest, maar nooit was men op het idee gekomen dat die rollen na de val van het Servische gezag in de regio wel eens konden worden omgedraaid: ook slachtoffers kunnen daders worden, en dat gebeurde in maart. De zoete sluimer waarin de Duitsers zich lieten wiegen is trouwens jarenlang verdiept door het VN-bestuur, met zijn periodieke vaststelling dat voortdurend voortgang werd geboekt bij de etnische verzoening tussen de Serviërs en de Albanezen. In maart schrok iedereen onzacht wakker.

Het ergste was nog, dat na maart de politici in Berlijn het optreden van het Duitse KFOR-contingent zijn blijven prijzen als zinvol en doelmatig, zo schrijft de krant. Maandenlang zijn de wansuccessen toegedekt met wat de krant noemt pauschale Lobhudelei – globale ophemelarij: ,,bezonnen en voorzichtig'' was het optreden geweest, zo heette het, een escalatie was dankzij de Duitse militairen voorkomen, levens waren gered. ,,Talrijke kloosters'' waren beschermd, zo liet midden juli de regering in Berlijn nog weten na vragen van de oppositionele FDP. De werkelijkheid was dat in Prizren niet één Servisch monument gespaard bleef voor de woede van de Albanezen. En, zo gaven Duitse generaals na maart toe, het Servisch-orthodoxe klooster van de Aartsengel Michael was inderdaad verloren gegaan, maar dat was dan ook het doelwit geweest van ,,een overval'' van de Albanezen. Ook dat was niet waar: de Duitsers hadden negen uur de tijd om het klooster te beschermen. Ze zagen zelfs de bussen met plunderaars op weg gaan naar het klooster – maar deden niets om ze tegen te houden.

Intussen zijn maatregelen genomen, want, aldus de FAZ, naar buiten toe wordt het optreden in maart nog wel als succes verkocht, intern weet men bij zowel de politici als de legerleiding wel dat dat optreden ,,schandalig, chaotisch, ontoereikend en fout'' was en dat de Duitse reputatie in Kosovo volledig te grabbel is gegooid. Het aantal militairen in Prizren is met zeshonderd uitgebreid. Het percentage militairen dat buiten de kazerne kan worden ingezet is van vijftien naar vijftig opgeschroefd. Berlijn stuurde verder vierhonderd schilden en wapenstokken en wil het Duitse contingent in Prizren ook uitrusten met pepperspray en traangas.

Verder zijn nu door logistieke wijzigingen helikopters in staat binnen twintig minuten een compagnie van honderd soldaten te vervoeren naar willekeurig welke plek dan ook in het gebied van de Duitsers. Waakzaamheid wordt weer met hoofdletters geschreven: al te lang – zo schrijft de Frankfurter Allgemeine – heeft men zich beziggehouden met min of meer triviale zaken als het goederenaanbod in de kazernewinkel, de duur van de postbezorging en de vraag of de mobieltjes het wel goed doen. Nu heerst het besef dat routine onbeweeglijk kan maken en dat rust en vrede gedurende een lange periode het vermogen om bij verbreking van de rust snel op te treden, niet mogen ondermijnen.