Dood en verderf in onhandig curiosum

Net als haar voorgangers mocht ook Ayaan Hirsi Ali, die zondagavond de laatste Zomergast van dit seizoen is, de film kiezen die na haar optreden tot in de kleine uurtjes wordt uitgezonden. Een aantrekkelijk tijdstip is dat niet; de film Teorema, die vorige zondag op verzoek van Tijs Goldschmidt werd vertoond, haalde slechts een kijkdichtheid van 0,2 procent – oftewel 31.000 kijkers. Maar omdat in die cijfers niet werd meegeteld of er op dat tijdstip ook videorecorders waren ingeschakeld, was het totale publiek misschien wel wat groter. Te vermoeden valt dat dit zondag ook voor The Gods Must Be Crazy zal gelden.

Het zal mij, hoe dan ook, benieuwen wat Ayaan Hirsi Ali over deze film uit 1980 te zeggen heeft. Wat haar wellicht aansprak is de humanistische boodschap die de Zuid-Afrikaanse cineast Jamie Uys er dik bovenop heeft gelegd. Hij plaatst een vredige stam van Bosjesmannen tegenover onze zogenaamde beschaving: een volk dat door de eeuwen in harmonie met zijn omgeving heeft geleefd, tegenover ons soort mensen, dat alles op alles zet om de omgeving naar onze hand te zetten.

The Gods Must Be Crazy begint als een traditionele natuurfilm met instructief commentaar. De eerste sprekende acteurs komen pas na een dik kwartier in beeld. Uys brengt de plot op gang door in de Kalahari, waar de Bosjesmannen leven, een leeg colaflesje te laten vallen. Zodat die stam het opeens te stellen krijgt met een – onbekend – voorwerp , waarvan slechts één exemplaar voorradig is. Dat leidt tot ongekende gevoelens van jaloezie en hebzucht, die alleen maar kunnen worden bedwongen door verwijdering van het flesje. Eén van hen gaat het wegbrengen, naar de goden van wie het kennelijk afkomstig was.

Erg strak heeft Uys de lijnen echter niet getrokken. Hij laat zijn Bosjesman terechtkomen in de bewoonde wereld van Botswana, waar een rebellenleger dood en verderf zaait en een blanke man op koddig bedoelde wijze een blanke vrouw tracht in te palmen. Het gevolg is een nogal onhandig geconstrueerd curiosum, dat alleen met veel goede wil als een vriendelijke komedie kan worden gezien. Van het opbouwen van spanning of het ensceneren van slapstick had Uys blijkbaar niet veel kaas gegeten.

Maar toch was The Gods Must Be Crazy uiterst succesvol. De film staat zelfs te boek als het grootste buitenlandse kassucces in de Amerikaanse bioscopen. Meer dan twintig jaar na dato is echter niet meer in te zien wat daarvan de reden is geweest.

The Gods Must Be Crazy, VPRO, Ned.3, 0.17-1.47u.