DOMAINE TE KOOP

Volgens een oud Frans gezegde kun je twee dingen doen als je je geld snel wil verliezen: een maîtresse nemen of een wijndomein kopen. Sommige mensen laten zich door die wijsheid niet weerhouden. Maar rijk word je er niet van.

Domaine de Piquetalen staat te koop. Eigenaar Placido Olivera wil zijn domein verkopen en van de opbrengst de rest van zijn leven geriefelijk doorbrengen in Thailand. Het wijndomein in de Franse Languedoc, op vijftien kilometer van de Middellandse Zee, moet een miljoen euro opbrengen. Daarmee zit het aan de onderkant van de markt. Want het merendeel van de wijndomeinen die in de Languedoc van eigenaar wisselen, brengt tussen de één en twee miljoen euro op. Voor zo'n 40 procent van de wijndomeinen in deze streek kan de prijs oplopen tot vijf miljoen euro. De eerste Nederlander is al langs geweest op Domaine de Piquetalen: een man van net veertig die het kantoorleven in Nederland wil verruilen voor het rustieke landleven van de Franse Languedoc.

Hij is niet de enige Nederlander met wijnplannen. Volgens Vineatransaction, een van de grootste organisaties die bemiddelt bij de aan- en verkoop van wijndomeinen, gaan er jaarlijks vier- tot vijfhonderd wijndomeinen in de verkoop, meestal wegens bedrijfsbeëindiging of gebrek aan opvolging. Behalve Britten en Scandinaviërs hebben ook veel Nederlanders (in Zuid-Frankrijk 5 procent, volgens Vineatransaction) daar belangstelling voor. De Britten steken volgens Vineatransaction in toenemende mate het Kanaal over wegens de hoge onroerendgoedprijzen in Groot-Brittannië en het sterke pond, Nederlanders zijn daarnaast ook op zoek naar een ander levenstempo.

Rita en Maarten van Kempen kochten in 1998 Château Fayolle Luzac in de Dordogne. Drie jaar lang keken ze bij hun werknemers de kunst af. Ze volgden cursussen en gingen te rade bij mensen die kwaliteitswijn produceren. In 2001 namen ze het roer zelf in handen. ”We proberen sinds een aantal jaren de kwaliteit van onze wijn aanzienlijk te verbeteren”, vertelt Maarten van Kempen. ”De toekomst van de Franse wijn zit in de kwaliteit en niet in de kwantiteit. We produceren nu minder dan we zouden mogen, maar daardoor hebben we wel betere kwaliteit. We kunnen nu al een mooie wijn op tafel zetten. In de jaren met de mooist denkbare weersomstandigheden produceren we een uitmuntende wijn.”

Volgens Van Kempen, voormalig bankier en nu voltijds wijnboer, moet je niet uit financiële overwegingen voor een bestaan in de wijn kiezen. ”Het is geen verstandige investering, want het duurt lang voordat je er rendement uit haalt. Als het niet echt je passie is, dan moet je er niet aan beginnen. De investeringen zijn hoog, een wijngoed is duur om te onderhouden en voordat je een markt hebt opgebouwd, ben je een aantal jaren verder. Maar het is een levensverandering die fantastisch is. Je gaat van een leven achter je bureau naar een leven op de tractor. Dat is ons veel waard. Dat we dan financieel een stap terug moeten doen, nemen we voor lief. De kwaliteit van ons leven is enorm toegenomen.”

In dezelfde periode als de Van Kempens kocht Philip de Haseth Möller voor toen nog drie miljoen Franse francs Château Monestier la Tour in de Bergerac. Een grootse naam voor een afgebrand landhuis en zestien hectare wijngaarden in slechte staat. ”Er was geen noemenswardig materiaal, op twee oude tractoren na. Er waren geen tanks om wijn in te maken en er was geen goede wijnkelder.” Het château is helemaal gerestaureerd, er zijn nieuwe vinificatietanks gekomen, een van de gebouwen is omgebouwd tot opslagplaats, er is nieuw personeel gekomen en De Haseth Möller laat zich adviseren door Stéphane Derenoncourt, een van de meest gerenommeerde vinologen van Frankrijk. Zo'n vijf dagen per maand zit De Haseth Möller op zijn château, de rest van de tijd is hij in Nederland. ”Wat er nu aan investeringen in zit, weet ik eigenlijk niet. Misschien wel uit zelfbescherming. Het is nog niet winstgevend, we spelen ongeveer quitte. Je moet zeker zes tot tien jaar rekenen voordat het wat oplevert. Maar dat doel komt wel in zicht. Toch blijft het een landbouwctiviteit. Per definitie is dat een laag renderende bezigheid. Rijk word je er niet van.”

Die uitspraak wordt direct beaamd door Aad Kuijper: ”Als je geld wilt verdienen, moet je niet in de wijn gaan. Een bekende vraag luidt hoe je een klein fortuin aan wijn kunt overhouden. Het antwoord: door te beginnen met een groot fortuin. Het is moeilijk nog een domein te vinden onder een miljoen euro. En dan heb je alleen nog maar een paar schuren en een paar hectare. Dan moet je nog beginnen. In principe heb je het aankoopbedrag nog een keer nodig aan investeringen.”

Kuijper werkte in de reclame ('bommetje' van Melkunie) en verkaste in 2001 samen met zijn vrouw Lidewij van Wilgen en drie kinderen naar Frankrijk. ”We zochten een andere stijl van leven.” Aanvankelijk richtten ze zich op de Bordeaux, maar ze kwamen al snel in de Languedoc terecht. Domaine de Brunet, bij Murviel, ligt in het hart van de Languedoc. ”Wij zochten een gebied waar je nog kunt pionieren en waar je iets bijzonders kunt maken. In de Bordeaux zijn tal van huizen die al fantastische wijnen maken. Daar zit zoveel geld achter, dat is van een andere orde.”

De Kuijpers hebben veel geïnvesteerd om de kwaliteit van hun wijn te verhogen. Kuijper werkt dan ook inmiddels weer in de reclame, bij de Franse vestiging van het bureau waar hij in Nederland al voor werkte. Door de week zit hij in Parijs, de weekenden op zijn domein. Zijn vrouw haalde intussen het Brevet Professionel d'Oenologie. ”Het was ooit een gerenommeerd domein; maar door slecht beheer liep de exploitatie op zijn einde. Bij aankoop hadden we twintig hectare grond. Daarvan was twaalf hectare beplant, maar in zo'n abominabele staat dat het alle kanten op groeide. In de kelder was geen stuk gereedschap te vinden dat van na 1950 dateerde. Dat had wel het voordeel dat we dit nog naar onze hand kunnen zetten. Bovendien is er nooit gerooid, dus er staan allemaal oude druivensoorten met prachtige oude stokken. Sommige soorten groeien bijna nergens meer.”

De Mas des Dames die zij op hun Domaine de Brunet produceren is volgens kenners hard op weg een van de toppers van de Languedoc te worden ('met chocola en sap, kersen en vanille, romig, stevig, mooi zacht en zuidelijk'). Xavier Kat van wijnkoperij Okhuysen uit Haarlem die de Kuijpers bijstond bij hun zoektocht: ”Aad en Lidewij Kuijper hebben direct vanaf het begin voor kwaliteit gekozen. Ze mikken heel hoog en ze hebben goede adviseurs in de arm genomen. Wij hebben hoge verwachtingen, als je ziet welk niveau ze nu al halen.”

Van Kempen, De Haseth Möller en Kuijper hebben alledrie een duidelijk keuze gemaakt om kwaliteitswijn te gaan produceren. Ted Eisen en Marit le Noble, niet ver van de Kuijpers in Meze, volgen een iets andere koers. ”Wij wilden en we konden geen kwaliteitsdomein kopen”, vertelt Ted Eisen. ”Wij wilden beginnen met een draaiend wijndomein dat wijn in grote hoeveelheden, en vrac, maakt. Heel basaal, maar dan kunnen we wel meer zelf onze weg uitstippelen.” Voor één miljoen euro kochten ze een half jaar geleden het domein St. Paul le Marseillais dat jaarlijks zo'n 3.000 hectoliter produceert: 300.000 liter, oftewel grofweg 400.000 flessen. De wijn die ze maken is eigenlijk een halfproduct. Het gaat via tussenhandelaren naar producenten in bijvoorbeeld de Bordeaux en de Bourgogne die daarmee zelf hun wijn assembleren. Eisen: ”Volgend jaar gaan we daarvan 300 hectoliter apart vinifiëren met nieuwe apparatuur en nieuwe cuves. Zo gaan we voorzichtig werken aan meer kwaliteit. Voor de investeringen hebben we contact met een andere – Nederlandse – partij, die ook het commerciële deel op zich gaat nemen. Want een goede wijn maken is het probleem niet. Onze wijngaarden hebben potentieel genoeg om zeer behoorlijke wijn te maken. Je moet die wijn verkopen. Daar ligt het probleem.”

Na september, als de oogst binnen is, kan Eisen de balans opmaken. Helemaal afhankelijk van de wijn zijn ze niet. Met hun domein op vijf kilometer van de zee doen ze ook aan 'agro-tourisme': er zijn zeven kampeerplaatsen, waarvan vijf luxe ingerichte tenten en volgend jaar nog drie gîtes. ”Met wijn alleen zouden we het krap hebben. Het toerisme is de slagroom op de taart. Zoals het zich nu laat aanzien, komen we op de wijn negatief uit en komen we door het toerisme boven nul. Die combinatie hebben we dan ook nodig. Maar we doen het vooral omdat we het ontzettend leuk vinden.”